Universiteit Leiden

nl en

De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht

Op woensdag 13 december om 13:45 uur verdedigt Jaap Wieland zijn proefschrift over ‘De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht’ in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. Zijn promotors zijn hoogleraar Willemien den Ouden en hoogleraar Jaap Polak.

Jaap Wieland.
Jaap Wieland

Steeds vaker treffen concurrenten elkaar bij de bestuursrechter. Dat is niet zo vreemd. Besluiten van de overheid kunnen immers grote gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van ondernemers. Als bijvoorbeeld chocoladeproducent A een subsidie krijgt en chocoladeproducent B niet, dan heeft A een concurrentievoordeel ten opzichte van B. En als de gemeenteraad een bestemmingsplan vaststelt dat voorziet in de vestiging van een nieuwe bouwmarkt, dan krijgt een in de buurt gevestigde bouwmarkt te maken met een toename van de concurrentie. Als daarnaast aan de nieuwe bouwmarkt minder strenge eisen ten aanzien van bijvoorbeeld brandveiligheid en het milieu worden gesteld, is er bovendien sprake van een verstoring van de eerlijke concurrentie.
In dit boek staat de vraag centraal hoe in het Nederlandse bestuursrecht, dat van oudsher is gericht op de bescherming van burgers tegen de overheid, wordt omgegaan met de gevolgen van besluiten voor concurrentieverhoudingen. Deze vraag is beantwoord aan de hand van een analyse van de rechtspraak van de bestuursrechter.

Knelpunten

Het onderzoek behelst een diepgravende studie naar de bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht en is gericht op het identificeren van mogelijke knelpunten die zich daarbij voordoen. Drie knelpunten komen in het bijzonder aan bod: de toegang tot de bestuursrechtelijke procedure, het doelgebonden karakter van bestuursbevoegdheden (specialiteit) en het relativiteitsvereiste. Deze knelpunten worden beschreven, geanalyseerd en in Unierechtelijk perspectief geplaatst. De belangrijkste conclusie is dat de toegang van concurrenten tot bestuursrechtelijke procedures ruim is, maar dat hun belangen vervolgens, als gevolg van het specialiteitsbeginsel en het relativiteitsvereiste,  maar in zeer beperkte mate een rol kunnen spelen bij het nemen van besluiten en de toetsing daarvan door de bestuursrechter. Het Nederlandse bestuursrecht verschilt daarin van het Unierecht, waarin concurrentiebelangen een centrale plaats innemen.

Gelijke kansen van ondernemers?

In veel gevallen is het geen groot probleem dat concurrentiebelangen geen rol kunnen spelen bij het nemen van besluiten en het toetsen daarvan. De strijd tussen concurrenten moet immers primair op de markt worden uitgevochten en niet in de rechtszaal bij de bestuursrechter. Dat laat onverlet dat zich situaties kunnen voordoen waarin de overheid door het nemen van een besluit het gelijke speelveld waarop ondernemers met elkaar concurreren verstoort, bijvoorbeeld door een de ene ondernemer een vergunning onder gunstiger condities te verlenen dan aan de andere ondernemer, of door een schaarse vergunning of ontheffing aan een ondernemer te verlenen, zonder dat andere ondernemers de kans krijgen om voor die vergunning of ontheffing in aanmerking te komen. In dat geval komen de gelijke kansen van ondernemers in gevaar en is geen sprake meer van eerlijke concurrentie. In die situaties zou aan de hand van het gelijkheidsbeginsel oog moeten worden gehouden voor de belangen van concurrenten.

Willemien den Ouden over Jaap Wieland

"Jaap Wieland laat overtuigend zien dat de overheid het gelijke speelveld voor ondernemers zo min mogelijk moet verstoren en dat de bestuursrechter daarbij, met het gelijkheidsbeginsel in de hand, een belangrijke rol kan en moet spelen.

Hij deed zijn onderzoek als buitenpromovendus. In het dagelijks leven is hij werkzaam als ambtenaar van Staat bij de Raad van State. Zijn kennis van de rechtspraktijk klinkt door in het proefschrift, waar hij de rol die de bestuursrechter kan spelen bij de bescherming van concurrenten schetst. Zijn onderzoek is een mooi voorbeeld van vruchtbare interactie tussen wetenschap en rechtspraktijk!"