Universiteit Leiden

nl en

Spijkerschrift legt gezamenlijke bakermat bloot

Al honderd jaar lang doen Leidse Assyriologen onderzoek naar antieke kleitabletten uit het Midden-Oosten. Wat vertellen die kleitabletten ons precies? En waarom is Leiden zo’n goede plek om ze te bestuderen?

In sneltreinvaart beent Caroline Waerzeggers – hoogleraar Assyriologie – door de bibliotheek van het NINO, het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten. Zigzaggend loopt ze langs de blokkende studenten en de stellages met boeken. Tot ze ineens halthoudt bij een kluisdeur. Na wat gerommel met het slot glijdt de dikke deur geruisloos open en staat ze in een kamertje dat niet veel groter is dan een toilet.

Hoe klein het vertrek ook mag zijn, in de ladekasten ligt een heuse schat aan wetenschappelijke informatie opgeslagen. Hier bevindt zich namelijk de zogeheten Böhl-collectie, een verzameling van drieduizend kleitabletten in leeftijd variërend van 2500 tot meer dan 4000 jaar oud. Sommige kleitabletten hebben de afmeting van een badkamertegel, maar de meeste zijn niet veel groter dan een duimnagel.

‘Het is geweldig om zo’n mooie collectie in huis te hebben,’ zegt Waerzeggers terwijl ze enkele kleitabletten door haar handen laat gaan. In de tegeltjes staan kleine krasjes, alsof iemand uit verveling stokpoppetjes heeft getekend. In werkelijkheid is het spijkerschrift, een schriftsysteem waarmee mensen ver voor Christus met elkaar communiceerden in het Midden-Oosten. ‘Je leert dit moeilijke schrift het best door gebruik te maken van echte kleitabletten. Daarom is het zo waardevol dat onze studenten met deze collectie kunnen werken.’

Terug naar de Tigris en Eufraat

Assyriologie is het vakgebied dat zich buigt over deze kleitabletten en het spijkerschrift dat erin staat gekrast. Het schrift werd maar liefst drieduizend jaar lang in het Midden-Oosten gebruikt, en veel kleitabletten zijn goed bewaard gebleven. Ze geven dan ook geweldig veel inzage in een periode waarin de maatschappij fundamenteel veranderde door de opkomst van nieuwe staatsvormen, religies en literatuur. Ze transporteren je als het ware terug naar Mesopotamië en het vruchtbare rivierenlandschap van de Tigris en de Eufraat.

In Leiden bestaat de leerstoel Assyriologie inmiddels meer dan honderd jaar. In 1918 werd de eerste hoogleraar Assyriologie aangesteld. Om het honderdjarige bestaan van de leerstoel te vieren, vindt op 13 december een conferentie plaats met vooraanstaande Assyriologen uit Parijs, Tel Aviv, Kopenhagen, Heidelberg en New York.

Centrum van het vakgebied

Het begon in 1918 met hoogleraar Gerard Jacobus Thierry, die voornamelijk gespecialiseerd was in het Oude Testament en Bijbelse talen zoals het Hebreeuws en Aramees. Thierry bekeek het onderzoek door een sterk theologische bril: hij was naast hoogleraar ook predikant bij de Nederlands-Hervormde Gemeente. De Assyriologie had dan ook niet direct zijn volle aandacht. ‘Ik doceer liever de taal van Jesaja [een profeet uit het Oude Testament] dan die van Sanherib [een Assyrische koning],’ zou hij ooit hebben gezegd.

Dat veranderde toen Leiden in 1927 een Oostenrijkse hoogleraar Assyriologie kreeg met de welluidende naam Franz Marius Theodor de Liagre Böhl, de verzamelaar en naamgever van de collectie kleitabletten. ‘Je zou kunnen zeggen dat de Leidse school op dat moment écht is begonnen,’ zegt Waerzeggers. ‘Böhl wist zijn fascinatie over het beloofde land en de kleitabletten erg goed over te brengen op zijn studenten en het grote publiek. Zijn doen en laten werd breed uitgemeten in de pers. Hij kon de mensen betoveren met zijn kennis en was erg charismatisch. Toen hij op reis ging naar Egypte, vloog de piloot bijvoorbeeld graag speciaal voor hem een extra rondje om de piramiden van Gizeh.’

In de daarop volgende decennia trad Leiden naar buiten als een gerenommeerd centrum voor de studie van het spijkerschrift. En mede dankzij de goede bibliotheek en de samenwerking met het Rijksmuseum van Oudheden behoort de stad ook nu nog tot de top van het vakgebied. Zo organiseert de Universiteit Leiden eens in de tien jaar de wereldconferentie Rencontre Assyriologique Internationale, een eer die verder alleen Parijs ten deel valt. Waerzeggers: ‘Daardoor staat Leiden structureel in de spotlights, zeker als het aankomt op internationale samenwerking. In binnen- en buitenland wordt Leiden alom gezien als een van de centra van ons vakgebied.’

Geen curiosum

Toch is de toekomst soms onzeker, zegt Waerzeggers als we terug zijn in haar werkkamer. ‘Er woedt een discussie of Nederlandse universiteiten niet teveel kleine studies aanbieden. Uitgerekend Assyriologie wordt in dat kader vaak genoemd als spreekwoordelijk voorbeeld. Het lijkt soms wel of men denkt dat wij rare vogels zijn, een soort übernerds zonder maatschappelijke relevantie. Maar spijkerschrift is geen curiosum. Het werd langer gebruikt dan de huidige jaartelling.’

Er valt nog zoveel te onderzoeken, wil ze maar zeggen. Daarbij leggen de Leidse Assyriologen graag de verbinding met andere vakgebieden. Zo maken de Leidse Assyriologen graag gebruik van de technische kennis van de TU Delft. Zo haalden ze een tijd geleden verschillende kleitabletten door een micro-CT-scanner. Deze kleitabletten zijn verpakt in een gesloten envelopje van klei, en zijn daarom niet te lezen. Dankzij de CT-scan kunnen de Assyriologen, zonder de envelop open te breken, toch bij de waardevolle informatie. Daarnaast bestaan er plannen om de auteurs van kleitabletten te identificeren aan de hand van de vingerafdrukken die ze in de klei hebben achtergelaten.

‘De Assyriologie kan bovendien van grote waarde zijn voor het Nederlandse onderwijs,’ filosofeert Waerzeggers hardop. ‘Het gaat vandaag de dag veel over de botsing tussen mensen met verschillende culturen en religies. In Mesopotamië hebben we een gemeenschappelijke bakermat voor Europa en het Midden-Oosten.’

Tekst en beeld: Merijn van Nuland
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie