Zaak Litouwen tegen Belarus kan precedent scheppen voor migrantensmokkel door staten
In de media beeld: Dorian Lubbe via Unsplash
De zaak van Litouwen tegen Belarus bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) kan gevolgen hebben die verder reiken dan het geschil tussen beide landen. De interventies van Polen en Rusland vergroten de juridische betekenis van de procedure. Jens Iverson, universitair docent internationaal recht, geeft commentaar op de zaak in Table.Briefings.
Litouwen heeft Belarus in mei 2025 voor het ICJ gedaagd vanwege het vermeend door de staat gefaciliteerde smokkelen van migranten naar Litouwen. De zaak is gebaseerd op het Protocol tegen de smokkel van migranten, dat onderdeel is van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Palermo-verdrag). Polen en Rusland hebben inmiddels op grond van artikel 63 van het Statuut van het ICJ geïntervenieerd. Daarmee worden zij geen partij bij de zaak, maar kunnen zij wel hun visie geven op de uitleg van het verdrag. Ook de Europese Unie heeft zich in de procedure uitgelaten.
Volgens Iverson is het de vraag of Rusland met zijn interventie uitsluitend de rechters van het ICJ wil informeren. ‘Ik denk dat het redelijk is om te vragen of de rechters van het ICJ daadwerkelijk het belangrijkste publiek zijn voor de Russische interventie.’ Volgens hem hebben Russische beschuldigingen van een vermeende internationale 'lawfare'-campagne van Litouwen en Polen weinig invloed op de juridische beoordeling door het Hof. ‘De klachten over lawfare hebben weinig materiële betekenis voor de beslissing van de rechters in deze zaak’, aldus Iverson.
Tegelijkertijd kan de interventie van Rusland wel degelijk juridische gevolgen hebben. ‘De uitleg van het recht in de huidige procedure zal bindend zijn voor zowel Polen als Rusland. Ook al maakt dit hen geen partij bij de procedure’, zegt Iverson. Mocht in de toekomst een vergelijkbaar juridisch geschil ontstaan, dan kan een partij verwijzen naar de uitspraak in de zaak Litouwen tegen Belarus. ‘Hoewel dit niet hetzelfde is als zelf partij te zijn geweest in de procedure, is het zeker niet irrelevant’, aldus Iverson. De mogelijke precedentwerking is relevant nu ook andere Europese landen vergelijkbare vormen van vermeende geïnstrumentaliseerde migratie signaleren. De juridische uitkomst van de Litouwse zaak kan daarmee gevolgen hebben voor de manier waarop staten en internationale rechters omgaan met het gebruik van migratie als instrument van politieke druk.