Universiteit Leiden

nl en

Internationaal recht en de hervorming van Belgisch verbintenissenrecht

België staat aan de vooravond van een hervorming van het Burgerlijk Wetboek. Ruben de Graaff adviseerde de commissie het internationale recht te erkennen als bron van verbintenissen. Zijn aanbeveling blijkt te zijn overgenomen.

De Belgische regering beoogt een nieuw Burgerlijk Wetboek in te voeren. Zowel het verbintenissenrecht als het goederenrecht moet worden gemoderniseerd. Dit hervormingsproces moet ervoor zorgen dat het Burgerlijk Wetboek opnieuw zijn centrale plaats krijgt in het Belgische privaatrecht.

Volgens Ruben de Graaff is deze doelstelling niet haalbaar zonder het internationale recht een plaats te geven in het Burgerlijk Wetboek. Hij heeft de commissie daarom aangeraden te verduidelijken dat verbintenissen ook kunnen ontstaan uit internationaal recht met directe werking in de Belgische rechtsorde. Te denken valt aan verbintenissen die voortvloeien uit het EVRM of uit het primaire en secundaire Unierecht.

Het nationale recht is voor het ontstaan van deze verbintenissen niet doorslaggevend, maar heeft wel een belangrijke aanvullende functie. Het internationale recht beantwoordt namelijk niet alle verbintenisrechtelijke vragen. Ook in deze context is dus behoefte aan algemene regels over onderwerpen als nakoming, opschorting en schuldeisersverzuim. Daarom is het volgens De Graaff van belang te verduidelijken dat het nieuwe wetboek op deze verbintenissen van toepassing is.

Zijn aanbeveling blijkt te zijn overgenomen. De Memorie van Toelichting vermeldt nu dat verbintenissen ook hun oorsprong kunnen vinden in ‘internationale instrumenten die directe werking hebben in de interne rechtsorde’. Voorontwerp en toelichting zijn op 30 maart jl. goedgekeurd door de ministerraad en ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

De voorstellen kunnen worden geraadpleegd op een speciale website van het Ministerie van Justitie. Ook de uitwerking van de aanbeveling is online te raadplegen.