Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Lezing

Een bankloze toekomst?

Wim Mijs, Chief Executive van de Europese Bankenfederatie (EBF) reflecteerde 11 februari 2016 op de vraag 'Een toekomst zonder banken?' tijdens de tiende Hazelhoff Guest Lecture.

Auteur Wim Mijs
Datum

In een volle Lorentzzaal, met toehoorders variërend van studenten tot oud-medewerkers van het Ministerie van Financiën en medewerkers van ABN AMRO, vond op 11 februari 2016 de tiende Hazelhoff Guest Lecture plaats, georganiseerd door het Hazelhoff Centre for Financial Law. Spreker was Wim Mijs, Chief Executive van de Europese Bankenfederatie (EBF). Tussen 2007 en 2014 was Wim Mijs directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Hij is tevens alumnus van de Universiteit Leiden en lid van de Raad van Toezicht van onze faculteit.

Hoogleraar Financieel Recht Haentjens en de voorzitter van SBR verzorgden de inleiding, waarna Wim Mijs als vertegenwoordiger van de Europese bankensector zijn toehoorders meenam op een reis die medio jaren ’90 begint en eindigt met de voorgenomen oprichting van een Europese Kapitaalmarktunie en de digitale revolutie. Hij reflecteerde daarbij op de toekomstige maatschappelijke functie van banken en stelde zichzelf en het publiek de vraag: ‘Een bankloze toekomst?’

Rob Hazelhoff

Wim Mijs vangt aan met een citaat van Rob Hazelhoff, de eerste bestuursvoorzitter van ABN AMRO Bank en naamgever van het Hazelhoff Centre for Financial Law: ‘Toen ik twintig jaar geleden voorzitter was van de ABN, werden we door The Financial Timesuitgemaakt voor saai. Ik was daar wel blij mee, want als je saai bent vertrouwen bedrijven en pensioenfondsen jou hun geld toe. En let wel: het bankvak zelf is niet saai. Je moet er alleen dag en nacht van bewust zijn dat je een enorme verantwoordelijkheid hebt ten opzichte van je crediteuren.’ Dit beeld van Rob Hazelhoff als prototype bankier ‘oude stijl’ zet Wim Mijs af tegen het beeld van het bankiersvak zoals dat nu heerst: het beeld van de snelle en grijpgrage bankier.

Carrousel van schulden

De reis begint in de jaren ’90. Wim Mijs beschrijft een periode waarin de bomen groeiden tot in de hemel. Het grenzeloze optimisme leidde tot een kredietgedreven maatschappij en hoge schulden. De invoering van de euro leidde bovendien ertoe dat een aantal eurolanden ineens veel goedkoper geld aan kon trekken. Beleggers hadden plotseling evenveel vertrouwen in de Griekse, als in de Duitse economie. De burger vertrouwde zijn spaargeld toe aan DSB Bank of Icesave voor een hoge spaarrente. Tegelijkertijd verknoopten de financiële sectoren van de verschillende lidstaten nog meer door harmonisering van regels. Intussen werden in de VS hoge hypotheken aangeboden aan personen met een klein of zelfs geen inkomen. Deze ‘rommelhypotheken’ verkochten banken in pakketjes door en boden zij aan als veilige belegging over de gehele wereld. Ook veel banken en andere financiële ondernemingen investeerden in deze zogenaamd ‘veilige’ beleggingen. Dat alles ging goed tot 2008. Een aantal banken en verzekeraars, waaronder megabank Lehman Brothers, failleerde als gevolg van het instorten van de Amerikaanse hypotheekmarkt en andere moesten worden gered met miljarden euro’s belastinggeld.

Herstel van vertrouwen

Als gevolg van de financiële crisis hebben banken het vertrouwen van de politiek en het publiek verloren. Wim Mijs is in deze periode werkzaam bij de NVB en erkent dat iets moest gebeuren om het vertrouwen te herwinnen. Eerst verscheen op initiatief van de NVB het rapport ‘Naar herstel van Vertrouwen’ van de Adviescommissie Toekomst Banken. Daarop volgde de Code Banken en het meest recente wapenfeit is de bankierseed. Met de eed onderwerpen bankiers zich aan bancair tuchtrecht. Wim Mijs ziet een belangrijke rol weggelegd voor het tuchtrecht als het gaat om het weren van personen die niet in de sector thuishoren.

Parallel aan bovenstaande ontwikkelingen hebben zich ingrijpende veranderingen in het toezicht op banken voorgedaan als gevolg van de oprichting van de Europese bankenunie. Hiermee is onder meer het prudentiële toezicht op de grootste banken in de eurozone gecentraliseerd: van de nationale toezichthouders naar de Europese Centrale Bank (ECB). Om banken weerbaarder te maken tegen economische tegenwind zijn daarnaast de kapitaaleisen verscherpt.

Concurrentie: Kapitaalmarktunie en digitale revolutie

Naast de opkomst van strengere regelgeving, zijn twee grote ontwikkelingen gaande die het business model van de traditionele banken onder druk kunnen zetten: de Kapitaalmarktunie en de digitale revolutie. Beide ontwikkelingen leveren nieuwe concurrenten op. Zullen zij ‘de bank’ overbodig maken?

Met de Kapitaalmarktunie poogt de Europese Commissie een serieus alternatief te bieden voor bankfinanciering. In 2019 moet deze van start gaan. De Europese Commissie is van mening dat de Europese economie teveel leunt op de bankensector. Wim Mijs keert zich niet tegen dit standpunt, maar maakt wel een kanttekening. Voor toetreders zouden dezelfde spelregels moeten gelden als voor banken, mede gezien het strenge toezicht dat op de bankensector van toepassing is. Alleen op die manier kunnen banken met de nieuwkomers concurreren. Behalve concurrentie biedt de Kapitaalmarktunie de banken juist ook kansen. Banken kunnen een belangrijke rol vervullen bij de dienstverlening rondom kapitaalmarkttransacties.  Wim Mijs concludeert dat banken niet zullen verdwijnen als gevolg van de Kapitaalmarktunie.

De echte concurrentie voor banken komt volgens Wim Mijs uit een andere hoek: de digitale revolutie. Met bewondering kijkt Mijs naar hippe financiële start-ups zoals Bunq, de jongste bank van Nederland. Wim Mijs constateert echter ook dat deze start-ups over het algemeen slechts één stuk pakken van de value chain van een bank. Deze start-ups richten zich bijvoorbeeld exclusief op betaaldiensten, leningen of vastgoedfinanciering. Ze hebben hierdoor geen bankvergunning nodig, maar maken voor hun dienstverlening wel gebruik van de traditionele banken en zitten als het ware onder de motorkap. Deze bedrijven hebben dan ook niet de ambitie eenfull service bank te worden; de (vergunnings)regels zijn daarvoor te strikt en te omvangrijk. Ook Apple en Google, die zich eveneens richten op de financiële dienstverlening, hebben dat streven niet. Wim Mijs benadrukt dat ook de digitale revolutie niet het einde van de bank zal betekenen. Enerzijds investeren banken ook in digitale innovatie, anderzijds pakken start-ups slechts een onderdeel van de dienstverlening van een bank.

Privacy

Wim Mijs stelt wel dat we op onze hoede moeten zijn voor techgiganten als Apple en Google. De informatie die deze ondernemingen zouden kunnen verkrijgen bij hun financiële dienstverlening willen ze allicht exploiteren. Toen ING een tijdje geleden voorstelde de rekeninggegevens van haar klanten te gebruiken voor marketingdoeleinden was de wereld te klein. Wim Mijs waarschuwt dat we ons niet moeten laten leiden door de knuffelbaarheid en sterke branding van techbedrijven en dat we net als bij banken kritisch moeten blijven waar het onze privacy betreft.    

Kortom: een bankloze toekomst?

Wim Mijs is ervan overtuigd dat banken in algemene zin een toekomst hebben. Zijn voorspelling is wel dat banken die niet vernieuwen over een paar jaar niet meer zullen bestaan. Bij de Europese wetgever ligt de verantwoordelijkheid een gelijk speelveld te creëren voor banken en nieuwe toetreders. De rol van de bank in de samenleving zal veranderen, maar de bank als institutie zal blijven voortbestaan.