Universiteit Leiden

nl en

De aanpak van femicide is een keiharde mensenrechtelijke verplichting

Op donderdag 22 januari stond tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van Honours College Law een urgent en actueel thema centraal: femicide. Ervaringsdeskundige Anne-Marije van den Bersselaar en universitair docenten Mojan Samadi en Ellen Gijselaar belichtten het onderwerp vanuit persoonlijke en juridische perspectieven.

In Nederland sterft elke acht dagen een vrouw door geweld. In ongeveer de helft van deze gevallen is de (ex-)partner de verdachte. In 2021 werd de zus van Anne-Marije, Clarinda van den Bersselaar, op klaarlichte dag vermoord door haar ex-partner. Als nabestaande doet Van den Bersselaar onderzoek naar relationeel geweld en media-representatie. Daarnaast is zij ambassadeur bij Sterk Huis, een organisatie die zich inzet voor een veilige thuissituatie.

Ze vindt het belangrijk het verhaal van haar zus te blijven vertellen. Niet omdat het uitzonderlijk is, maar juist omdat zij één van de velen is. Clarinda werkte als Raadonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming en had in theorie alle kennis om zichzelf hiertegen te beschermen. Een belangrijke vraag in haar verhaal is waarom dit dan toch niet lukte.

Intieme terreur

Volgens Van den Bersselaar werd haar zus slachtoffer van intieme terreur, een ernstige vorm van partnergeweld dat zich kenmerkt door een patroon van controle en dwang. Binnen tweeënhalf jaar ontwikkelde haar leven zich van verliefdheid en een relatie, via samenwonen en zwangerschap, naar gewelddadige mishandeling, meerdere vluchtpogingen en het verbreken van de relatie wat uiteindelijk leidde naar haar moord.

‘Het viel mijn ouders en mij op dat zij in die periode steeds geïsoleerder en onbereikbaarder werd’, vertelt Van den Bersselaar. Zij wijst daarbij op de zogenoemde rode vlaggen: voortekenen van geweld tegen vrouwen die in veel gevallen overeenkomsten vertonen. In het geval van haar zus werd ze vanaf het begin van de relatie ingepalmd, gemanipuleerd en afhankelijk gemaakt. Het fysieke geweld volgde tijdens de zwangerschap. ‘Op dat moment kwam de machtsongelijkheid in de relatie duidelijk naar voren. Een kind vraagt om meer aandacht, waardoor hij niet langer de totale controle over mijn zus had.’

Paradoxale dankbaarheid

‘Waarom ze dan toch bij hem bleef, is een vraag die vaak wordt gesteld’, zegt Van den Bersselaar. Volgens haar heeft dat te maken met het ideaalbeeld waarin zowel vader als moeder aanwezig zijn bij de opvoeding van een kind, maar ook verwijzend naar een paradoxale dankbaarheid: het geweld vindt niet voortdurend plaats, waardoor er ruimte blijft om het goede in de ander te zien.

Daarnaast speelt een glijdende schaal hierbij een belangrijke rol. ‘Het geweld escaleert geleidelijk, waardoor er langzaam een steeds grotere kloof ontstaat tussen je waardesysteem, zoals iedereen je kent, en de realiteit waarin je leeft’, legt ze uit. ‘Je grenzen worden opgerekt en er ontstaat schaamte om daarover te praten. Veel mensen kiezen daardoor er voor hun waardesysteem aan te passen.’

De belangrijkste les van Van den Bersselaar is dat zelfs iemand met alle kennis van relationeel geweld hier niet veilig voor is. ‘Mijn zus deed namelijk de voormelding, de mediatie, therapie en liet zich adviseren. Ze kende het hulptraject vanuit haar werk, maar werd in dit traject niet beschermd.’ Een belangrijke reden voor haar om dit persoonlijke verhaal te blijven delen is om bij te dragen aan een systeemverandering en -verbetering.

Wat is femicide?

Na het aangrijpende verhaal van Van den Bersselaar gingen universitair docenten Mojan Samadi en Ellen Gijselaar in op het bredere juridische kader rond femicide. Eén van de meest voorkomende vormen van femicide is partnerdoding, maar het begrip wordt breder gedefinieerd, vertelt Samadi. ‘Femicide betreft het doden van vrouwen en meisjes vanwege hun gender. Dat impliceert een vrouwenhatend motief, iets wat juridisch vaak lastig te bewijzen is.’

Daarom zou volgens de universitair docent niet het motief van de dader centraal moeten staan, maar de objectieve context waarin het geweld plaatsvindt. ‘Bijvoorbeeld wanneer een misdrijf vrouwen structureel of disproportioneel treft,’ zegt zij. ‘Femicide verwijst daarmee naar vrouwenmoord binnen een context van gendergerelateerd geweld, zoals bij partnerdoding of seksueel geweld.’

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft femicide sinds 2022 opgenomen als beleidsrelevante term, met als doel dit fenomeen uit de onzichtbaarheid te halen. Daarbij gaat het om erkenning, betere bescherming van slachtoffers en het bijdragen aan een passende strafmaat. De focus ligt hierbij met name op (ex-)partnergeweld met een dodelijke afloop. Volgens Samadi onderstreept het gebruik van de term femicide het belang van het zichtbaar maken van dit geweld en het prioriteren van de aanpak ervan. Bovendien stellen Gijselaar en zij dat deze aanpak een mensenrechtelijke verplichting is: de overheid dient haar burgers hiertegen te beschermen.

Topje van de ijsberg

‘Die verplichting vloeit voort uit het Verdrag van Istanbul, dat sinds 2016 in Nederland van kracht is’, stelt Gijselaar. ‘Hebben we dat op dit moment goed op orde in Nederland? Helaas niet.’ Volgens haar brengt het verdrag een duidelijke verplichting met zich om te investeren in een effectief bestuurlijk en juridisch systeem, preventieve maatregelen ter voorkoming van geweld en grondig en effectief opsporingsonderzoek. ‘Het is dus niet vrijblijvend, maar een keiharde mensenrechtelijke verplichting.’

‘Femicide is slechts het topje van de ijsberg van geweld tegen vrouwen,’ zegt Van den Bersselaar. ‘Het komt voort uit een bredere cultuur van ogenschijnlijk onschuldige opmerkingen of seksistische grappen, die langzaam kunnen uitgroeien tot ernstige vormen van intimidatie en geweld.’ Volgens haar is het daarom van groot belang om juist die onderliggende cultuur aan te pakken, in plaats van te blijven discussiëren over welke statistieken leidend zijn of door wie het meeste geweld wordt gepleegd.

Na de bijdragen van Van den Bersselaar, Samadi en Gijselaar, kregen de studenten de gelegenheid om vragen te stellen over onder meer het reflectief vermogen van daders, de impact op nabestaanden, het recidiverisico en verschillen met het juridisch kader in andere Europese landen. Aansluitend was er tijdens een borrel ruimte om met elkaar en de sprekers na te praten en te reflecteren op dit belangrijke thema.

Honours College Law

Het Honours College Law (HC Law) is een extracurriculair traject voor studenten van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid die naast hun studie extra uitdaging zoeken. Het programma onderscheidt zich door ‘Outside the Box’-onderwijs, waarin kritisch en creatief denken centraal staat. Gedachtewisseling en samenwerking staat centraal binnen de vakken. De Nieuwjaarslezing biedt studenten de gelegenheid om met elkaar in contact te komen en nieuwe inzichten op te doen.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.