Universiteit Leiden

nl en

Skateboarden bij natuurkunde: onderzoek naar interesses van jongeren

Jongeren hebben vaak veel en uiteenlopende interesses. In een drietal projecten bij het ICLON van de Universiteit Leiden kijken onderzoekers naar welke interesses jongeren hebben. Hoe veranderen deze interesses in de loop van de tijd en welke rol spelen ze bij hun profielkeuze, de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs en bij de overstap van studie naar arbeidsmarkt?

inTin-onderzoek

inTin staat voor Interesses in Transitie. Dit onderzoek bij het ICLON van de Universiteit Leiden focust op interesses van jongeren op de middelbare school, tijdens hun vervolgopleiding (mbo/hbo/universiteit) en het begin van hun carrière. Dit is een periode van verandering waarin interesses misschien mee veranderen of juist blijven bestaan. Voor dit onderzoek ontving hoogleraar Sanne Akkerman een ERC Starting Grant.

Leerlingen volgen

Een groep van vier onderzoekers bij het ICLON volgt de komende drie jaar een groep van 400 leerlingen in het voortgezet onderwijs en een zelfde aantal studenten in mbo, hbo en wo.

Sanne Akkerman: ‘Door interesses goed in kaart te brengen kunnen we het onderwijs beter laten aansluiten op verschillende leerlingen en studenten.'

De leerlingen van vmbo-t, havo en vwo worden gevolgd vanaf anderhalf jaar voor hun eindexamen, voordat ze de overstap naar hoger onderwijs maken. De studenten aan mbo, hbo en universiteit maken de overstap naar de arbeidsmarkt. Via een app en interviews worden hun interesses in kaart gebracht.

‘Deze leerlingen en studenten zitten in een overgangsperiode,’ zegt Thea van Lankveld, postdoc onderzoeker in het project. ‘Wij willen weten of hun interesses veranderen in die periode.’

Skateboarden in de natuurkundeles

Sinds september 2016 volgt Jonne Vulperhorst, promovendus bij het ICLON, 250 vwo-leerlingen die de overstap maken naar het hoger onderwijs. Hij ziet dat leerlingen veel verschillende interesses rapporteren, van vijf tot wel zestig. Een groot deel van die interesses is stabiel.

Ongeveer een derde van de interesses is ‘schools’, dat wil zeggen interesse in een schoolvak of een onderwerp dat aan bod komt in de les.

‘Bij een veranderde omgeving zie je vaak dat interesses veranderen,’ aldus Vulperhorst. ‘Maar je ziet ook dat leerlingen in de studiekeuze vaak vier tot vijf gerapporteerde interesses bewust terug laten komen.'

Meer inzicht in hoe interesses van studenten zich ontwikkelen zou kunnen helpen bij het voorkomen van het voortijdig stoppen met de studie. Het middelbaar en hoger onderwijs zou daarnaast meer kunnen proberen aan te sluiten bij interesses van leerlingen. ‘Als je weet dat sommige leerlingen bijvoorbeeld van skateboarden houden, dan zou je die leerlingen best met een opdracht daarmee aan de slag kunnen laten gaan bij bijvoorbeeld natuurkunde of wiskunde.'