Universiteit Leiden

nl en

Antisociaal gedrag en het jongerenbrein: inzichten uit het grootste hersenonderzoek ooit

Wat gebeurt er in het brein van kinderen en jongeren die vaak boos, opstandig of agressief zijn? Het grootste hersenonderzoek ooit laat zien dat deze gedragsproblemen samenhangen met subtiele verschillen in hersenstructuur. Dr. Moji Aghajani van het Instituut Pedagogische Wetenschappen is een van de hoofdonderzoekers van de studie. Hij legt uit waarom deze bevindingen zo belangrijk zijn.

Wat is antisociaal gedrag?

Voor deze studie analyseerden de onderzoekers MRI-hersenscans van ruim 14.000 jongeren uit achttien deelnemersgroepen wereldwijd. Het onderzoek borduurt voort op een studie uit 2024 naar hetzelfde thema.

Hieruit kwam naar voren dat antisociale gedragsproblemen samenhangen met verschillen in hersenstructuur. Maar waar hebben we het eigenlijk over, als het gaat over dit soort gedrag?

‘Antisociale gedragsproblemen komen veel voor bij kinderen en jongeren.Ze kunnen variëren van prikkelbaarheid en ongehoorzaamheid tot agressief of norm-overschrijdend gedrag. Als zulke problemen ernstig en langdurig zijn, kan de diagnose antisociale gedragsstoornis worden vastgesteld’, vertelt Aghajani.

'Maar de meeste jongeren passen niet netjes in zulke diagnostische hokjes. Antisociale gedragsproblemen zijn geen alles-of-niets verschijnsel’, zegt de onderzoeker. Ze komen voor in gradaties. ‘Daarom wilden we onderzoeken hoe verschillen in gedrag, van mild tot ernstig, samenhangen met verschillen in het brein.’

Meer dan alleen een diagnose

Veel eerder hersenonderzoek richtte zich op jongeren met een officiële diagnose antisociale gedragsstoornis. Dat is belangrijk, maar geeft vooral inzicht in de meest ernstige groep.

In deze nieuwe studie kozen de onderzoekers voor een bredere benadering. Zij onderzochten antisociale gedragsproblemen als een glijdende schaal: hoe meer problemen een jongere laat zien, hoe sterker bepaalde hersenkenmerken mogelijk veranderen.

Daarvoor werden gegevens samengebracht van ruim 14.000 jongeren tussen de vijf en 21 jaar uit twaalf landen en vier continenten.

De studie werd uitgevoerd binnen het ENIGMA Antisocial Behavior Consortium. Dit internationaal samenwerkingsverband, mede opgericht en geleid door Aghajani, brengt onderzoekers van over de hele wereld samen om hersenonderzoek naar antisociaal gedrag betrouwbaarder en preciezer te maken.

Kleine verschillen, groot probleem

De onderzoekers vonden dat ernstigere gedragsproblemen samenhingen met een iets kleinere hersenoppervlakte, dunnere hersenschors, en kleinere volumes van diep-gelegen hersengebieden zoals de amygdala en hippocampus. Deze veranderingen in hersenstructuur spelen mogelijk een rol bij emotieverwerking, geheugen, empathie, en besluitvorming.

De gevonden effecten waren echter relatief klein. Dat betekent dat je op basis van een hersenscan niet kunt voorspellen of een individuele jongere antisociale gedragsproblemen heeft.

Toch is het patroon wetenschappelijk zeer belangrijk. ‘We zien geen groot afwijkend breingebied dat alles verklaart’, zegt Aghajani.

‘Het gaat om subtiele verschillen, verspreid over meerdere hersensystemen. Dat past bij het idee dat gedragsproblemen complex zijn en niet door één enkel hersengebied worden veroorzaakt.’

Jongens en meisjes verschillen

Een opvallende bevinding is dat de verbanden niet voor iedereen hetzelfde waren. Bij jongens waren gedragsproblemen vooral gekoppeld aan een kleinere hersenoppervlakte.

Bij meisjes kwamen sommige verbanden juist sterker naar voren in de dikte van de hersenschors. Ook leeftijd speelde een rol: sommige verbanden waren sterker bij jongere kinderen.

Daarnaast onderzochten de wetenschappers psychopathische trekken, zoals sterk verminderd schuldgevoel of empathische betrokkenheid, en zagen dat deze trekken de verbanden tussen gedragsproblemen en hersenstructuur beïnvloeden.

Volgens de onderzoekers onderstreept dit dat gedragsproblemen verschillende ontwikkelingsroutes kunnen hebben. ‘We moeten voorzichtig zijn met één algemene verklaring’, zegt Aghajani. ‘Sekse, leeftijd en individuele psychologische kenmerken van jongeren doen ertoe.’

Wat betekent dit voor hulp en behandeling?

De resultaten sluiten aan bij een bredere beweging in de jeugdpsychiatrie en ontwikkelingspsychologie: niet alleen kijken naar diagnoses, maar ook naar individuele verschillen en variaties in symptomen.

Dat kan helpen om beter te begrijpen waarom sommige kinderen tijdelijk lastig gedrag laten zien, terwijl anderen langdurige en ernstige problemen ontwikkelen.

De studie laat ook zien dat bestaande theorieën over antisociale gedragsproblemen mogelijk tekortschieten.

Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat de bevindingen niet direct toepasbaar zijn in de kliniek. De hersenverschillen die naar voren komen in de studies zijn nog te klein om individuele diagnoses te stellen of behandelingen op te baseren.

Wel kunnen ze helpen om betere modellen te ontwikkelen van hoe antisociale gedragsproblemen ontstaan en zich ontwikkelen.

Subtiele patronen, belangrijke inzichten

‘Dit onderzoek laat zien dat gedragsproblemen samenhangen met het brein, maar op een subtiele en brede manier’, zegt Aghajani. ‘Dat inzicht kan uiteindelijk bijdragen aan betere preventie en interventie, vooral als we beter begrijpen welke jongeren op welk moment kwetsbaar zijn.’

Volgens Aghajani sluit deze studie ook goed aan bij een bredere verschuiving binnen het veld. ‘Weg van kleine, geïsoleerde studies en richting wereldwijde samenwerkingen die subtiele maar betrouwbare patronen in brein, biologie en gedrag kunnen blootleggen.'

De studie verscheen onlangs in het toonaangevende Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.