Universiteit Leiden

nl en

Twee nieuwe vrouwelijke hoogleraren bij Psychologie

De Faculteit der Sociale Wetenschappen heeft de psychologen Ellen de Bruijn en Berna Güroğlu voorgedragen als hoogleraar. Güroğlu: ‘Ik voel me vereerd dat de Universiteit Leiden die voordracht heeft gehonoreerd.’ De Bruijn: ‘Het is mooi en motiverend dat de Universiteit Leiden zich hard maakt voor de inhaalslag van vrouwelijke hoogleraren.’ Beiden praten met passie over onderzoek.

Ellen de Bruijn, hoogleraar ‘Neurocognitive Clinical Psychology’

Ellen de Bruijn

De Bruijn ziet nieuwe mogelijkheden om haar onderzoek in de klinische psychologie op de kaart te zetten. In haar onderzoekslijn combineert ze haar kennis van cognitieve neurowetenschappen, klinische en sociale psychologie. De Bruijn: ‘Juist in multidisciplinair onderzoek is het belangrijk om nauwe contacten te onderhouden met de verschillende onderzoeksdomeinen, omdat nieuwe inzichten vaak voortkomen uit dit soort interacties.’ Voor het onderzoek bij klinische populaties werkt de Bruijn samen met instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, het Leidse LUBEC, en verschillende TBS-klinieken. Daar worden EEG laboratoria op locatie ingericht om zo gegevens van moeilijk bereikbare onderzoekpopulaties te verzamelen.

Symptomen

In het onderzoek van de Bruijn staat niet zozeer een specifieke aandoening centraal, maar draait het vooral om de symptomen. ‘Omdat een bepaald symptoom vaak een rol speelt in verschillende stoornissen is mijn onderzoek trans-diagnostisch. Het vertrekpunt is een neurocognitief proces dat wellicht een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van een specifiek symptoom.’ De Bruijn wil die neurocognitieve processen plaatsen in een sociale context: ‘Dit is naar mijn mening een essentiële stap. Tot voor kort keken we vooral vanuit een niet-sociale context naar aandoeningen en mogelijke verstoringen in relevante processen. Maar bijna alle aandoeningen worden ook gekenmerkt door problemen in sociaal functioneren. Willen we echt tot de kern van een stoornis komen, dan moeten we de betrokken processen dus in een sociale context onderzoeken.’

Sociale context meepakken

Een van de processen die centraal staan in het onderzoek van de Bruijn is het maken van fouten. ‘We maken allemaal fouten, maar de ene persoon gaat er heel anders mee om dan de andere. Wat gebeurt er dan in die verschillende breinen? En wat gebeurt er als die fouten in een sociale context plaatsvinden?’ De Bruijn vertelt over de foute wissel van Sven Kramer van jaren geleden. ‘Het maakt nogal wat uit of je een fout maakt in je eentje of onder toeziend oog van miljoenen mensen. Of dat je een fout maakt met vervelende gevolgen voor iemand anders. Een van de grootste angsten van mensen met een sociale angststoornis is om fouten te maken in het bijzijn van anderen. Individuen met psychopathie zijn bijvoorbeeld vooral gericht op hun eigen doelen en houden niet veel rekening met hoe hun gedrag andere mensen kan benadelen. De sociale context moeten we dus meepakken om deze aandoeningen beter te begrijpen en juist ook deze symptomen te zien.’

Onderwijs

De Bruijn ziet ook mogelijkheden om de symptoom gestuurde benadering in het onderwijs toe te passen. ‘Het is voor studenten eenvoudiger om verbanden te leggen tussen verschillende aandoeningen als ze begrijpen dat symptomen in meerdere stoornissen een rol spelen. Zeker als ze beseffen dat er ook gedeelde processen en neurale mechanismen ten grondslag kunnen liggen aan die symptomen. Een symptoom als impulsiviteit bijvoorbeeld zie je terug in verschillende aandoeningen en kan je verklaren door verstoringen in het systeem in onze hersenen dat fouten detecteert.’

Berna Güroğlu, hoogleraar ‘Neuroscience of Social Relations’

Berna Güroğlu

De warme belangstelling van ontwikkelingspsycholoog Güroğlu gaat uit naar relaties van jongeren, voornamelijk relaties met hun leeftijdsgenoten. In haar onderzoek kijkt ze naar gedrag binnen sociale interacties en dit meet ze in de vorm van beslissingen die consequenties hebben voor jezelf en de ander. Hiervoor maakt ze gebruik van economische spellen waar je geld mag verdelen tussen jezelf en een ander. Je krijgt bijvoorbeeld de keuze tussen de verdeling van twee munten voor je zelf en niets voor de ander of een munt voor je zelf en een munt voor de ander. Welke zou je kiezen als de ander je beste vriend is? En hoe verandert je beslissing als de ander een klasgenoot is die je helemaal niet aardig vindt? 

Hersenontwikkeling en sociaal gedrag in diverse relaties

Güroğlu onderzoekt sociaal gedrag in relatie tot de ontwikkeling van de hersenen. Daarbij bedient ze zich als neurowetenschapper van de fmri-scanner om de hersenactiviteit van jongeren in kaart te brengen tijdens sociale interacties. Welke hersengebieden spelen een rol in dit soort beslissingen? Güroğlu: We weten inmiddels dat de hersenen een belangrijke ontwikkeling doormaken gedurende de adolescentie. Ik wil verder kijken naar de verbanden tussen hersenontwikkeling en sociaal gedrag door deze verbanden te onderzoeken in de context van verschillende relaties. In mijn onderzoek bekijk ik niet alleen relaties tussen twee personen, maar ook de groepsprocessen zoals de status van jongeren binnen een schoolklas. We weten bijvoorbeeld dat jongeren die aardig worden gevonden en diegenen die juist afgewezen worden door klasgenoten, verschillen in hun sociaal gedrag. Ik ben geïnteresseerd naar de neurale processen die hierin een rol spelen.

Leren met je vrienden, leren van je vrienden

De sociale interacties en relaties worden steeds belangrijker voor jongeren. Als jongeren naar school gaan gaat het niet altijd om leren. Want soms zijn alle sociale interacties met vrienden en klasgenoten nog belangrijker dan het leren zelf. Güroğlu vindt het opvallend hoe weinig we nog weten over hoe de sociale context waarin jongeren leren de leerprocessen beïnvloedt. In de toekomst wil ze zich richten op de rol van relaties op leren, zoals het leren met vrienden. Leren jongeren bijvoorbeeld beter als ze met hun beste vriend zijn omdat het motiverend is, of zorgt dit juist voor afleiding? Ook relevant voor de praktijk: de omgeving waarin jongeren leren is een zeer sociale context, met heel veel afleiding van vrienden. Als we de leerprocessen in deze sociale context beter begrijpen, kunnen we eventueel deze kennis gebruiken om de leeromgeving van jongeren te optimaliseren.