Universiteit Leiden

nl en

Concertgebouworkest: spanningsveld tussen artistieke en zakelijke belangen

Het Koninklijk Concertgebouworkest kende vanaf de oprichting in 1888 een roerige geschiedenis. Promovendus Bert Koopman onderzocht waarom conflicten hoog konden oplopen. Promotie vond plaats op 5 juni.

Het Concertgebouworkest behoort al decennia tot de internationale top en wordt geprezen om zijn stilistische flexibiliteit. Buitenpromovendus Koopman onderzocht de geschiedenis van de organisatie achter de topmusici en legde pijnlijke conflicten bloot. De leiding van het Concertgebouw gaf de chef-dirigent al vanaf het begin meer speelruimte dan de zakelijk directeur. Vooral de tweede chef-dirigent Willem Mengelberg, die van 1895 tot 1945 orkestleider was, kon hierdoor oppermachtig worden. Deze dominantie leidde onder Mengelberg en zijn opvolgers tot veel spanningen over financiën en de programmering. Koopman: ‘Conflicten konden snel uit de hand lopen omdat bestuurders vaak pas in een laat stadium tegenspel boden.’

Het Concertgebouw in Amsterdam. Foto Wikimedia

Pro-Duitse houding tast imago aan

Mengelberg, die in Nederland was geboren maar Duitse ouders had, werd tijdens en na de Tweede Wereldoorlog verweten dat hij zich te pro-Duits had opgesteld. Zo had hij niet geprotesteerd tegen het ontslag van Joodse muzikanten en gaf hij concerten voor nazi’s. Zijn meegaande houding tastte het imago van het hele orkest aan en na de oorlog kreeg hij van de Centrale Ereraad voor de Kunst een dirigeerverbod van zes jaar.

Scheiding orkest en gebouw

De democratischer leiderschapsstijl van Mengelbergs opvolger Eduard van Beinum wakkerde de drang tot verzelfstandiging aan. Het gebouw en het orkest vormden samen één organisatie en de musici beklaagden zich over de macht van het bestuur van het Concertgebouw. Het orkest wilde zijn eigen lot bepalen en dat zou lukken; in 1952 werden gebouw en orkest formeel gescheiden. Het Concertgebouw N.V. bleef echter eigenaar van de grote instrumenten en de muziekbibliotheek. En ‘het gebouw’ voerde de financiële en abonnementenadministratie van het orkest. Koopman: ‘Dit alles werkte nog veertig jaar remmend op de artistieke en zakelijke ontplooiing van het orkest. De complete boedelscheiding kwam pas in 1992 werkelijk rond.’

Musici pakken hun instrumenten in. (1946, collectie Anefo Nationaal Archief)
Musici pakken hun instrumenten in. Foto 1946 Collectie Anefo Nationaal Archief

Uitdager van het orkest

Het Concertgebouw raakte in de jaren zeventig in verval en worstelde met financiële problemen. Door een grote fondsenwervingscampagne wist het echter in de jaren tachtig uit de as te herrijzen. Koopman: ‘Het ontpopte zich toen juist als een uitdager van het orkest, zowel in artistiek als in zakelijk opzicht. Het zelfstandige Concertgebouw kon autonoom programmeren en zocht in artistiek opzicht meer aansluiting bij internationale ontwikkelingen. Omgekeerd prikkelde dit beleid het orkest om vernieuwingen door te voeren.’  

Bert Koopman is historicus met een journalistieke achtergrond. Hij was 25 jaar werkzaam bij Het Financieele Dagblad, onder meer als redacteur Bedrijfstakken en chef Kunst.

Competentiestrijd in de Muziektempel. Een zakelijke geschiedenis van het ConcertgebouworkestBert Koopman

Uitgeverij Prometheus € 39,99
ISBN: 9789044635539

Tekst: Linda van Putten
Mail de redactie

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie