Universiteit Leiden

nl en

Publicatie

EU valt nog niet uit elkaar

De Amerikaanse President Donald Trump verwacht dat na het vertrek van de Britten meer landen de EU zullen verlaten. Investeerders vrezen het risico van Europese desintegratie. Het zal echter niet zo’n vaart lopen, meent politicoloog Hans Vollaard (Instituut Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden).

Auteur
Hans Vollaard
Datum
30 januari 2017

Geen parlementaire meerderheid

Zouden eurosceptische partijen zoveel terrein winnen dat ze een EU-exit van hun land kunnen afdwingen? Het klinkt spannend, maar de kans erop is klein. De verkiezingen dit jaar in Nederland, Frankrijk, Duitsland en wellicht ook Italië trekken de nodige aandacht. In Nederland is er geen parlementaire meerderheid te verwachten die voor een ‘Nexit’ zou besluiten. Evenmin is er een meerderheid te voorzien voor een referendum over een ‘Nexit’. D66 heeft bijvoorbeeld al expliciet in zijn programma opgenomen daaraan niet mee te werken. Er is een kans dat in Frankrijk Marine Le Pen van het eurosceptische Front National het presidentschap wint. Het is echter zeer de vraag of linkse en rechtse eurosceptische partijen een meerderheid behalen in de verkiezingen voor de Franse Tweede Kamer (Assemblee), op basis waarvan een nieuwe regering gevormd zal worden. De kans dat de nieuwe regering, de Assemblee plus de Senaat voldoende steun zullen bieden aan een ‘Frexit’ of een referendum daarover, is daarom ronduit beperkt.

In Duitsland moet eerst de grondwet worden gewijzigd om een referendum te houden over een EU-exit. Daarvoor is geen meerderheid te voorzien na de verkiezingen dit najaar. Omdat de eurosceptische partijen Alternative für Deutschland en Die Linke niet voor uittreding zijn, krijgt een EU-exit ook geen kans in het Duitse parlement. In Italië is het nog afwachten of er verkiezingen komen in 2017 en onder welk kiesregime. Het is daarom de vraag of er een meerderheid komt die een referendumwet uitschrijft over het EU-lidmaatschap, als eurosceptische partijen dat al zouden willen. De 5-sterrenbeweging zet nu in op een referendum over de euro, ook al bestaat er nog geen regeling om wel uit de euro, maar niet uit de EU als geheel te treden.

Europese oriëntatie

Al met al is het dus zeer de vraag of er parlementaire meerderheden komen die tot een EU-exit besluiten of een referendum daarover organiseren. Mocht het toch tot een exit-referendum komen, dan is het te betwijfelen of kiezers daarvoor stemmen, hoe diep het eurosceptisch chagrijn ook zit. Ironisch genoeg laat het Brexit-referendum dat zien. In het Verenigd Koninkrijk hebben eurosceptici al lange tijd een prominente positie in de Conservatieve regeringspartij. Binnen de EU zijn er nergens anders zoveel eurosceptische media dan in het Verenigd Koninkrijk. Nergens anders identificeren zich zo weinig burgers als Europees. De pro-campagne van de Conservatieve premier Cameron was bovendien niet al te sterk, terwijl Labour-leider Jeremy Corbyn er maar halfhartig steun aan verleende. En ondanks dat alles stemde bijna de helft van de Britse kiezers voor blijven.

In Frankrijk, Duitsland, Nederland en Italië oriënteren burgers zich sterker op Europa, terwijl er minder eurosceptische media zijn. Eurosceptische partijen hebben er ook lang niet zo’n prominente positie gehad. De uittredingskosten zijn bovendien hoger dan voor het Verenigd Koninkrijk door deelname aan de muntunie en het vrij-reizengebied. Een afwijzing van een EU-exit betekent nog geen enthousiaste omarming van de EU. Het zal eerder een pragmatische keuze bij gebrek aan beter zijn. In plaats van een exit, zal het chagrijn over Europese integratie zich uiten in pogingen de lasten van het EU-lidmaatschap te verminderen. Al dan niet onder druk van eurosceptische partijen is het daarom te verwachten dat rijke EU-lidstaten hun contributie aan de EU verder willen beperken. Rijkere euro-landen zullen ook proberen de last van armlastige leden als Griekenland af te schuiven door bijvoorbeeld een exitprocedure uit de eurozone te ontwikkelen. Via semi-permanente opschortingen van het vrije reizen kunnen noordelijke lidstaten daarnaast migrantenstromen in het zuiden proberen te houden, terwijl inperking van sociale rechten arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa moet ontmoedigen. Ook niet-naleving van EU-regelgeving, bijvoorbeeld door herverdeling van vluchtelingen of bezuinigingsmaatregelen te weigeren, biedt een mogelijkheid de ervaren lasten van het EU-lidmaatschap in te dammen. Dat alles zet de EU onder druk, maar luidt nog niet het einde van de EU in. Tegenover leden die de EU wensen in te perken, staan namelijk ook partijen en regeringen zoals het CDU van Angela Merkel die vooralsnog op grond van Europese loyaliteit en verwacht voordeel blijven investeren in een werkend Europa. Zo zal de EU al strompelend haar weg vervolgen in een strijd tussen integrerende en desintegrerende krachten. In het verleden hebben soortgelijke stelsels het lang volgehouden. Denk maar aan het krakkemikkige Heilige Roomse Rijk dat zo’n duizend jaar heeft bestaan. De kans is dus groter dat de EU Donald Trump overleeft, dan andersom.

Dit stuk is tevens gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, 24 januari 2017, pagina 12. Nederlands Dagblad