Universiteit Leiden

nl en
Martha de Jong-Lantink

Deze diersoorten willen we beschermen, maar kan dat ook?

Diersoorten waar we in Nederland veel waarde aan hechten, leven vaak een groot deel van het jaar in gebieden op andere continenten. Maar deze gebieden staan onder grote druk, zijn vaak slecht beschermd en zijn armer dan het wereldwijd gemiddelde. ‘Als de dieren ons echt zo veel waard zijn, dan moeten we meer aandacht besteden aan Oost-Afrika, Centraal- en Zuid-Azië,’ zegt Alexander van Oudenhoven, die meeschreef aan een publicatie over dit onderwerp.

Alexander van Oudenhoven

Wat hebben jullie precies onderzocht?

‘We doneren massaal aan natuurorganisaties voor diersoorten waarvan we vinden dat ze per se beschermd moeten worden, zoals de Afrikaanse olifant, de grutto en de zeearend. Maar deze dieren besteden veelal een deel van hun levenscyclus in andere landen, vanwege het klimaat, voedsel of de beschikbaarheid van een broedplaats. Wij hebben onderzocht wat de 150 meest gewaarde diersoorten zijn in Nederland en Duitsland. Vervolgens hebben we de leefgebieden van deze dieren buiten Nederland in kaart gebracht, net als de status van die gebieden; de economische situatie, de natuurbeschermingsstatus en de menselijke voetafdruk.’ 

Om welke diersoorten gaat het? En welke springt het meest in het oog?

‘Hoe meer een diersoort genoemd werd in jaarrapporten en campagnes van natuurorganisaties sinds 2012, hoe hoger de waardering. De top 5 ziet er voor Nederland als volgt uit:

  1. Afrikaanse olifant
  2. Grutto
  3. Tureluur
  4. Gedeelde plaats: tijger, zeearend, lepelaar, kieviet

Dit is een mooie mengelmoes van karakteristieke exotische soorten ver weg, maar ook typisch Nederlandse vogels, die dus ook elders hun habitat hebben. Vooral de grutto valt op: al decennia een indicatorsoort voor de staat van onze graslanden. Is de grutto terug, dan gaat het goed met het boerenland. Daar komt bij dat de grutto buiten het broedseizoen in West-Afrika en/of Zuidwest-Europa vertoeft. Bescherming van de grutto gaat dus om natuurherstel op het boerenland, maar ook elders in de wereld.’

Welke stappen kan Nederland ondernemen in Oost-Afrika, Centraal- en Zuid-Azië om deze dieren beter te beschermen?

‘Binnen onze landgrenzen weten we grotendeels wat de bedreigingen voor biodiversiteit zijn en hoe we de natuur een handje kunnen helpen. Maar als wij daadwerkelijk hulp willen bieden aan de soorten die ons in Nederland na aan het hart liggen, dan moeten we ons ook verdiepen in de situatie over de grens. Wat zijn de kritische ecosystemen daar en hoe kunnen we deze beschermen of herstellen? Dat zijn vragen die we alleen maar kunnen beantwoorden met lokale kennis, en het geld van donateurs en onze overheid is daarbij hard nodig. Biodiversiteit is van de hele wereld, en de landen en instanties die het zich kunnen veroorloven moeten dus ook over de grens een handje helpen.’

Hoe kunnen we dit voor elkaar krijgen?

‘Wat goed kan helpen is om het publiek duidelijk te maken waar bepaalde soorten overwinteren of zich bevinden. Deze animatie van migrerende vogelsoorten in Zuid- tot Noord-Amerika in 2016 maakte enorm veel indruk en opende ook de ogen bij verschillende landen. Het werd duidelijk dat de bijdrage van elk land afzonderlijk nodig is voor het voortbestaan van de soorten die erop afgebeeld worden. Daarnaast zijn de zogeheten ecosysteemdiensten vaak een goed argument voor het beschermen van biodiversiteit. Diersoorten leveren namelijk diensten in elk land waar ze ‘voorbij’ komen, bijvoorbeeld bestuiving, plaagbestrijding en culturele diensten zoals vogelspotten.’

Moeten natuurorganisaties hier aandacht aan besteden, of juist de overheid?

‘Omdat NGO’s wat meer “fluïde” zijn, lijkt het logisch om te pleiten voor meer ondersteuning van dit soort organisaties. Echter, en dit wordt ook onderstreept door de recente IPBES-rapporten, natuurbescherming is een globale kwestie, en het belang van natuur moet nadrukkelijk verweven worden in beleid rond bestaande sectoren. Dit kan alleen maar door nadrukkelijke inmenging van overheden, en bewustzijn bij de private sector.’      

Ook na een Frans verbod op het afschieten van de wulp blijven er zorgen over de jacht in Frankrijk op in Nederland beschermde vogelsoorten. Hebben jullie hier ook naar gekeken in jullie onderzoek?

‘Nee, niet expliciet. We hebben het globaler aangepakt. En dan kom je erachter dat de gebieden van de door ons gewaardeerde soorten substantieel armer zijn dan het wereldwijd gemiddelde, en dat deze gebieden onder grote druk staan van landgebruik en veelal niet beschermd zijn. Daar moet Nederland bij helpen.’

Publicatie

Matthias Schröter, Roland Kraemer, Roy P. Remme en Alexander P. E. van Oudenhoven (2019) – Distant regions underpin interregional flows of cultural ecosystem services provided by birds and mammals

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie