Universiteit Leiden

nl en
Rijkswaterstaat/Harry van Reeken

Psychologen peilen maatschappelijke acceptatie ondergronds opslaan CO2

Hoe verminderen we de uitstoot van CO2 in de industrie? De Leidse psychologen Emma ter Mors en Christine Boomsma onderzoeken de publieke perceptie en acceptatie rondom de afvang en opslag van koolstofdioxide. Dat doen zij voor het Europese onderzoeksprogramma ALIGN CCUS.

Het huidige kabinet ziet het afvangen en opslaan van koolstofdioxide als een veelbelovende technologie om de koolstofdioxide-uitstoot wereldwijd te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. De plannen, die nu worden uitgewerkt in het nieuwe klimaatakkoord, richten zich met name op het afvangen van koolstofdioxide in de industrie. Bij het invoeren van deze ingrijpende technologie is het erg belangrijk hoe de maatschappij erover denkt. Psychologen Emma ter Mors en Christine Boomsma brengen daarom als onderdeel van een groot Europees onderzoeksprogramma de publieke perceptie en acceptatie van CO2-afvang en -opslag in kaart.

Het interdisciplinaire EU ALIGN CCUS project heeft 34 partners en een totaalbudget van zo’n 23 miljoen euro.

Maatschappelijke acceptatie is belangrijk

Bij Carbon Capture Utilisation and Storage (CCUS) kan de door de industrie geproduceerde koolstofdioxide worden afgevangen, getransporteerd via pijpleidingen en vervolgens permanent worden opgeslagen. Dat kan bijvoorbeeld in leeg geproduceerde gasvelden diep onder de zeebodem. Ook kan een beperkt deel worden hergebruikt, bijvoorbeeld door tuinders. Voor de implementatie van CCUS is het niet alleen belangrijk dat de technologie zelf optimaal is ontwikkeld, vertelt Ter Mors: ‘Als de maatschappij het niet ziet zitten, wordt het lastig om de technologie te implementeren.’

Passende communicatie

Binnen het interdisciplinaire EU ALIGN CCUS-project leidt zij een onderzoeksprogramma over hoe de maatschappij aankijkt tegen de implementatie van CCUS. Hoe denken burgers over deze nieuwe opslagmethoden, wat zijn hun eventuele bezwaren en welke psychologische mechanismen liggen hieraan ten grondslag? ‘Als je dit weet, kun je een project of de communicatie eromheen op de juiste manier inrichten.’

Veiligheid speelt minder grote rol in media

De onderzoekers peilen de meningen van burgers door middel van vragenlijsten, houden interviews met relevante stakeholders en maken media-analyses. Ter Mors en Boomsma monitoren sinds augustus 2017 alle berichtgeving over CCUS in de landelijke kranten. Boomsma: ‘We zijn halverwege met de analyse en het lijkt erop dat veiligheid van koolstofdioxideopslag minder een hoofdonderwerp is dan zo’n tien jaar geleden, toen er in Nederland ook CCUS-projecten waren gepland.’ De berichtgeving gaat vooral over de kabinetsplannen en over het nut van CCUS. ‘Er wordt nu op een ander niveau over gepraat.’ Verder blijkt dat mensen dikwijls betwijfelen of CCUS echt een klimaatoplossing is, vertelt ze. ‘Ze vragen zich af of de techniek mogelijk ten koste gaat van investeringen in nieuwe vormen van duurzame energie.’

Een eerlijke verdeling van kosten en baten

Het zijn vaak de omwonenden die bezwaren hebben bij de implementatie van nieuwe milieutechnologieën, vertelt Ter Mors. Een veelvoorkomend probleem is dat de projectkosten veelal lokaal zijn, en de baten vaak nationaal of mondiaal. Als bijvoorbeeld ergens pijpleidingen moeten worden aangelegd voor het transport van koolstofdioxide, kunnen omwonenden daar overlast van ondervinden. De baten, in dit geval bijvoorbeeld de gehaalde milieutargets, zijn vooral landelijk. Dit kan bij omwonenden leiden tot gevoelens van oneerlijkheid en weerstand tegen het project.

Compensatie

Een manier om de balans enigszins te herstellen is door omwonenden compensatie aan te bieden, zoals een financiële tegemoetkoming. ‘Wij bekijken op plekken waar vergelijkbare milieutechnologieën als CCUS worden ingevoerd welk type compensatie het beste werkt en waarom. De juiste compensatievorm is belangrijk. Zo moet de compensatie niet te vroeg, maar ook niet te laat worden aangeboden. Door rekening te houden met dit soort factoren en te luisteren naar wat omwonenden willen, kan compensatie effectiever worden ingezet.’

Tekst: Carin Röst
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie