Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Publicatie

Breng de maatschappij naar het gemeentehuis!

Gemeenteraden zitten in een lastig parket—of het nu gaat om het uitzetten van beleidslijnen, het controleren van het college van burgemeester en wethouders of het uitoefenen van hun brugfunctie tussen politiek en samenleving. De raadsleden hebben weinig tijd om met andere burgers contact te houden, ze moeten zich verdiepen in ingewikkelde dossiers als jeugdzorg. Vaak hebben ze te weinig informatie om wethouders goed weerwerk te bieden. Het wordt tijd dat raadsleden de hulp van burgers gaan inroepen.

Auteur Hans Vollaard & Hester van de Bovenkamp
Datum

Zorgen

In december 2015 rapporteerden wij hierover in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (zie ‘Decentralisatie en democratische vertegenwoordiging’). En onlangs uitte ook de Raad voor het Openbaar Bestuur zorgen over de toenemende druk op gemeenteraadsleden (zie ‘De verbindende rol van het raadslid in een vitale democratie’).

Contacten aanhalen

Ons idee is dat gemeenteraden met gerichte uitnodigingen de maatschappelijke contacten kunnen aanhalen én snel de informatie kunnen verzamelen om te sturen, ook in ingewikkelde dossiers. Gemeenteraden zitten in het nauw. Vaak zijn door enkele onderhandelaars de belangrijkste beleidslijnen al beklonken in een coalitieakkoord. De speelruimte voor gemeenteraden is verder beperkt door regionale afspraken en rijksregelingen.

Daarnaast domineren de colleges de besluitvorming, omdat zij meestal de beleidsvoorstellen maken. Ze hebben daar ook meer tijd en ambtelijke capaciteit voor. Bij gebrek aan tijd en capaciteit zijn gemeenteraden op hun beurt vooral afhankelijk van de informatie van colleges. Dat maakt het niet alleen lastiger om na te gaan of er nog andere beleidsopties zouden zijn. Zonder onafhankelijke informatiebronnen is het ook moeilijker checken of colleges hun werk wel goed doen.

Democratische ‘concurrentie’

Een ander probleem is dat gemeenteraden te maken hebben met ‘concurrentie’ van directe vormen van democratie. Zo kunnen gemeenteraden als de officiële volksvertegenwoordiging tegen andere spelers worden uitgespeeld. Dat gaat ook makkelijker nu gemeenteraden zich steeds moeilijker als volksvertegenwoordiging kunnen presenteren. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen daalt immers nog steeds, net als het aantal mensen dat actief is in partijen.

In antwoord op de afnemende legitimiteit van gemeenteraden zijn er voorstellen om hun rol nog verder te beperken, door meer ruimte te geven aan directe participatie en eigen initiatieven van burgers. Daarmee gaat echter iets belangrijks verloren. Gemeenteraden staan formeel voor het algemeen belang van alle burgers, terwijl mogelijkheden tot directe participatie en burgerinitiatieven vooral door een selecte groep burgers worden gebruikt.

Deze situatie ondermijnt de democratische waarde van gelijkheid. Bovendien zijn de contacten tussen maatschappij en colleges vaak informeel, waardoor deze geen onderdeel zijn van het publiek debat en er geen verantwoording over kan worden afgelegd.

Discussieplatforms

Als oplossing zouden gemeenteraden meer moeten functioneren als een openbaar discussieplatform. Ze zijn bij uitstek de plek om te discussiëren wat er met de gemeente moet gebeuren, ook omdat er soms nauwelijks serieuze lokale media zijn. In een openbaar debat kunnen ideeën en voorstellen stevig aan de tand worden gevoeld.

Er is wel werk aan de winkel voor gemeenteraden om een goed functionerend discussieplatform te worden. Ze kunnen steeds minder terugvallen op partijen voor de brugfunctie tussen maatschappij en politiek.

Gemeenteraden moeten daarom zelf actiever de dialoog met burgers en organisaties aangaan. Dat moeten ze niet alleen aan colleges overlaten. Bovendien moeten gemeenteraden dat vroegtijdig doen om niet door colleges met een dichtgetimmerd voorstel voor het blok te worden gezet. Op deze manier wordt ook duidelijker dat gemeenteraden niet slechts nog een hinderlijke hobbel aan het eind van het besluitvormingsproces tussen college en maatschappij zijn, maar de leidende spelers in het uitzetten van de beleidslijnen. De rol van politieke partijen is daarmee niet uitgespeeld in raadsdialogen. Zij kunnen zich juist profileren door bepaalde burgers en maatschappelijke organisaties uit te nodigen.

Zoals GroenLinks het onderwerp van ongelijkheid op de agenda van de Tweede Kamer zette door Thomas Piketty uit te nodigen, kunnen partijen zich op lokaal niveau onderscheiden door een milieuactivist, een zorgondernemer of hoteleigenaar uit te nodigen. In een openbare dialoog met burgers en organisaties kunnen op hun beurt andere partijen vragen stellen over de legitimiteit van de claims van deze personen en organisaties. Het voordeel van gericht uitnodigingsbeleid is dat niet alleen grote bekken of usual suspects zich laten horen, zoals bij participatieprojecten nog weleens het geval is. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat er binnen gemeenten allerlei burgers en organisaties zijn die goed weten wat er speelt, juist onder groepen burgers die zich niet laten zien bij verkiezingen en participatietrajecten.

Denk in het geval van de decentralisaties aan huisartsen, kerken, sleutelfiguren in de wijk en patiëntenorganisaties. Door tijdig, gericht en actief uit te nodigen, kunnen gemeenteraden zich dus meer profileren als de brug tussen politiek en maatschappij én zich effectief en snel laten informeren. Kortom, breng de maatschappij naar het Gemeentehuis!

TrouwDit artikel is tevens verschenen in dagblad Trouw (‘Nodig de huisarts eens uit in de raad’, zaterdag 21 mei 2016, pagina 29).