Universiteit Leiden

nl en

Mijnbouw op de maan: wie bepaalt de regels?

Hoewel ruimtevaart al decennialang vreedzaam verloopt, ontbreekt duidelijke wetgeving voor mijnbouw op de maan. In een BBC-interview zegt ruimtevaartjuriste, Tanja Masson-Zwaan, dat internationale samenwerking dringend nodig is om conflicten en onduidelijkheid te voorkomen.

Al meer dan een halve eeuw wordt de ruimte vreedzaam verkend onder internationale afspraken, met het VN Ruimteverdrag uit 1967 als belangrijkste basis. Dit verdrag bevat 17 artikelen en geldt als de ‘grondwet van de ruimte’,  waarin principes zoals vreedzaam gebruik en internationale verantwoordelijkheid centraal staan.
Volgens Masson-Zwaan ‘heeft dit verdrag effectief conflicten in de ruimte voorkomen.’ Staten blijven verantwoordelijk voor hun activiteiten, inclusief die van private bedrijven, en kunnen aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door ruimteobjecten. Toch roept de opkomst van commerciële ruimtevaart nieuwe vragen op. Een belangrijk discussiepunt is of grondstoffen op hemellichamen, zoals water of mineralen op de maan, eigendom kunnen worden. Het verdrag verbiedt landen om delen van de ruimte te claimen, maar laat ruimte voor interpretatie als het gaat om het gebruik van hulpbronnen.

Het latere ‘Maanverdrag’ uit 1979 probeerde dit te reguleren door te pleiten voor een internationaal systeem voor het beheer van ruimtehulpbronnen. Grote ruimtevaartlanden zoals de Verenigde Staten en China hebben dit verdrag echter niet ondertekend, waardoor de impact beperkt blijft. In plaats daarvan hebben sommige landen nationale wetgeving ingevoerd om bedrijven meer zekerheid te bieden bij investeringen in ruimtemijnbouw. Hierdoor ontstaat echter een versnipperd juridisch landschap zonder wereldwijd gedragen regels. Om deze leemte op te vullen, werken experts aan nieuwe richtlijnen. Zo wordt gedacht aan ‘veiligheidszones’ rond mijnbouwlocaties op de maan, om schade door bijvoorbeeld ruimtepuin te beperken. ‘Deze zones zouden tijdelijk en beperkt in omvang moeten zijn en internationaal geregistreerd worden.’

Volgens Masson-Zwaan is een nieuw wereldwijd verdrag via de VN ‘weinig waarschijnlijk op korte termijn. Landen zijn terughoudend met bindende afspraken. Daarom ligt de focus voorlopig op zogeheten soft law: niet-bindende richtlijnen die landen op nationaal niveau kunnen invoeren.’ De komende jaren zullen bepalend zijn voor hoe de mensheid omgaat met de economische kansen van de ruimte, en of samenwerking opnieuw de boventoon voert.

Meer weten?

Beluister het BBC-fragment (vanaf 16.30 min)

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.