Proefschrift
Wie is een buitenlandse investeerder? Natuurlijke personen als beschermde investeerders in het internationaal investeringsrecht
Op 17 June 2026 verdedigde Kseniia Soloveva het proefschrift 'Wie is een buitenlandse investeerder? Natuurlijke personen als beschermde investeerders in het internationaal investeringsrecht'. Het promotieonderzoek is begeleid door Eric de Brabandere en Larissa van den Herik.
- Auteur
- Kseniia Soloveva
- Datum
- 17 juni 2026
- Links
- Wie is een buitenlandse investeerder? Natuurlijke personen als beschermde investeerders in het internationaal investeringsrecht
Dit proefschrift onderzoekt wie in aanmerking komt als een beschermde buitenlandse investeerder onder het internationale investeringsrecht, met de nadruk op natuurlijke personen. Het analyseert de veranderende rol van nationaliteit als het centrale criterium voor investeerdersbescherming, en laat zien dat de hedendaagse verdragspraxis steeds vaker alternatieve banden introduceert, zoals permanent verblijf. Speciale aandacht gaat uit naar dubbele nationaliteiten, vooral diegenen die zowel de nationaliteit van het thuis- als het gastland hebben. Bij gebrek aan duidelijke richtlijnen in verdragen hebben arbitrale tribunalen uiteenlopende benaderingen gevolgd.
De scriptie stelt dat in dergelijke gevallen, afhankelijk van de bewoordingen van het verdrag, de test van overheersende en effectieve nationaliteit de interpretatie van het verdrag zou moeten beïnvloeden. Deze scriptie gaat verder in op procedurele aspecten van het bepalen van de status van de investeerder, waaronder het bewijs van nationaliteit en de discretie die arbitrale tribunalen hebben bij het beoordelen van bewijs. Daarnaast wordt gekeken naar de grenzen van bescherming via de toepassing van de doctrine van misbruik van proces, met de focus op ‘nationaliteitsplanning’ door natuurlijke personen.
Hoewel wijzigingen in nationaliteit op zich niet illegitiem zijn, bespreekt dit proefschrift hoe bescherming kan worden geweigerd wanneer dergelijke wijzigingen op misbruikende wijze worden doorgevoerd om toegang tot arbitrage te verkrijgen. Deze analyse laat uiteindelijk zien dat er een balans nodig is tussen traditioneel internationaal investeringsrecht en progressieve benaderingen die de verdere ontwikkeling van het vakgebied bevorderen.