Wie adviseerde de overheid in de zeventiende eeuw? ‘Interessant om te zien wie als expert werd gezien’
Veni-beurs beeld: Nehir Aksel
Wat doe je als overheid als je het even niet meer weet? Je vraagt een expert om hulp. In de zeventiende-eeuwse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dook de een na de ander op om een van de vele deeloverheden van advies te voorzien. Onderzoeker Anna-Luna Post gaat in haar Veni-project achterhalen wie deze mensen waren en waarom ze eigenlijk als deskundig werden gezien.
De Republiek der Verenigde Nederlanden onderscheidt zich van andere Europese landen, omdat de macht er verdeeld is over verschillende overheden, van lokale besturen tot de Staten-Generaal. Dit maakt het diffuser wie waarover de macht heeft.
‘De uitbreiding van de staat als entiteit in de vroegmoderne tijd wordt vaak in verband gebracht met de opkomst van de expert’, zegt Post. ‘De staat heeft er iets aan om goed advies te krijgen, voor de expert is het statusverhogend om advies te geven aan een overheidsorgaan. Zo ontstaat een wederzijdse afhankelijkheid.’
Balans tussen expert en politicus
Een soortgelijke dynamiek was tijdens de coronapandemie zichtbaar tussen de overheid en het Outbreak Management Team. Post: ‘Als een besluit niet populair was, zoals de avondklok, werd het in hoge mate toegeschreven aan de experts. Zij vonden dat het moest gebeuren en dus deed de overheid dat. Later is daarvan geconcludeerd dat de overheid te veel op experts heeft gevaren en te weinig duidelijk heeft gemaakt dat de uiteindelijke maatregelen wel degelijk politieke keuzes waren. Dat is gevaarlijk, omdat je daarmee de balans tussen expertise en politiek kunt ondermijnen.’
Ook in de Republiek was deze balans precair, temeer omdat elkaar beconcurrerende overheden regelmatig hun eigen expert naar voren probeerden te schuiven om hun zin te krijgen. ‘Ik vind het interessant om het verleden als spiegel van het heden te gebruiken’, zegt Post. ‘In dit onderzoek ga ik me focussen op watermanagement, bestrijding van epidemieën en landbouw. Dat zijn alle drie gebieden waarop overheden veel moeten samenwerken, maar ook expertise nodig hebben om hun beslissingen op te baseren.’
Indicatoren van geloofwaardigheid
Dat roept de vraag op wie er als betrouwbaar genoeg werd gezien om als expert te fungeren. ‘Ik ga in eerste instantie kijken naar de manier waarop een groep experts wordt gepresenteerd en hoe de overheid hen presenteert’, legt Post uit. ‘Als de nadruk bijvoorbeeld wordt gelegd op hun opleiding, hun ervaring of hun plek van herkomst, zijn dat indicatoren van geloofwaardigheid. Vervolgens wil ik uitzoeken of mensen met bepaalde indicatoren serieuzer worden genomen en welke omstandigheden ervoor zorgen dat advies wordt aangenomen. Ik ben heel benieuwd of mensen die wij nu niet meer als expert zouden aanmerken destijds wel zo werden gezien.’
Waarschijnlijk gaat Post een verschuiving zien tussen de zeventiende en de achttiende eeuw. ‘Aanvankelijk schrijven overheden zelf experts aan, maar langzamerhand zie je dat de deskundigen zich gaan verenigen in genootschappen als de Hollandsche Maatschappij der Wetenschap of het Provinciaal Utrechts Genootschap. Zij komen regelmatig samen om onderwerpen te bespreken die volgens hen van belang zijn en bepalen dus zelf wat ze op de politieke agenda willen zien.