Universiteit Leiden

nl en

Waarom de Amsterdamse burgemeester Van Hall weg moest

Burgemeester Gijs van Hall werd in 1967 door de regering uit zijn functie gezet. De vele rellen in de voorafgaande jaren maakten pijnlijk duidelijk dat hij de regie over zijn stad kwijt was. In een biografie reconstrueert de Leidse promovendus Dirk Wolthekker diens val. ‘Van Hall runde Amsterdam als een bedrijf.’ Promotie op 6 juni.

‘Alleen omdat ik een Van Hall ben’

Niet eerder in de moderne geschiedenis had de regering een burgemeester van de hoofdstad aan de kant geschoven. Van Hall (PvdA), een gevierd oud-verzetsstrijder, voelde zich onheus bejegend. Als telg van een bekende Amsterdamse regentenfamilie verweerde hij zich met de opmerking: ‘Alleen omdat ik een Van Hall ben, zegt men dat ik een regentenmentaliteit heb.’

Onderzoek familiearchief

In zijn biografie werpt Wolthekker nieuw licht op het gedwongen vertrek van de burgemeester. Daarbij putte hij uit het omvangrijke familiearchief met honderden brieven van Van Hall en zijn echtgenote Emma Nijfhoff, die dikwijls publiekelijk haar ongezouten mening gaf. Ook analyseerde Wolthekker de vele bestuurlijke rapporten en kranten die uitvoerig berichtten over de onlusten in de hoofdstad.

Gijs van Hall was rechtenstudent in Leiden (afgestudeerd in 1928). Deze foto is gemaakt op 8 december 1924 (geen fotografencredit) tijdens een diner van het Leids studentengenootschap Operam Demus. Links vooraan (met sigaret): Gijs van Hall.
Gijs van Hall (links vooraan met sigaret) studeerde Rechten in Leiden. De foto is gemaakt op 8 december 1924 tijdens een diner van het studentengenootschap Operam Demus. Foto: Familiearchief

Conclusie

Er was niet één reden, maar een hele serie tekortkomingen, constateert Wolthekker. ‘Van Hall had een gebrekkige visie op het burgemeesterschap: hij runde de stad als een bedrijf. Hij zag zichzelf vooral als een citymanager en had weinig oog voor de vaak tegengestelde belangen die iedere stad nu eenmaal kent. Als zakenman en oud-bankier had Van Hall weinig op met een ambtelijke organisatie en hij miste een politieke antenne, waardoor hij Haagse bewindslieden tegen zich in het harnas joeg.’

Verzetsverleden

Ook de Commissaris van de Koningin, die hem bij de regering had voorgedragen, was tekortgeschoten, benadrukt Wolthekker. Van Hall was in 1957 de enige serieuze kandidaat, maar had geen politieke ervaring. Vanwege zijn verzetswerk was de keuze op hem gevallen. Samen met zijn broer Walraven had hij in de oorlog schatkistbewijzen vervalst en deze, in het geheim, in de kluis van De Nederlandsche Bank omgeruild tegen de echte bewijzen. Zo financierden de broers op spectaculaire wijze het verzet. Walraven werd later verraden en in februari 1945 gefusilleerd door de Duitsers.

Trots dat hij de UvA had verlost van de knellende banden met de gemeente nam Gijs van Hall in de Lutherse kerk afscheid als president-curator van de universiteit, 18-09-1967.
Trots dat hij de UvA had verlost van de knellende banden met de gemeente nam Gijs van Hall in de Lutherse kerk afscheid als president-curator van de universiteit, 18 september 1967. Foto: UvA/Bijzondere Collecties

Provo’s

Na een voortvarende start met geslaagde projecten (privatisering UvA, bouw IJ-tunnel) braken de roerige jaren zestig aan. Het werd zeer onrustig in Amsterdam: rebellerende jongeren (Provo) en andere jongeren daagden de autoriteiten uit. Door zijn oorlogservaringen moest Van Hall niets van geweld hebben. Daarom liet hij het toezicht op de openbare orde vrijwel volledig over aan zijn politiecommissaris. Paradoxaal genoeg zorgde deze voor excessief politiegeweld, maar mede door onderbezetting konden de agenten de vele rellen niet beteugelen.

Tijdens het bouwvakkersoproer (13 juni 1966) bij het gebouw van de Telegraaf op de Nieuwezijds Voorburgwal viel een dode. Foto: Hans Steinmeier, collectie Anefo, Nationaal Archief.

Opkomst live televisie

Dankzij de opkomst van live televisie zagen Nederland en de internationale pers hoe in maart 1966 de huwelijksdag van kroonprinses Beatrix gepaard ging met rookbommen en politie-charges. In een interview met Mies Bouwman gaf een stuntelende burgemeester toe dat hij ook niet meer wist hoe het verder moest. Hij zei dat psychologen maar uitkomst moesten bieden. Wolthekker: ‘Dit versterkte het beeld van een burgemeester die de regie kwijt was.’

Barbertje moet hangen

Van Hall verspeelde definitief zijn krediet toen er drie maanden later een dode viel tijdens een veldslag tussen bouwvakkers en de politie. Het nieuwe kabinet, dat zich stevig wilde positioneren, stelde een onderzoek in met vernietigende conclusies. Op 9 mei 1967 gaf premier De Jong hem de keuze: ontslag nemen of (eervol) ontslag krijgen. Het werd het laatste. Bitter sprak Van Hall tegen de verzamelde journalisten: ‘Barbertje moet hangen’. De afzettingsprocedure verliep niet fair, aldus Wolthekker. Van Hall kreeg het rapport niet te zien en kon zich dus ook niet verdedigen.

Bannerfoto: Gijs van Hall krijgt de ambtsketen omgehangen door wethouder en locoburgemeester Ab de Roos, 1 februari 1957. Foto: Anefo/Stadsarchief Amsterdam

(LvP)