Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Publicatie

Met referendum zijn we nog niet van ‘brexit’ af

Wat de uitslag ook wordt op 23 juni 2016, de kans is groot dat er daarna weer een Brits referendum over Europa nodig is.

Auteur Hans Vollaard
Datum

Als een meerderheid van de Britten op 23 juni 2016 voor vertrek uit de Europese Unie stemt, kan de Britse regering de uittredingsprocedure starten op het moment dat zij dat geschikt vindt. Vervolgens moet er binnen twee jaar een akkoord met de EU liggen over de manier waarop het Verenigd Koninkrijk vertrekt (tenzij de Europese regeringsleiders besluiten die periode te verlengen). In het uittredingsakkoord moet rekening worden gehouden met de contouren van een nieuw samenwerkingsverband tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

Geen ervaring

Zo’n akkoord wordt ingewikkeld, zo geven rapporten van de Britse regering en het Hogerhuis aan. Er is nog geen ervaring met deze uittredingsprocedure, dus er kan niet worden teruggevallen op inzichten van vorige keren. Dat kost al tijd. Toen Groenland voor uittreding uit de EEG stemde in 1982, duurde het drie jaar voordat het land daadwerkelijk vertrok. En nu is de Europese integratie veel uitgebreider dan toen.

Complexe kwesties, parallelle onderhandelingen

Tube: Way OutEr moeten nu complexe kwesties geregeld worden als pensioenrechten van Britse EU-burgers in Frankrijk, socialezekerheidsrechten van Poolse EU-burgers in Groot-Brittannië, de positie van Gibraltar, het grensverkeer in Noord-Ierland, het overdragen van informatie over zware criminelen en terroristen, visserijrechten, Europese onderzoeksgelden voor Britse universiteiten en landbouwsubsidies. Onderhandelingen daarover kosten ook tijd. Parallelle onderhandelingen over een nieuw samenwerkingsverband zouden het er niet makkelijker op maken, zeker als dat goedkeuring vergt niet alleen van Europese instellingen als het Europees Parlement, maar ook van nationale parlementen. Dat kost nog meer tijd.

Ervaring met andere ingewikkelde akkoorden als een handelsverdrag met Canada leert dat zoiets jaren kan duren. Ondertussen kan er dan van alles veranderen in het Verenigd Koninkrijk. Een week is soms lang in de politiek, laat staan jaren.

Spijt

Kiezers kunnen bijvoorbeeld spijt krijgen van hun stem voor uittreding. De voortdurende onzekerheid over de verhouding tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU kan immers het economisch klimaat verslechteren, terwijl de onderhandelingen concreet laten zien wat het Verenigd Koninkrijk verliest. Een nieuwe regering kan daarnaast zich weer voor blijvend EU-lidmaatschap gaan inzetten. En als de meer pro-Europese Schotten een nieuw—en deze keer succesvol—onafhankelijkheidsreferendum organiseren, zodat zij in de EU kunnen blijven, kunnen de overige landsdelen zich afvragen wat ze nog buiten de EU te zoeken hebben. Dat kan allemaal aanleiding zijn om te besluiten tot een nieuw referendum over het Britse EU-lidmaatschap.

Ergernis over Europese regelgeving, immigratie en verlies van soevereiniteit

Zo’n nieuw referendum kan er echter óók komen als de Britten op 23 juni 2016 voor voortzetting van het EU-lidmaatschap stemmen, zeker als de marge maar klein is. Zo’n uitslag neemt immers de ergernis over Europese regelgeving, immigratie en verlies van soevereiniteit niet weg. De EU zal dan bovendien een splijtzwam blijven in de Conservatieve partij, zeker door de concurrentie van UKIP. Dat kan leiden tot de belofte van een nieuw brexit-referendum.

UKIP-leider Nigel Farage en de conservatieve voorman Boris Johnson hebben al gesuggereerd dat er nog een brexit-referendum moet komen. De huidige premier David Cameron wil daar niet aan. Met een nu-of-nooit-referendum hoopt hij dat veel kiezers toch maar voor stemmen. Dat is dus echter geen garantie dat het bij dit brexit-referendum blijft.

Dit stuk is tevens gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, 27 mei 2016, pagina 12. Nederlands Dagblad