Universiteit Leiden

nl en

Moot Court: een Leids succesverhaal

Het befaamde vak Moot Court van de Leidse rechtenfaculteit bestaat alweer 25 jaar.Begonnen als een experiment met 40 studenten, groeide de oefenrechtbank uit tot een must voor jaarlijks 800 tweede- of derdejaars. De faculteit vierde op 6 oktober een feestje.

Ankie Broekers-Knol, 20 jaar directeur van Moot Court

Ankie Broekers-Knol, nu gepensioneerd en voorzitter van de Eerste Kamer, was twintig jaar directeur van Moot Court. Ze vertelde in een voordracht bij het lustrum hoe het in de vroege jaren '90 van de vorige eeuw allemaal begon. Enkele collega's van rechtsgeleerdheid kwamen met het idee om het concept van de Telders Moot Court Competition in het curriculum op te nemen. Studenten moesten laten zien dat ze konden argumenteren maar door de grote studentenaantallen was hier weinig gelegenheid voor. Zo kwamen  mondelinge tentamens niet meer voor. In Moot Court zijn studenten eiser of verweerder, de 'rechter' is altijd iemand van buiten.

De schrik van elke receptie

Het experiment slaagde zonder meer. Het College van Bestuur investeerde in het vak en na enige tijd was de visitatiecommissie lovend. Broekers-Knol zocht als secretaris van het faculteitsbestuur tevergeefs naar iemand die directeur wilde worden. En toen keek iemand háár diep in de ogen: 'Ik weet wel iemand die het zou kunnen...' Ze werd de schrik van elke receptie want altijd was ze op zoek naar juristen uit het beroepsveld die gestrikt konden worden om als rechter op te treden; er waren er 120 tot 140 per jaar nodig en er waren altijd wel vacatures.

Belangstelling uit Tilburg

Moot Court doorstond bezuinigingen, een verhuizing van de Hugo de Grootstraat naar het Kamerlingh Onnesgebouw en de uitbreiding met fiscaal en notarieel recht, waarvoor jurididisch argumenteren en pleitoefeningen evengoed van essentieel belang zijn. En er kwam een Engelstalige variant. Inmiddels is de centrale plaats van Moot Court in het curriculum boven alle twijfel verheven, aldus Broekers-Knol. Ze diste ook een aantal smakelijke anekdotes op uit de begintijd van Moot Court. Met Nijmegen en Maastricht is er nog steeds een dispuut wie nou als eerste een oefenrechtbank had. 'Maar niemand had er een zoals wij', zo beslechtte de oud-directeur in haar voordracht de discussie. 'Van een vak waarbij studententen intensief werden begeleid, was elders nog geen sprake.' Er was dan ook belangstelling van andere universiteiten, onder meer uit Tilburg. Broekers-Knol: 'Er kwam een delegatie langs en die wilde er alles over weten. Op een gegeven moment zei ik: Wij hebben er heel lang over gedaan om te ontwikkelen wat we nu hebben. Jullie kunnen het concept kopen. En zowaar, na een week - het zijn daar economen, natuurlijk - kwamen ze terug en telden ze een mooi bedrag neer.'

Rob van den Sigtenhorst: bij Moot Court terug als 'rechter'.

Kleuring geven

Iemand die Moot Court uit eigen ervaring kent, is Rob van den Sigtenhorst. Hij studeerde in 2006 af aan de Leidse rechtenfaculteit. In zijn opleiding volgde hij ook het vak Moot Court. Nu is hij advocaat Banking & Finance en Insolventie & Herstructureringen bij kantoor De Brauw Blackstone Westbroek en treedt hij zelf als rechter op bij Moot Court. 'Ik herinner me van destijds dat het heel spannend was. Je bereidde een casus voor in een werkgroep, daarna moest je die casus bepleiten tegen een medestudent: de een als eiser en de ander als verweerder.’ Het leverde hem, en huidige studenten ook, veel op.‘In de schriftelijke werkstukken die je van te voren inlevert staan de juridische argumenten maar Moot Court leert je dat het er ook om gaat de casus zo sterk mogelijk aan de rechter te presenteren. Dan kun je namelijk, zoals wij advocaten zeggen, kleuring aanbrengen, bepaalde aspecten nog eens extra benadrukken en de kern van de zaak zo helder en simpel mogelijk neerzetten. Zo zorg je ervoor dat de rechter zich beter kan inleven in de partij die jij vertegenwoordigt – en die partij hopelijk gelijk geeft. Het is ook heel leuk om als "rechter" bij Moot Court terug komen. Ik help er graag aan mee om studenten enthousiast te maken voor het vak!'

Prof.dr. Clementine Breedveld-de Voogd, de huidige directeur van Moot Court.

Verbinding van wetenschap en praktijk

De huidige directeur van Moot Court en hoogleraar Burgerlijk recht, Clementine Breedveld-de Voogd, memoreerde nog eens de goed gelukte crowdfundingsactie in 2015, voor de inrichting van een heuse Moot Court-zaal, een mini-rechtszaal. Het werd de succesvolste crowdfundingsacties van de Leidse universiteit, met een overdonering van 83%. Er is in de zaal ook plaats voor publiek: familie en vrienden kunnen de toekomstige eiser of verweerder live in actie zien.
Breedveld-de Voogd lichtte ook toe dat Moot Court meer is dan een retorische oefening: 'Het vak verbindt de wetenschap met de praktijk en is een venster waardoor de studenten naar buiten kijken en de buitenwereld – in de vorm van de ‘rechters’ en het publiek - naar binnen. Een derde belangrijke meerwaarde is de persoonlijke aandacht die elke student in het vak krijgt. Vice-rector Hester Bijl bestempelde het vak als best practice.'
Ook citeerde Breedveld-de Voogd wijlen Hans Nieuwenhuis, Leids hoogleraar Burgerlijk recht. Die zei: Moot Court = Moet Kort. Anders gezegd: argumenten zijn het sterkst als ze kort, kernachtig, duidelijk en zo mogelijk met humor worden gedebiteerd. Dat leren is Moot Court.

Vier workshops

Daarna kon iedereen deelnemen aan een van de vier workshops: Stemvorming (beïnvloeden met behulp van je stem), Gedachtenlezen (ofwel: je in een ander kunnen verplaatsen), Onthouden worden en Retoriek in de rechtszaal. Waarna borrel en dinner. En vervolgens: op naar de volgende 25 jaar.

(CH)