Protestgeweld in Frankrijk: de rol van politiek, politie en protestcultuur
Actueel beeld: Thibaud Moritz (ANP)
Waarom worden protesten gewelddadig en welke invloed heeft het politieoptreden? Protesten in Frankrijk roepen vragen op over de politieke motieven achter demonstraties, de rol van de politie en het risico op verdere polarisatie.
Mischa Dekker, universitair docent en Don Weenink, hoogleraar Geweld en Ordehandhaving zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Violence and Violence Prevention van het Institute of Security and Global Affairs (ISGA). Zij leggen uit hoe politiek, politieoptreden en protestcultuur de protesten in Frankrijk beïnvloeden en waarom sommige protesten gewelddadig worden.
Politieke motieven verdienen meer aandacht
In de media gaat de aandacht vaak uit naar geweld en vandalisme, terwijl de politieke motieven achter demonstraties minder aandacht krijgen. Tijdens de protesten tegen de Franse pensioenhervormingen ging het onder meer om verzet tegen de hervormingen en het gebruik van artikel 49.3 van de grondwet om deze zonder stemming in de Nationale Vergadering door te voeren. Demonstranten uitten ook bredere zorgen over politieke vertegenwoordiging en sociale ongelijkheid.
Geweld verklaren vanuit een ‘gebrek aan gezag’ zegt op zichzelf weinig. Wiens gezag wordt betwist? Hoe wordt dat ondermijnd? En hoe leidt dat tot geweld? Onderzoek naar wat mensen motiveert om aan protesten deel te nemen, laat zien dat ideologische overtuigingen, gevoelens van onrecht en zich politiek ongehoord voelen alsmede opvattingen over de legitimiteit van geweld hun deelname en gedrag kunnen beïnvloeden. ‘Dit betekent niet dat geweld een legitiem of onvermijdelijk gevolg is van deze onvrede. Het betekent wel dat een analyse die zich uitsluitend richt op openbare orde en gezag belangrijke verklarende factoren over het hoofd ziet’, leggen Dekker en Weenink uit.
De onderzoekers stellen dat geweld en vandalisme niet mogen worden geaccepteerd als politieke middelen in een democratische rechtsstaat. Maar wie de betrokkenen wegzet als ‘tuig’ of ‘relschoppers’, gaat voorbij aan de onvrede die zij mogelijk uiten. Mensen die geweld gebruiken, kunnen politieke motieven hebben naast andere drijfveren, zoals spanning of het gevoel tijdelijk de stad in handen te hebben.
De republikijnse paradox: politieoptreden op afstand[
De Franse politie richt zich bij demonstraties van oudsher op het beheersen van de menigte op afstand. Volgens Dekker en Weenink komt deze aanpak deels voort uit een Republikeinse opvatting van de staat: een neutrale bewaker van de openbare orde die zich niet mengt in de politieke activiteiten van burgers. ‘Deze aanpak, waarbij afstand wordt gecreëerd, kan echter direct contact tussen politie en demonstranten belemmeren’, leggen de onderzoekers uit.
Afstand houden kan het ook moeilijker maken om vreedzame demonstranten van gewelddadige groepen te onderscheiden. Traangas inzetten tegen een hele menigte, in plaats van met demonstranten te praten en gewelddadige groepen te isoleren, kan ook bij vreedzame demonstranten angst en vijandigheid oproepen. Het kan bovendien het geweld van een kleine groep verder doen escaleren. De onderzoekers plaatsen deze aanpak in een bredere ontwikkeling waarbij de politie minder regelmatig contact heeft met buurtbewoners. Daaronder valt ook de afbouw van de buurtgerichte politiezorg, de police de proximité, onder Nicolas Sarkozy.
De paradox is dat afstand houden bedoeld is om de orde te bewaren en de zelfstandigheid van demonstranten te respecteren. Onder bepaalde omstandigheden kan die afstand juist bijdragen aan misverstanden, angst, vijandigheid en toenemend geweld. Daarbij gaan mogelijkheden om de situatie te de-escaleren verloren.
Een traditie van confronterend protest
Frankrijk kent een lange geschiedenis van confronterende straatprotesten: van mei 1968, de rellen van 2005 tot de demonstraties van de gelehesjes die begonnen in 2018 en de protesten tegen de pensioenhervormingen in 2023. Een IFOP-peiling uit maart 2023 vroeg naar opvattingen over geweld tijdens de demonstraties tegen de pensioenhervormingen. Van de respondenten was 35% het eens met de stelling dat gewelddadige acties soms nodig zijn om een zaak of ideeën verder te brengen. Onder aanhangers van La France insoumise, de radicaal-linkse partij van Jean-Luc Mélenchon, was dat 60%.
Dekker en Weenink merken op dat deze resultaten moeilijk te vergelijken zijn met opvattingen in Nederland. Toch laten ze zien dat niet iedereen geweld als protestmiddel in deze Franse context afkeurde, hoewel de meerderheid van de respondenten het niet eens was met de stelling.
Geweld kan politieke tegenstellingen versterken
Wanneer confrontaties tussen politie en demonstranten escaleren, kunnen beelden van politiegeweld en vandalisme het wederzijdse wantrouwen vergroten en politieke tegenstellingen aanscherpen. Dekker en Weenink beschrijven een mogelijk gevolg: ‘Een zichzelf versterkende cyclus van confrontatie, repressie en polarisatie kan de ruimte voor vreedzame politieke bemiddeling verkleinen.’
Om protestgeweld te begrijpen, is daarom aandacht nodig voor politieke motieven, politieoptreden en de bredere maatschappelijke context. Deze factoren onderzoeken betekent niet dat geweld wordt gerechtvaardigd. Het helpt te verklaren hoe geweld kan ontstaan en waar mogelijkheden om de situatie te de-escaleren verloren kunnen gaan.