Van Haagse collegebank naar Europese onderhandelingstafel
Iedere week onderhandelt diplomaat Nana Salim in Brussel voor Nederlandse belangen in het Europese beleid richting het Midden-Oosten en dat kan er stevig aan toe gaan. ‘Specifiek op Iran is Nederland heel actief’, vertelt de alumnus Security Studies.
De weg naar Brussel begon voor haar in 2016 in Den Haag, de stad waar ze ook opgroeide. Na een jaar Internationale Betrekkingen stapte ze over naar de studie Security Studies die in 2017 begon aan de Campus Den Haag. Het werken met casestudy’s, concrete voorbeelden, sprak Salim erg aan.
‘Ik kan me nog een case study over Syrië herinneren. Dat was in 2017, op het hoogtepunt van Islamitische Staat, en dat was elke dag in het nieuws. De theorieën werden ons nog steeds uitgelegd, maar op een manier waarbij je het meteen in de praktijk bracht.’
Combinatie van twee steden
Hoewel ze in Den Haag studeerde, woonde ze in een studentenhuis in Leiden en dook daar ook het studentenleven in. Het lidmaatschap van studentenvereniging Augustinus duurde maar een jaartje: ‘Wel leuk’, maar niet haar ding. Juist de combinatie van Nederlandse vrienden in Leiden en de internationale gemeenschap in Den Haag gaf haar een rijk sociaal leven. ‘Omdat ik in het eerste jaar van Security Studies zat, hebben we ook zelf een studievereniging opgezet en veel dingen georganiseerd om iedereen Den Haag te laten leren kennen.’
Aan de master Crisis and Security Management heeft ze minder goede herinneringen. Maar dat komt vooral door de start van de Covid-pandemie. ‘Bijna alles vanuit huis en met veel mensen in een call.’ Na een master Midden-Oostenstudies in Amsterdam kreeg Salim een plek in het Rijkstraineeprogramma, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een jaar later solliciteerde ze op de functie van afgevaardigde voor het Midden-Oosten bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland binnen de Europese Unie.
Sanctiepakketten tegen Iran
‘In ons gebouw werken meer dan 120 mensen. Je moet het zien als een soort Nederlandse ambassade bij de Europese Unie.’ Salim onderhandelt over de Nederlandse belangen binnen het Europese beleid richting Irak, Iran, de Golfstaten en Jemen. ‘Op dit moment gaan de gesprekken bijvoorbeeld over sanctiepakketten die we aannemen tegen Iran, maar ook over de voorbereiding van een top met de regeringsleiders van de Golfstaten.’
Over de inhoud van onderhandelingen mag ze niets zeggen. Soms zijn die zo geheim dat er zelfs geen laptop mee naar binnen mag. ‘Dan zitten we echt met pen en papier in de zaal’, vertelt Salim. ‘En dan kan het er echt stevig aan toe gaan. Ik probeer altijd zo goed mogelijk voorbereid te zijn, zodat ik niet voor verrassingen kom te staan.’ Op andere dagen, zoals vandaag, is haar werk meer ontspannen. ‘Ik heb een gesprek voorbereid tussen onze ambassadeur en de ambassadeurs van de Golfstaten.’
In buitenland blijven
Het ministerie van Buitenlandse Zaken werkt met zogenaamde plaatsingen. Medewerkers mogen maximaal vier jaar op een post werken. ‘Ik zit hier tot maximaal 2029 en dan moet ik weg of rouleer ik naar een andere plek. Ik zou wel graag in het buitenland blijven werken, want het is heel bijzonder om Nederland te mogen vertegenwoordigen als diplomaat.’