Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Wende pakt dramatisch uit voor Oost-Duits hooglerarenkorps

Na de Duitse vereniging werd het hoger onderwijs in de voormalige DDR grondig hervormd. Welke gevolgen had dat voor de hoogleraren van de Humboldt Universiteit in Berlijn? Daarop promoveerde Adriaan in ’t Groen op maandag 29 juni.

Hervorming

Na de Wende werden 375 van de 550 hoogleraren aan de Humboldt Universiteit ontslagen.

De Duitse eenwording had grote gevolgen voor het hoger onderwijs in de voormalige DDR. Ook de Humboldt Universiteit, een paar honderd meter ten oosten van de muur, werd ingrijpend gereorganiseerd. Commissies, aangestuurd door de politieke leiding van Berlijn, hervormden de universiteit naar West-Duits model. Programma’s werden herzien, opleidingen gesloten en de gehele personele bezetting werd onder de loep genomen.

Rigoureus

Voor de zittende hoogleraren waren de gevolgen enorm. Alle hoogleraarsposten werden vacant gesteld, zodat zittende hoogleraren opnieuw op hun eigen functie moesten solliciteren. Na een rigoureus selectieproces werden 375 van de 550 hoogleraren ontslagen. Zij werden vervangen door andere Oost-Duitse en West-Duitse wetenschappers. Wetenschappers die daar voorheen weinig kans op maakten, werden benoemd tot hoogleraar, terwijl ontslagen hoogleraren met behulp van bijbaantjes hun wetenschappelijke werk voort probeerden te zetten. Een deel van de hoogleraren kon blijven zitten.

Winnaars en verliezers

Adriaan in ’t Groen is directeur van het Centrum Regionale Kennisontwikkeling van Campus Den Haag van de Universiteit Leiden, waar hij een programma leidt voor duaal promoveren, voor promovendi uit de beroepspraktijk.

De Wende kon voor de individuele wetenschapper dus goed of slecht uitpakken. In ’t Groen deelde de hoogleraren in drie categorieën in: overlevers, winnaars en verliezers. De ‘overlevers’ wisten hun hoogleraarspost te behouden; de ‘winnaars’ werden na de Wende tot hoogleraar benoemd, terwijl de ‘verliezers’ hun post juist verloren. Deze laatsten waren te nauw betrokken geweest bij de partij en de staat of ze werden bij de sollicitatieprocedure als kwalitatief minder beoordeeld dan hun collega’s uit West-Duitsland. 

Openhartig

In ’t Groen interviewde uitsluitend Ostprofessoren, hoogleraren die hun loopbaan in de DDR waren begonnen, en vroeg naar hun ervaringen met de Wende. De geïnterviewde hoogleraren bleken zeer openhartig; niemand weigerde een gesprek. In ’t Groen werd zelfs overstelpt met verzoeken om geïnterviewd te worden. ‘Ik kwam op het goede moment’, zo verklaart hij de interesse. ‘Het was vijftien jaar na de Wende en de tijd voor reflectie op de Wende was voor de betrokkenen net aangebroken. Wetenschappers waren zelf ook al begonnen om hun herinneringen aan die tijd op te schrijven.’

Maar er was nog een andere reden voor de bereidwilligheid. In ’t Groen: ‘Men vertelde me dat men tijdens de DDR, toen het moeilijk was wetenschap te bedrijven, veel hulp en steun had gekregen van collega’s uit Leiden. Nu wilde men wat terugdoen.’

Verliezers

De ‘verliezers’, die hun post door de Wende verloren, waren vaak overtuigd partijlid en hadden een leidinggevende functie in de partij en aan de universiteit. Zij waren zeer uit het veld geslagen, vertelt In ’t Groen. ‘Deze hoogleraren hadden zich vaak met de beste bedoelingen achter het socialistische systeem geschaard. Ze hadden het Duitsland van Hitler meegemaakt en wilden een herhaling daarvan voorkomen. Maar na de Wende bleken ze de verkeerde keuze gemaakt te hebben.’ Velen zijn nog altijd verbitterd en vinden dat hun onrecht is aangedaan. Wetenschap is altijd afhankelijk van de staat, menen ze, of dat nu Nazi-Duitsland, de DDR of het verenigde Duitsland is.

Overlevers

De ‘overlevers’ wisten de hoogleraarspost die ze tijdens de DDR bekleedden na de Wende te behouden. ‘Sommigen van hen vinden dat ze gewoon geluk hebben gehad’, zegt In ’t Groen. ‘Ze werkten op een vakgebied dat niet politiek gekleurd was.’ Hoogleraren uit de bètadisciplines behielden dan ook vaker hun baan dan hun collega’s bij de alfa- en gammawetenschappen.

De overlevers waren vaak ook pragmatisch in hun omgang met het regime en zien positieve en negatieve kanten bij zowel DDR als het verenigd Duitsland. Karakteristiek voor hen was de uitspraak: ‘Vroeger hadden we het dictaat van de ideologie, maar nu hebben we het dictaat van het geld.’

Winnaars

De ‘winnaars’, die in de DDR door hun houding tegenover het regime geen carrière hadden kunnen maken, werden na de Wende op een van de vacante posten benoemd. Toch waren deze hoogleraren geenszins triomfantelijk, zegt In ’t Groen. ‘Ze voelden zich eerder ongemakkelijk. Ze hadden hun baan vaak te danken aan het ontslag van hun collega’s, soms zelfs hun leermeester. Ook hadden ze, zelf immers opgeleid in de DDR, grote moeite om in het westerse universitaire onderwijs- en onderzoekssysteem te functioneren.’

Massabedrijf

De geïnterviewde professoren, ook de verliezers, zijn het erover eens dat de hervorming veel goeds heeft gebracht, met name voor het onderzoek. Al snel na de Wende wist de universiteit studenten en wetenschappers uit het voormalige West-Duitsland te trekken en na enkele jaren van stagnatie steeg de onderzoeksproductie snel. Maar de geïnterviewden zien ook wat verloren is gegaan: er is weliswaar meer vrijheid, maar ook meer bureaucratie. En er zijn meer studenten, maar die zijn veel minder gemotiveerd. De wetenschappelijke samenwerking in groepen waarvan zowel studenten als hoogleraren en andere wetenschappers deel uitmaakten, is verdwenen en het hoge studierendement zakte als een baksteen naar westerse waarden. De universiteit is een massabedrijf geworden.

In het najaar verschijnen een Nederlandse en een Duitse editie van het proefschrift bij Leiden University Press. 

Adriaan in ‘t Groen, De Wende en Humboldts erfenis: de utopie voorbij. De gevolgen van de Duitse vereniging voor de beroepspraktijk van Ostprofessoren van de Humboldt-Universität zu Berlin
Promotie: Maandag 29 juni
Faculteit: Geesteswetenschappen
Promotoren: Prof.dr. W. Otterspeer en prof.dr. A. Visser

 

(30 juni 2009/Annemarike Stremmelaar)