Advocaat familierecht Nickie Groen: ‘Ik heb mijn roeping gevonden’
Alumni interview
Nickie Groen volgde in 2012 als een van de eerste studenten de master Jeugdrecht in Leiden. Inmiddels is ze ruim dertien jaar advocaat familie- en jeugdrecht. Begin september verzorgde ze het openingscollege van haar oude master.
Hoe was het om terug te zijn op de faculteit?
‘Heel leuk, maar ook een beetje gek. Het was confronterend om weer in zo'n zaal te staan, maar nu voor de groep in plaats van ertussen te zitten. Ik kon me goed voorstellen hoe het is om daar te zitten en voelde de spanning van de mensen die net beginnen.’
Jij volgde in 2012 dezelfde master aan onze faculteit. Wat sprak je destijds aan in die studie?
‘Tijdens mijn bachelor deed ik het keuzevak familie- en jeugdrecht. Bij de meeste andere vakken vond ik de stof niet zo praktisch, maar jeugdrecht staat juist midden in de maatschappij. Dat sprak me vooral aan: je praat niet alleen over een zaak of een onderneming, je bent bezig met mensen en hun persoonlijke problemen. Het raakt kinderen, en dat vind ik heel belangrijk.’
Wist je vanaf het begin van je studie al dat je iets wilde doen binnen het familierecht?
‘Dat kwam eigenlijk pas na dit keuzevak, toen merkte ik dat mijn passie hier lag. Ik was wel altijd al maatschappelijk betrokken: ik organiseerde zomerkampen voor kinderen met moeilijke thuissituaties en deed advieswerk bij Kinder- en Jongerenrechtswinkel in Leiden.’
Hoe kwam je in de advocatuur terecht?
‘In eerste instantie wilde ik nooit advocaat worden. Dat associeerde ik te veel met de Zuidas. Vlak voor mijn afstuderen kreeg ik een kijkje in de keuken bij een advocaat die gespecialiseerd was in het jeugdrecht. Ik zag dat zij mensen hielp die tegen echte problemen aanliepen, op een normale toon en juist op momenten dat haar cliënten door de bomen het bos niet meer zagen. Dat veranderde mijn blik: dit paste juist bij mij. Inmiddels, dertien jaar later, weet ik dat ik mijn roeping heb gevonden.’
Je behandelt ook zaken buiten traditionele gezinssituaties, zoals draagmoeder- en meerouderschap. Wat drijft je om je juist ook op die complexere gezinsvormen te richten?
‘Voor deze gezinsvormen is nog weinig wetgeving. Dat maakt het uitdagend en interessant, want je kunt er echt iets aan toevoegen. Daarnaast speelt mijn persoonlijke situatie mee: mijn man is de donor van de kinderen in het gezin van zijn zus. Toen hij dat tien jaar geleden vertelde, dacht ik meteen: dat is juridisch heel interessant. Wie ben je dan, welke rechten heb je, en gaat het kind ooit weten dat het van jou afstamt? Omdat er nog weinig over bekend is, kun je hier veel betekenen.’
Wat vind je het meest waardevolle onderdeel van je werk?
‘Het menselijke contact. Ik kan mensen bijstaan en hun het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan, terwijl ze te maken hebben met ingrijpende gebeurtenissen, zoals een scheiding of uithuisplaatsing. Ik ben in die periode een steunpilaar en denk mee over een oplossing. Lukt het niet om het positief op te lossen, dan hebben ze in elk geval het idee dat er iemand naast hen heeft gestaan en voor hen heeft gestreden.’
Wat is je mooiste herinnering uit je tijd in Leiden?
‘Het afstuderen zelf was mooi, maar mijn afstudeerborrel was het hoogtepunt. Die hield ik bij Augustinus, waar ik lid ben geweest. Iedereen die tijdens mijn studie belangrijk voor me was, stond daar, ook mijn ouders en familie uit Friesland, die niet vaak naar Leiden kwamen. Zij hoorden de verhalen over wat ik in mijn studietijd had uitgespookt, verwoord in liedjes en dergelijke. Dat ik toen ook echt mijn diploma had, was de kers op de taart.’
Tot slot: welk advies zou je huidige studenten meegeven?
‘Dat je met enthousiasme en doorzettingsvermogen heel ver kunt komen. Ontdek waar je passie ligt, kijk hoe die aansluit bij een werkgebied en gebruik je studietijd daarvoor. Als je je doel voor ogen houdt, bereik je wat je wilt.’