Universiteit Leiden

nl en

Maartje van der Woude onderzoekt grensgevallen

Migranten terugsturen. Open grenzen. Dat zijn de woorden. Hoe ziet de praktijk eruit, aan zo’n grens? Hoogleraar rechtssociologie Maartje van der Woude, gespecialiseerd in crimmigratie, onderzoekt precies dát.

De binnenkant van de deur die Maartje van der Woude’s kamer afsluit, is van boven tot onder verdeeld in grote vakken met een jaartal erbij, en in elk vak hangen tientallen gekleurde post-its vol notities. Een fleurige planning met een keiharde deadline: in 2021 moet alles klaar zijn. ‘Dat gaat lukken?’ ‘Dat gaat lukken!’

Open grenzen

Maartje van der Woude heeft nog vier jaar de tijd voor haar onderzoek in grensgebieden in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Polen, Frankrijk en Spanje. De grenzen van deze Schengenlanden zijn open, maar dat wil niet zeggen dat iedereen ze ongezien kan passeren. Welke maatregelen worden er in deze gebieden genomen, hoe worden die uitgevoerd en wat vinden de grensbewoners ervan?

Voor de uitvoering van dit project kreeg Van der Woude een VIDI-subsidie van 8 ton, plus aanvullend geld van de Nationale Politie. Inmiddels zijn er drie aio’s met onderzoeksvragen afgereisd, en werkt ze zelf in Leiden aan twee grote surveys: een voor instanties die met grenstoezicht te maken hebben, en een voor bewoners van de grensgebieden waar het onderzoek zich op richt.

Crimmigratie

Van der Woude is gespecialiseerd in crimmigratie, de vermenging van migratierecht en strafrecht. ‘Crimmigration law’ is een groot vakgebied in de Verenigde Staten en in 2010 in Nederland geïntroduceerd door Joanne van der Leun, de decaan van de Leidse Rechtenfaculteit. Sindsdien zetten beide hoogleraren zich in om het begrip meer bekendheid te geven. Zo is er inmiddels een tijdschrift Crimmigratie & Recht, en geeft Van der Woude regelmatig cursussen aan rechtbanken, reclassering en politie.

De term staat voor een ontwikkeling waar ze tegen is, want veiligheid en vreemdelingen moet je niet samen op één hoop gooien. Toch ziet ze dat op drie niveaus wél gebeuren.

Illegaliteit

Op de eerste plaats in de wet- en regelgeving, waar bijvoorbeeld sprake is van crimmigratie als illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld – iets waar in de Nederlandse politiek ook regelmatig voor wordt gepleit. Want dan heeft de overtreding van een bestuursrechtelijke bepaling (het migratie- of vreemdelingenrecht is een vorm van bestuursrecht) strafrechtelijke gevolgen, en vindt criminalisering van het migratierecht plaats. Andersom kan ook: een migratisering van het strafrecht. Daarvan is sprake als strafrechtelijke overtredingen leiden tot iemands uitzetting.

In de uitvoeringspraktijk, het tweede niveau, ziet Van der Woude dat ordehandhavers verschillende petten opgezet krijgen. Ze zijn behalve handhavers van het strafrecht ook toezichthouders van het migratierecht, maar: ‘Wanneer en waarom kiezen ze voor welke aanpak?’ Een vraag die ze ook stelde in haar eerdere onderzoek naar de Koninklijke Marechaussee (KMar). Oorspronkelijk had die in de grensgebieden de taak om illegale migratie tegen te gaan; later kwam daar het aanpakken van identiteitsfraude en mensensmokkel bij. Tegenwoordig is ook criminaliteitsbestrijding belangrijk. Dat is een verschuiving van ‘vreemdelingen controleren’ naar ‘veiligheid garanderen’; waarbij veiligheid en vreemdeling twee kanten zijn geworden van dezelfde medaille.

Halve waarheden

In het publieke en politieke debat ten slotte, worden vreemdelingen en (bedreigde) veiligheid voortdurend met elkaar in verband gebracht. ‘Het gaat dan voornamelijk over risico’s voor de individuele en de nationale veiligheid. Zo berichtten de media ongeveer anderhalf jaar geleden dat terreurbeweging IS gebruikmaakte van de vluchtelingencrisis om strijders Europa binnen te krijgen. Maar daar was – en is – weinig tot geen concreet bewijs voor.’

Het valt Van der Woude op ‘hoeveel halve waarheden en mythen er voorbijkomen, en hoe slecht geïnformeerd mensen zijn’. Wetenschappers moeten daarom publiek geëngageerd zijn, vindt ze. ‘Wetenschappers moeten goed leren luisteren naar mensen met tegengestelde meningen, en gevoelens van angst en onveiligheid serieus nemen. Met behulp van begripvolle, maar kritische reflectie, en met feiten, cijfers en inzichten uit onderzoek, moeten we een realistischer beeld schetsen van de stand van zaken. Niet alleen van de daadwerkelijke omvang van “het gevaar” van bijvoorbeeld mobiliteit, migratie of terrorisme, maar ook van de daadwerkelijke invloed die het recht kan leveren aan het wegnemen daarvan.’

Doel voorbijschieten

Zo kunnen maatregelen en bevoegdheden hun doel weleens voorbijschieten, en mogelijk ontwikkelingen bevorderen die ze juist moeten tegengaan: ‘Denk bijvoorbeeld aan de uitbreiding van mogelijkheden om mensen naar hun ID te vragen, en aan ruimere mogelijkheden om preventief te fouilleren. Als zulke bevoegdheden onevenredig worden toegepast op bepaalde bevolkingsgroepen zonder dat er sprake is van een concrete verdenking – denk in het bijzonder aan Marokkanen en niet-westerse migranten – kunnen ze een stigmatiserend en polariserend effect hebben. Dat kan radicalisering aanwakkeren. Op die manier zou de aanpak van terrorisme in het slechtste geval juist kunnen leiden tot terrorisme.’

Dit artikel verscheen eerder in Leidraad, het gratis alumnimagazine van de Universiteit Leiden. Tekst: Malou van Hintum. Beeld: Marc de Haan.

Heineken Young Scientist Award

Van der Woude kreeg onlangs te horen dat ze als een van vier jonge wetenschappers door de KNAW wordt bekroond met een Heineken Young Scientists Award. Van der Woude krijgt de award in het domein Humanities voor haar onderzoek naar de wisselwerking tussen het recht en het publieke debat rond thema’s als terrorisme, migratie en grensoverschrijdende criminaliteit.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie