Universiteit Leiden

nl en
Paul B / Flickr / CC / by nc

Bijzondere positie van religie in de wet ligt onder vuur

Er woedt een juridische strijd over religieuze accommodatie in de wet. De advocatuur wil ervan af omdat ze niet willen dat religieuze instellingen het ‘recht om te discrimineren’ hebben. Wat betekent dit voor de positie van religie in de wet? En blijft dat in de toekomst zo? Promotie op 27 juni.

In veel westerse democratieën neemt religie een bijzondere positie in, zegt de Canadese promovendus Barry Bussey. 'Een geloofsaanhanger krijgt een vrije dag voor religieuze feestdag, maar niet als hij naar een sportwedstrijd wil. Ook mag hij een tulband dragen in plaats van een veiligheidshelm. Waarom is religie zo bevoorrecht? Ik wilde weten waar dat voorrecht vandaan komt.'

Gaandeweg zijn onderzoek naar deze religieuze accommodatie ontdekte de onderzoeker dat overheden, wetenschappers en de media religieuze accommodatie steeds meer betwisten en zelfs veronachtzamen. Bussey noemt als voorbeeld de zaak rond de Canadese Western Trinity University. Deze private, evangelische instelling wilde een rechtenfaculteit openen, maar drie provincies weigerden de diploma's van afgestudeerden te erkennen omdat zij de toelatingseisen discriminerend vinden tegenover de lhbti-gemeenschap: alleen studenten die het traditionele huwelijk als verbintenis tussen een man en een vrouw onderschrijven worden er toegelaten. Het Canadese Hooggerechtshof stelde de provincies in 2018 in het gelijk.

Religieuze instellingen die mensen weigeren aan te nemen die de religieuze praktijken binnen de organisatie niet accepteren, worden afgeschilderd als discriminerend, niet meer van deze tijd en hatelijk, stelt Bussey. 'De mate waarin deze kritiek wordt omarmd door rechtbanken en de juridische wereld is nieuw. Het is een opvatting die religieuze accommodatie in de wet niet accepteert. De wet wordt gezien als ouderwets. De WTU wordt nu geconfronteerd met de eis van de regering dat deze wettelijk toegestane religieuze praktijken moet beëindigen in ruil voor erkenning. Moeten religieuze instanties onderworpen worden aan de minachting van de overheid voor het hanteren van religieuze opvattingen over fundamentele levenskwesties, zoals het huwelijk, abortus en euthanasie, die de overheid afdoet als vernederend en respectloos?'

Juridische revolutie

Kortom: de religieuze accommodatie ligt onder vuur. Om deze ontwikkeling te kunnen duiden, gebruikte de onderzoeker het werd van de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1996) als theoretische basis. 'Kuhn verdiepte zich in wetenschappelijke revoluties. Hij stelde vast dat wetenschappers vasthouden aan hun paradigma, hun basisbegrip van wetenschappelijke waarheden. Als onderzoekers onregelmatigheden ontdekten die niet in deze zienswijze pasten, dan ontstond er een crisis: was het oorspronkelijke paradigma nog houdbaar? Uiteindelijk kwam het besef dat het huidige paradigma niet past bij de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, maar dat er een nieuw en beter paradigma is dat de vastgestelde onregelmatigheden verklaart.'

En zo werkt het nu ook in de juridische gemeenschap, stelt Bussey. 'Het huidige paradigma is dat religieuze praktijken beschermd dienen te worden als een zaak van historisch politiek-filosofisch belang. Die zienswijze gaat voor velen niet meer op, de tijden zijn veranderd en qua seksuele normen is er meer geoorloofd. Religieuze instellingen die zich niet aanpassen aan deze veranderende maatschappelijke normen worden beschouwd als problematisch. Aanspraak maken op religieuze accommodatie door een private religieuze instelling wordt door de juridische gemeenschap beschouwd als het streven naar het recht om te discrimineren.'

Dit gebeurt niet alleen in Canada. 'Dit fenomeen zie je steeds vaker in westerse liberale democratieën. De religieuze accommodatie in de wet veronderstelde dat religie een maatschappelijk goed was. Die veronderstelling gaat niet meer op voor Groot-Brittannië bijvoorbeeld, en wordt door veel wetenschappers betwist, blijkt uit dit proefschrift. Hoewel de wet religieuze accommodatie toestaat, doet de juridische gemeenschap dit toch af als onrechtvaardig. Dat is radicale breuk met de manier waarop liberale democratieën in het verleden handelden.'

In de toekomst

Wat betekent deze juridische revolutie voor de toekomst van de positie van religie in de wet? 'Deze grove afwijzing van religieuze accommodatie in de wet, zoals is gebeurd bij de WTU, leidt ongetwijfeld tot andere kwesties. Kerken zijn in Canada officiële liefdadigheidsinstellingen. Maar volgens deze juridische revolutie mag de regering geen liefdadigheidsstatus toekennen aan religies die discrimineren, zoals de overheid dat definieert, anders zou de regering discriminatie vergoelijken. Wat het verliezen van de belastingvrijstellingen zal betekenen voor deze liefdadigheidsinstellingen, is niet bekend. Zullen ze de deuren sluiten? Of overleven ze omdat ze toegewijde donoren hebben? En als ze al overleven, wat is dan de boodschap aan zulke religieuze organisaties?'

Veel van de kwesties die worden betwist zijn zaken waarover redelijke mensen het niet eens zullen zijn, benadrukt Bussey. 'Moeten we stellen dat het onredelijk is dat een religieuze gemeenschap vindt dat het huwelijk alleen kan bestaan tussen één man en één vrouw? Is er geen tolerantie voor dergelijke organisaties? Vinden we dat het onredelijk is dat religieuze gemeenschappen pro-life zijn? Zijn we op het punt beland dat het er maar één juiste visie bestaat op deze zaken en dat de overheid elk machtsmiddel mag gebruiken om religieuze groepen te straffen die deze visie niet delen?' Bussey waarschuwt dat de ruimte voor meningsverschillen over deze kwesties essentieel is voor de stabiliteit van de westerse democratieën. 'Als we iets hebben geleerd van de geschiedenis, dan is het wel dat vrijheid van het geweten de kern is van alle vrijheden.'

Tekst: Floris van den Driesche
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie