Van omstander naar medestander: de rol van mannen bij straatintimidatie
Sinds juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar in Nederland. Waar straatintimidatie jarenlang vooral werd benaderd als een verstoring van de openbare orde, wordt het nu nadrukkelijker gezien in samenhang met seksisme, genderongelijkheid en geweld waarvan met name vrouwen slachtoffer worden.
Hoe wordt dit gedrag aangeleerd, genormaliseerd of juist begrensd? En wat maakt dat je die sociale verhoudingen kunt beïnvloeden? We spraken erover met Mischa Dekker.
‘Waarom kijk je mij aan?’
Straatintimidatie kwam 15 jaar geleden op de politieke agenda als ‘verstoring van de openbare orde’ en werd vaak gekoppeld aan jonge mannen met een migratieachtergrond. Tegelijkertijd plaatsten feministische organisaties en beleidsmakers in Frankrijk straatintimidatie juist binnen het bredere kader van seksisme, genderongelijkheid en geweld tegen vrouwen. Actuele cijfers laten zien dat ruim een op de drie jonge vrouwen seksueel werd geïntimideerd, tegenover een op de twaalf mannen. Ook LHBTIQ+ personen, mensen met een beperking en mensen die zichtbaar religieus zijn, worden relatief vaak lastiggevallen op straat. Het gevolg voor jonge vrouwen is dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen: risico’s inschatten, voorzorgsmaatregelen nemen en plekken gaan mijden.
Misstanden brachten gesprek op gang
Dekker: ‘Onderzoeksresultaten worden tegenwoordig actiever meegenomen in het maatschappelijk debat. Actieve en onafhankelijke feministische bewegingen hebben het debat over gendergerelateerd geweld verbreed, net als misstanden rond bijvoorbeeld MeToo en The Voice of Holland. Hierdoor is er in beleid meer aandacht voor geweldplegers uit alle lagen van de bevolking.’
Ook gespecialiseerde overheidsorganen voor gendervraagstukken dragen bij aan beleid waarin gender nadrukkelijker wordt meegenomen. In landen als Spanje en Nieuw-Zeeland is gendergelijkheid een afzonderlijk beleidsterrein, met een eigen overheidsstructuur. Ook sommige steden kiezen hiervoor. Zo heeft Wenen een afdeling gendermainstreaming en een wethouder met vrouwenbeleid in de portefeuille.
De gevolgen van framing
Dekker: ‘De koppeling aan ras en migratie maakt het moeilijker om mannen aan te spreken en te betrekken bij straatintimidatie. Beleidsmakers en professionals proberen beeldvorming te vermijden om stigmatisering van mannen van kleur te voorkomen. Het rechtstreeks aanspreken van mannen wordt ongemakkelijk.’ Campagnes bestaan uit niet-menselijke plegers in de vorm van predatoren of schaduwen, waardoor het probleem abstract wordt en mannen zich er niet (meer) in herkennen. Een veilige politieke keuze is de focus verleggen naar het slachtoffer: wat kunnen ze doen om weerbaarder te worden? Overeenstemming hierover is gemakkelijker te verwezenlijken dan het gedrag van de pleger aan te passen. Dekker: ‘Dit veroorzaakt een paradox: mannen worden vaker genoemd als onderdeel van de oplossing, maar hun verantwoordelijkheid wordt afgezwakt, verschoven of geabstraheerd.’
Volgens Dekker werkt voorlichting wanneer die aansluit bij de leefwereld van verschillende groepen en ruimte biedt voor gesprek en herkenbare situaties. Meer over hoe framing en sociale achtergrond beïnvloeden of jongens verantwoordelijkheid nemen, lees je in het eerdere interview ‘Van straatintimidatie tot machtsmisbruik: de sociale dynamiek achter gendergerelateerd geweld’.
Digitale invloeden
Online denkbeelden van mannelijke influencers werken door in het dagelijks leven van jongeren via seksistische opmerkingen en het niet serieus nemen van vrouwelijke docenten. Die onlinewereld loopt soms direct over in de offlinewereld: jonge mannen filmen zichzelf terwijl ze jonge vrouwen op straat aanspreken en gaan daarin steeds verder in het opzoeken van grenzen voor views op social media.
Ook tradwife-content, waarin een traditionele rolverdeling met de vrouw als huisvrouw en moeder wordt geïdealiseerd, bereikt een miljoenenpubliek. Een ogenschijnlijk nostalgisch, perfect gezinsleven is populair. Het probleem zit hem niet in deze levensstijl an sich, maar in bepaald gedrag. Dekker: ‘Hier vindt veel victim-blaming plaats, ook wordt gendergerelateerd geweld vaak volledig buiten de eigen groep geplaatst. In Nederland zie je dat radicaalrechtse influencers zoals Eva Vlaardingerbroek deze thema's inzetten om te pleiten voor het sluiten van de grenzen.’
Sociale processen doorbreken
Wetgeving stelt een belangrijke norm, maar verandert de sociale processen achter grensoverschrijdend gedrag niet direct. Daarvoor zijn ook interventies nodig die mannen aanspreken. Zo worden binnen het Utrechtse onderwijs positieve mannelijke rolmodellen ingezet om opvattingen over mannelijkheid bespreekbaar te maken. Jongeren onderzoeken welk gedrag grensoverschrijdend is en welke vormen van mannelijkheid bijdragen aan een respectvolle en gelijkwaardige omgang. Dekker legt uit: ‘Hun kracht is dat zij een verbindende factor kunnen zijn naar een specifieke doelgroep vanuit een gemeente of organisatie. Omdat een boodschap als extern kan worden ervaren, maar door een rolmodel de verbinding kan maken met de normen en ideeën van een doelgroep, wel serieus wordt genomen. De aansluiting op de ervaringen en identiteit van de groep is van belang.’
Als normen verschuiven
Volgens Dekker moeten we niet alleen kijken naar wie wat heeft gedaan, maar ook naar de context ervan. Dekker: ‘Ideeën over mannelijkheid en seksualiteit, status, groepsloyaliteit en hiërarchie kunnen bepalen welk gedrag wordt getolereerd, wie een ander aanspreekt en wie wegkijkt. Ook binnen organisaties kunnen afhankelijkheid en angst voor reputatieschade ertoe leiden dat grensoverschrijdend gedrag niet wordt gemeld en patronen lang onzichtbaar blijven.’
Zonder stigma, maar niet zonder verantwoordelijkheid
Mannen betrekken bij de aanpak van gendergerelateerd geweld vraagt om een balans: ruimte voor gesprek zonder directe veroordeling, maar met duidelijke verantwoordelijkheid voor gedrag en gevolgen. Dekker: ‘Vooral interventies die gendernormen bespreken, vaardigheden oefenen en aan (zelf)reflectie doen, hebben effect.’ Daarbij gaat het niet alleen om de vraag wie grensoverschrijdend gedrag vertoont, maar ook om welke rol mannen spelen wanneer zij het zien, goedpraten of begrenzen. Door het óók als mannenprobleem te benaderen, ligt de verantwoordelijkheid voor preventie niet langer hoofdzakelijk bij vrouwen. Pas wanneer mannen zichzelf herkennen als onderdeel van het vraagstuk én van de oplossing, kunnen onderliggende patronen worden doorbroken.
Hoe herken je gendergerelateerd geweld en wat kun je er als professional tegen doen? In de cursus Gendergerelateerd Geweld verdiep je je in actuele thema’s als straatintimidatie, coercive control en femicide. De volgende editie start in december 2026.
Bekijk de cursus