Universiteit Leiden

nl en

Spinozapremie voor astrofysicus Ignas Snellen

Met zijn slimme meetmethoden was Ignas Snellen de eerste die met zijn team onder andere koolmonoxide ontdekte bij exoplaneten. Voor zijn pionierswerk ontvangt de Leidse astrofysicus de Spinozapremie, de belangrijkste wetenschapsprijs van Nederland. Dankzij de premie van 2,5 miljoen euro kan zijn onderzoeksgroep verder speuren naar een leefbaar zusje van de aarde.

Hartelijk gefeliciteerd, wanneer hoorde u het nieuws? 

‘Ik was net onze honden aan het uitlaten toen ik het telefoontje kreeg van NWO. Het verraste me totaal, ik was flabbergasted. Het is een bijzondere eer en ook nog eens perfect getimed. Mijn Europese beurs, de ERC Advanced Grant, loopt dit jaar af en met deze Spinozapremie kan ik mijn onderzoek voortzetten zonder me in allerlei bochten te wringen om nieuwe subsidies aan te vragen.’ 

NWO maakt het nieuws op 17 juni bekend. Naast Ignas Snellen ontvangen nog drie andere hoogleraren de Spinozapremie: Thea Hilhorst (hoogleraar humanitaire hulp, Erasmus Universiteit Rotterdam), Klaas Landsman (hoogleraar mathematische fysica,  Radboud Universiteit Nijmegen) en Corné Pieterse (hoogleraar plant-microbe interacties, Universiteit Utrecht). 

Hoe gaat u de premie besteden?

'Met het geld kan ik onze onderzoeksgroep in stand houden. Eén nacht waarnemingen van de grondtelescoop in Chili kost één onderzoeker al snel een half jaar aan data uitpluizen. Ons team staat of valt met al die verschillende specialisaties waardoor we zo ver kunnen komen. Ook wil ik geld beschikbaar maken voor ons nieuwe isotopenonderzoek, dat meer kan vertellen over het ontstaan en de samenstelling van planeten.’ 

Ignas Snellen: ‘Ik verwacht dat we over ongeveer tien jaar echt spectaculair beter kunnen waarnemen.’ Foto NWO

Aan welk onderzoek dankt u deze prijs? 

‘Samen met mijn team ontwikkelde ik een methode om exoplaneten – planeten die om een andere ster dan onze zon draaien - met grondtelescopen te onderzoeken. Ruimtetelescopen zijn veel duurder en daarom kleiner, en kunnen minder goed zwakke signalen waarnemen. Het probleem met een grondtelescoop is echter dat deze eerst door onze eigen aardse atmosfeer kijkt. Wij ontwikkelden een kalibratietechniek waarmee we dat effect eruit filteren. Zo kunnen we het spectrum van de exoplaneet onderscheiden van die van de aarde. Met hoge resolutie spectroscopie meten we de golflengte en de kleuren van de exoplaneet die ons meer vertellen over diens eigenschappen. Zoals de aanwezigheid van bijvoorbeeld waterdamp of de draaisnelheid van de planeet.’ 

Wat heeft deze ‘Leidse’ methode opgeleverd? 

‘Jarenlang waren we de enige onderzoeksgroep ter wereld die op deze manier werkte, maar tegenwoordig wordt de techniek op veel plaatsen gebruikt. We bouwden een meetsysteem voor de grondtelescopen op La Palma en in Chili en ontdekten diverse nieuwe exoplaneten. En nog interessanter: we waren de eersten die bij exoplaneten koolmonoxide en waterdamp waarnamen. Ook hebben we bij een aantal exoplaneten de rotatie en weerpatronen zoals winden kunnen vaststellen. Ze bevinden zich trouwens relatief dichtbij de aarde, planeten verder weg zijn nog te moeilijk.’  

'Ik hoop nog zuurstof te kunnen waarnemen in mijn tijd als onderzoeker.' 

Het uiteindelijke doel is een leefbaar zusje van de aarde vinden. Wanneer zou dat mogelijk zijn en hoe draagt uw onderzoeksgroep daaraan bij? 

‘Over een jaar of vijf is de ELT, de Extremely Large Telescope, in Chili klaar. Deze extreem grote telescoop met een diameter van 39 meter wordt een enorme sprong voorwaarts. Dan kunnen we wellicht al snel op meer plaatsen waterdamp en ander gassen vinden. De nog grotere doorbraak zou het waarnemen van zuurstof zijn, want dat kan een aanwijzing zijn voor een planeet met leven. Overigens kan dat nog wel even duren: waarschijnlijk is dat pas mogelijk als de ELT met tweede- generatie-instrumenten werkt. Dan verwacht ik echt spectaculair beter te kunnen waarnemen. Zo is er een planeet die om onze buurster Proxima Centaurus draait. Die zit in net zo’n baan om zijn ster als de aarde waardoor het klimaat mogelijk op dat van de aarde lijkt. Het wordt heel spannend wat we daar aantreffen.’

Kan dat buitenaards leven zijn?

‘Wie weet, maar dan denk ik vooral aan bacterieel leven en niet aan allerlei vormen zoals we die hier kennen. Als die tweede-generatie-instrumenten operationeel zijn, in 2035 of misschien iets eerder, kunnen we dit onderzoeken voor een handjevol planeten die vlakbij hun zon staan. Ik ben nu 52 jaar en ik hoop nog zuurstof te kunnen waarnemen in mijn tijd als onderzoeker. Of in ieder geval mee te maken dat andere onderzoekers dat vinden.’
 

Tekst: Linda van Putten
Foto boven artikel: Monique Shaw

 

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.