Universiteit Leiden

nl en

Hoogleraar Urologie Maxime Kummeling: ‘De menselijke maat moet altijd het kompas blijven’

De zorg wordt steeds technischer en drukker, maar de vraag blijft hetzelfde: wat draagt een advies of behandeling werkelijk bij aan het leven dat iemand wil leven? Hoogleraar Maxime Kummeling benadrukt in haar oratie het belang van ‘kwali-tijd’.

De titel van jouw oratie ‘Kwali-tijd in de Urologie: van eed tot AI’. Waarom heb je voor dit thema gekozen?

Omdat ik dagelijks zie hoeveel impact tijd, uitleg, rust en passende keuzes hebben op patiënten. En tegelijkertijd hoe schaars tijd voor zorgverleners is geworden. De geneeskunde is steeds technischer geworden en kent steeds meer administratieve plichten, waardoor het risico bestaat dat we de menselijke kant uit het oog verliezen. Goede zorg draait om kwaliteit van leven én kwaliteit van tijd, voor zowel patiënten als zorgverleners (kwali-tijd). De menselijke maat moet altijd het kompas blijven.’

Wat zijn enkele belangrijke onderzoekslijnen waar jij en je team je mee bezighouden?

Onze afdeling werkt aan uiteenlopende onderzoekslijnen, variërend van fundamenteel onderzoek naar behandelingen bij urologische kanker tot patiëntgerichte zorg. Andere lijnen binnen onze afdeling richten zich op bekkenfysiotherapie bij Parkinson en seksuologisch onderzoek. Bij al onze niet-fundamentele onderzoeken staat het begrip kwali-tijd centraal.’

‘Zelf richt ik mij vooral op onderzoek naar functionele klachten, zoals incontinentie en impact op seksualiteit, en op functionele gevolgen voor mensen die operaties in het kleine bekken hebben gehad bij kanker. Tot slot hoop ik te kunnen gaan onderzoeken hoe we bij vrouwen met stressincontinentie beter kunnen voorspellen wie baat heeft bij bekkenfysiotherapie en wie juist eerder geholpen is met chirurgie.’

Welke rol spelen onderwijs en zorg in jouw visie op dit vakgebied?

Onderwijs en zorg kunnen niet los van elkaar bestaan. Goed onderwijs leert toekomstige artsen niet alleen wat ze kunnen, maar vooral wat zinvol is om te doen en wat niet. Ik wil studenten en arts-assistenten leren om klinische kennis te verbinden met het leven achter een klacht: werk, relaties, autonomie en tijd. Daarnaast moeten zorgverleners zelf ook voldoende kwali-tijd ervaren: ruimte om te duiden, te luisteren en af te wegen.’

Wat is iets in de afgelopen jaren dat je écht is bijgebleven?

‘Patiënten die achteraf aangeven dat ze andere keuzes hadden gemaakt als ze beter hadden geweten wat een behandeling werkelijk met hen zou doen. Bijvoorbeeld mannen die na een prostaatoperatie merken dat incontinentie of veranderingen in seksualiteit meer impact hebben dan ze zich vooraf konden voorstellen. Vrouwen met stressincontinentie horen nog ook onnodig en te vaak dat ze er “maar mee moeten leren leven”.’

Wat gaan we in de samenleving terugzien van jouw werk?

‘Mijn werk moet ertoe leiden dat zorg toegankelijker en passender wordt, in het bijzonder voor vrouwen met stressincontinentie. Dat betekent: betere informatie, tijdiger de juiste behandeling, minder onnodige of langdurige trajecten, en meer aandacht voor hoe iemand functioneert en zijn of haar tijd beleeft.’

‘Uit ons onderzoek bleek bijvoorbeeld dat kennis over behandelingen en hulpmiddelen in eerste en tweede lijn sterk verschilt, waardoor vrouwen afhankelijk van waar ze binnenkomen soms heel andere opties krijgen. Die combinatie van onderbelichte gevolgen én ongelijke toegang, bevestigt waarom het zo belangrijk is hier aandacht voor te houden.’

‘Voor oncologische zorg betekent het dat we niet alleen kijken naar technische uitkomsten zoals scans en complicaties, maar óók naar de vraag hoe iemand er functioneel uitkomt: werk, mobiliteit, seksualiteit en dagelijks leven. Zo wordt zorg menselijker én duurzamer, met minder verspilde tijd voor patiënten én zorgverleners.’

Als we mogen dromen, waar hoop je dat het vakgebied over 10 à 15 jaar staat?

Ik hoop dat we dan zorg leveren die echt start bij de mens, niet bij de aandoening. Dat behandelingen worden gekozen op basis van wat bij iemand past, in plaats van ‘one size fits all’. En dat kunstmatige intelligentie (AI) zorgverleners tijd teruggeeft: tijd om te luisteren, te duiden en samen te beslissen.’

‘Ik droom ook van een zorgsysteem waarin vrouwen met incontinentie niet meer hoeven te zoeken, maar vanzelf op de juiste plek terechtkomen, met een helder zorgpad en gelijke opties. En van een urologie waarin kwaliteit van leven én kwaliteit van tijd vanzelfsprekende uitkomstmaten zijn.’

De oratie van Maxime Kummeling ‘Kwali-tijd in de Urologie: van eed tot AI’ vindt plaats op 9 januari en is via een livestream te volgen op de website van de Universiteit Leiden.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.