Universiteit Leiden

nl en

Publicatie

Remembering Terrorism: The Case of Norway

Als terrorismewetenschappers zijn we geïntrigeerd door diegenen die overgaan tot geweld. We onderzoeken hun motieven, tactieken, ideologieën, organisatiestructuren en de wegen die leiden naar (de)mobilisatie, in de hoop terrorisme beter te kunnen begrijpen en zo een manier te vinden om het tegen te gaan. Er wordt een stuk minder aandacht besteed aan wat er gebeurt nadat een aanval heeft plaatsgevonden.

Auteur
Jeanine de Roy van Zuijdewijn MA
Datum
30 september 2019
Links
ICCT

Terroristische aanslagen zijn een middel om een doel te bereiken; de reacties op terrorisme bepalen de impact die aanslagen kunnen hebben op samenlevingen. Een manier om de impact van terrorisme beter te begrijpen is door te bestuderen hoe samenlevingen omgaan met de herinneringen aan terroristische aanslagen. Dit Perspectief onderzoekt de situatie in Noorwegen na de aanslagen door Anders Behring Breivik op 22 juli 2011. Wat kunnen we leren over hoe samenlevingen reageren op terrorisme en hoe Noorwegen de aanslagen herdenkt en omgaat met de locaties waar deze aanslagen plaatsvonden? Dit perspectief bespreekt het herdenkingsproces in Noorwegen en zoomt daarbij in op een bezoek van de auteur aan het eiland Utøya in juni 2019 om te laten zien hoede leden van de jeugdafdeling van de Noorse Arbeiderspartij (AUF) eigen methodes gevonden hebben om met de aanslagen om te gaan.

De aanslagen

Op 22 juli 2011 even voor 15:30 parkeerde Breivik een busje voor het kantoor van Minister President Jens Stoltenberg in het staatskwartier van Oslo. Enkele minuten nadat hij was weggelopen, explodeerde het busje, waardoor 8 mensen in de direct omgeving kwamen te overlijden. Breivik reed vervolgens 35 km naar de kade die uitkijkt op het eilandje Utøya. Gekleed als een politieagent ging hij aan boord van de pont. Hij beweerde daar te zijn als beveiliging voor de leden van de AUF die op het eiland waren bijeengekomen voor hun jaarlijkse zomerkamp. In de daaropvolgende 72 minuten schoot Breivik 69 van de 564 aanwezigen dood. 33 van hen waren nog geen 18 jaar oud. De casus van het herdenken van de aanslagen in Noorwegen is bijzonder aangezien het gaat om een uiterst openbare locatie, gesitueerd in het centrum van Oslo, en een locatie die privé-eigendom is en die letterlijk is losgekoppeld van hetland. Het karakter van de locaties heeft grote invloed op de mogelijke en wenselijke manieren om de aanslagen te herdenken.

Het is een soort ongeschreven culturele norm geworden voor landen om monumenten op te richten om terroristische aanslagen te herdenken. Het National September 11 Memorial Museum in New York is waarschijnlijk het grootste een meest bekende voorbeeld, maar er zijn andere recente voorbeelden zoals het Atocha station in Madrid en het 7 July Memorial in Hyde Park in Londen. Het proces van beslissen of een monument opgericht wordt en de daaropvolgende keuze voor een ontwerp leiden vaak tot politieke en gevoelige discussies.

Dit was ook het geval in Noorwegen. De Noorse regering besloot maanden na de aanslagen dat er drie nationale herdenkingslocaties zouden worden ingericht: een op Utøya en twee in Oslo waarvan van één van tijdelijke aard zou zijn. De overheid schreef in 2014 een internationale competitie uit voor het ontwerp die werd gewonnen door de Zweedse kunstenaar Jonas Dahlberg. Het voorstel van Dahlberg omvatte een fysieke incisie door het vasteland in het dorp Sørbråten dat tegenover Utøya ligt en een permanente herdenkingslocatie, een amfitheater, in de stad Oslo. Het was vooral het eerste voorstel om een incisie te maken in het land en zo een gat van 3,5 meter te creëren dat de aandacht trok. Dahlberg betoogde dat het een 'poëtische breuk' moest verbeelden. De jury van de competitie stelde dat 'de leegte die gecreëerd werd het gevoel van onverwacht verlies gecombineerd met het voortdurende gemis en de herinneringen aan degenen die omkwamen opwekt. Het is een radicaal en moedig voorstel dat de tragische gebeurtenissen op een fysieke en direct manier oproept.' Het was de bedoeling dat de monumenten een jaar later op 22 juli 2015 onthuld zouden worden.

Je kunt de volledige (Engelstalige) publicatie lezen op de website van het ICCT

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie