Universiteit Leiden

nl en

Proefschrift

Effectieve rechtsbescherming bij de verdeling van schaarse publieke rechten

Op 3 november 2016 promoveerde Jaap van Rijn van Alkemade op zijn proefschrift: 'Effectieve rechtsbescherming bij de verdeling van schaarse publieke rechten'. Zijn promotores waren Willemien den Ouden, Jaap Polak en Ymre Schuurmans.

Auteur
Jaap van Rijn van Alkemade
Datum
03 november 2016
Links
Het Leids Repositorium

De bestuursrechter wordt de laatste jaren steeds vaker geconfronteerd met geschillen over de verdeling van zogeheten ‘schaarse publieke rechten’. Schaarse publieke rechten zijn vergunningen, subsidies en andere publiekrechtelijke rechten waarvan de beschikbaarheid is beperkt door middel van een ‘plafond’ en waarnaar de vraag groter is dan het aanbod. Schaarse publieke rechten komen op uiteenlopende terreinen van het bestuursrecht voor. Enkele bekende voorbeelden van schaarse publieke rechten zijn: frequentievergunningen, kansspelvergunningen, concessies voor openbaar vervoer, NWO-subsidies en cultuursubsidies.

De verdeling van schaarse publieke rechten op de verschillende bijzondere terreinen van het bestuursrecht roept vanuit het perspectief van het algemeen bestuursrecht gemeenschappelijke vragen op. In deze studie staat een van deze gemeenschappelijke vragen centraal: de vraag of het bestuursprocesrecht van de Awb voldoende is toegesneden op de verdeling van schaarse publieke rechten. Het onderzoek heeft een praktische insteek en is vooral gericht op het identificeren van mogelijke knelpunten in de rechtsbescherming en het formuleren van oplossingen daarvoor.

Uit het onderzoek zijn vijf knelpunten naar voren gekomen: ketenbesluitvorming, de noodzaak om meerdere besluiten aan te vechten, de geringe controleerbaarheid van de uitkomsten van het verdeelproces, de beperkte mogelijkheden tot materieel rechtsherstel en de beperkte mogelijkheden tot schadevergoeding. In deze studie worden deze knelpunten beschreven en geanalyseerd en worden enkele  oplossingsrichtingen verkend. Waar nuttig en mogelijk is daarbij de vergelijking getrokken met de aanbesteding van overheidsopdrachten.