Universiteit Leiden

nl en

Oratie

Herijking van Uniestrafrecht

Europees strafrecht vraagt om hernieuwde grondslagen

Auteur
Jannemieke Ouwerkerk
Datum
18 april 2017

De Europese Unie begon in 1951 als een economisch samenwerkingsverband. En nog altijd is economische integratie een belangrijke doelstelling. Zo blijft de Europese Unie werken aan een interne markt met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. Dat zou immers bijdragen aan economische voorspoed voor alle lidstaten.

Gaandeweg heeft de Europese Unie ook bevoegdheden gekregen om regels uit te vaardigen op het gebied van strafrecht. Het gaat dan onder meer om de bevoegdheid om gelijkluidende (minimum)normen van straf(proces)recht te creëren en de bevoegdheid om afspraken vast te stellen voor samenwerking tussen EU-lidstaten bij de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en bij de tenuitvoerlegging van sancties. Deze bevoegdheden vinden hun grondslag nog altijd in de verdere ontwikkeling van economische samenwerking.

Maar tegenwoordig is de Europese Unie veel meer dan een economisch samenwerkingsverband. Dat roept de vraag op of die economische grondslagen nog wel houdbaar zijn en zo nee, waarop Europees strafrecht in de toekomst geënt zou moeten zijn. In haar oratie van 7 april 2017 heeft hoogleraar Europees strafrecht Jannemieke Ouwerkerk deze vragen aan de orde gesteld. Zij betoogt dat een economisch gefundeerd Uniestrafrecht niet langer houdbaar is en pleit voor normatieve grondslagen voor Uniestrafrecht. Een normatief gefundeerd Uniestrafrecht sluit beter aan bij wat de Europese Unie in de eerste plaats wil zijn: een gemeenschap van waarden en beginselen.