Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

25 jaar Bio-Farmaceutische Wetenschappen: gecombineerde fascinatie

Deze maand is het 25 jaar geleden dat het Centrum voor Bio-Farmaceutische Wetenschappen werd opgericht; een jaar later, in 1985, ging de opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen van start. Vrijdag 18 september werd dit gevierd met een symposium, een jubileumbundel en een groot feest.

Bio-Farmacie in plaats van Farmacie

De oprichting van het Centrum voor Bio-Farmaceutische Wetenschappen (BFW) was een direct gevolg van de in 1984 door de Minister van OC&W ingezette operatie Taakverdeling en Concentratie die als doel had het aantal opleidingen bij universiteiten te verminderen en expertise te bundelen. De operatie leidde ertoe dat in Leiden de apothekersopleiding moest verdwijnen. Na intensieve onderhandelingen slaagde professor Douwe Breimer erin een nieuwe driejarige bovenbouwstudie Bio-Farmaceutische Wetenschappen van de grond te krijgen, gekoppeld aan multidisciplinair geneesmiddelonderzoek. Dat moest internationaal toonaangevend worden (wat is gelukt). In 1991 werd in een alliantie met de Vrije Universiteit in Amsterdam, het Leiden-Amsterdam Center for Drug Research (LACDR) opgericht, waarvan BFW een van de pijlers is.

Wat houdt Bio-Farmaceutische Wetenschappen in?
Het onderzoeksprogramma omvat alle aspecten van de ontdekking en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Dit betreft
  1. Het jubileumsymposium
    de ontdekking van nieuwe doelwitten voor de behandeling van onder meer hart- en vaatziekten, ziekten van het centrale zenuwstelsel en kanker,
  2. het ontwerp en de synthese van nieuwe geneesmiddelmoleculen,
  3. de toediening en targeting van geneesmiddelen tot en met
  4. de ontwikkeling van nieuwe strategieën voor de evaluatie van werking en veiligheid. De basis van al het onderzoek is een unieke ‘systeembenadering’ voor het ontwerp en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

Samenwerking met LUMC

Professor Meindert Danhof, directeur van het Centrum voor Bio-Farmaceutische Wetenschappen legt uit welke strategieën het centrum volgt om vooruit te komen.
Het onderzoek van het Centrum voor BFW is tot grote bloei gekomen. Op dit moment zijn 228 medewerkers betrokken bij onderzoek en onderwijs, waaronder 79 promovendi. Het onderzoeksbudget is gegroeid van Hfl. 5.000.000 in 1985 tot ruim € 14.000.000 per jaar in 2008. Meer dan 65% van dit bedrag wordt in competitie extern (2e + 3e geldstroom) verworven. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de internationale farmaceutische industrie, bijvoorbeeld in het TopInstituut Pharma. Momenteel worden stappen gezet voor een intensieve samenwerking met het LUMC op het terrein van translationeel geneesmiddelonderzoek: de vertaling vanuit het laboratorium naar de patiënt en vice versa. Tenslotte is er veel aandacht voor de valorisatie van onderzoeksresultaten: het onderzoek heeft geleid tot dertig actieve patenten en drie spin-off bedrijven.

Ruim 100 eerstejaars

Naast het onderzoek is ook de opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen, die in 1985 begon met negen studenten, opgebloeid. Een belangrijk hoogtepunt was de eigen propedeuse die de opleiding in 1994 kreeg, waardoor BFW een volwaardige opleiding werd. De afgelopen 25 jaar hebben 409 studenten hun doctoraal of masterdiploma BFW gehaald. De verwachting is dat dit aantal snel zal stijgen: met een instroom van meer dan 100 eerstejaars is BFW een van de grootste studierichtingen in de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Ongeveer 60% van de afgestudeerden gaat promotieonderzoek doen, terwijl 30% direct een baan vindt in de (internationale) farmaceutische industrie. Sinds 1984 hebben 296 promovendi de doctorstitel gehaald.

Impressie

Tijd voor een biertje in La France in Oegstgeest, waar het feest werd gehouden.
Student Maarten Doornbos, praeses van studievereniging Aesculapius was uiteraard present bij symposium en het feest: ‘Het symposium werd geopend door professor Douwe Breimer, de founding father van BFW’, schrijft Doornbos in een impressie die hij op verzoek van de Nieuwsbrief maakte. ‘Hij vertelde over de totstandkoming van deze richting van onderzoek en legde ook vol enthousiasme uit hoe de kleine onderzoeksgroep van de beginjaren uitgroeide tot het LACDR van nu. ‘Professor Meindert Danhof, wetenschappelijk directeur van het LACDR, gaf vervolgens een overzicht van het LACDR zoals het nu is. Hij gaf uitleg over alle onderzoeksgebieden en de strategieën die gebruikt worden om verder te komen.

Motivatie

Prof.dr. Douwe Breimer, de ‘founding father’ van BFW, werd in La France toegezongen.

De alumni van de opleiding waren op het symposium (en het feest) ook ruim vertegenwoordigd. In de jubileumbundel 25 Jaar Bio-Farmaceutische Wetenschappen vertellen zij (en huidige studenten) waarom ze kozen voor BFW. Voor velen is de gecombineerde fascinatie voor scheikunde, biologie en geneeskunde de belangrijkste motivatie: ‘Een geneesmiddel als chemische stof die biologische effecten teweeg brengt die van belang zijn voor de behandeling van (ernstige) ziekten’, zo zegt iemand het treffend. Een ander werd aangetrokken de combinatie van de multidisciplinaire breedte en de diepte van het onderzoek. En een derde: ‘Het is fascinerend om complexe processen te herleiden tot betrekkelijk eenvoudige mechanismen, of juist te ontdekken dat achter (op het oog) eenvoudige mechanismen een enorme complexiteit schuilgaat’.

Diverse toekomstmogelijkheden

Ook op het symposium kwamen alumni aan het woord. Doornbos: ‘Een aantal vertelde hoe zij hun studie hebben beleefd en hoe zij daarna terecht zijn gekomen. Voor de aanwezige studenten een goede kans om een beeld te krijgen van hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Die zijn, blijkens de banen van de alumni, zeer divers: ambtenaar bij een ministerie, docent aan een universiteit, medewerker bij een grote farmaceut, en nog vele andere richtingen. Veel alumni benadrukten de ondersteunende rol van studievereniging Aesculapius, die serieuze maar ook leuke activiteiten aanbood. Velen zijn actief geweest in een commissie of in het bestuur van de vereniging. Zo ging dat in de tijd dat deze alumni studeerden en zo gaat dat nog steeds bij Aesculapius.