Universiteit Leiden

nl en

Lovende woorden van de visitatiecommissie

Op 7 en 8 oktober 2016 werd de Faculteit der Rechtsgeleerdheid bezocht door de visitatiecommissie, onder leiding van dhr. Hammerstein. Deze visitatiecommissie legt verslag van de geboekte resultaten en geeft advies over hoe deze resultaten kunnen worden verbeterd in de toekomst. De resultaten van deze onderzoeksvisitatie zijn erg positief. Reden genoeg om hierover in gesprek te gaan met Larissa van den Herik, vice-decaan en hoogleraar internationaal publiekrecht.

De facultaire onderzoeksvisitatie is zeer goed verlopen. Waar bent u nu het meeste trots op? M.a.w wat kunnen uw collega’s van Leiden leren?

"De visitatie is inderdaad bijzonder goed verlopen, zowel de voorbereidingen als de dagen zelf, en de uitkomst is geweldig. We hebben alle onderzoeksprogramma's aan de visitatiecommissie gepresenteerd, terwijl sommigen nog maar net bestonden na de voortzetting van het enorme programma Multi-Level Jurisdiction in vier separate programma's. We hebben ons dus behoorlijk kwetsbaar opgesteld. Ik ben er daarom zeer trots op dat het facultaire onderzoek in de volle breedte ongelooflijk goed heeft gescoord, alle programma's hebben 2-en gekregen en de programma's over human rights, internationaal recht en economie/sociaal recht ontvingen zelfs een 1. Een absolute topscore! Daar zijn we bijzonder blij mee. Maar het meest trots zijn we toch wel op al onze onderzoekers en de geweldig inspirerende onderzoekssfeer die hier heerst. De visitatiecommissie was hier ook erg van onder de indruk. Natuurlijk begrepen zij dat we ons beste beentje voor zetten op 7 en 8 oktober jl., toen zij ons bezochten, maar ze zeiden ook: zo'n sfeer, dit enthousiasme, dat kun je niet nabootsen. Dat bestaat ergens of het bestaat niet. En bij ons in Leiden bestaat het!"

Er zijn ook altijd punten die aandacht behoeven. Kunt u aangeven welke het hoogst op de agenda staan?

"We leven in een drukke wereld en dat geldt ook in onze faculteit. Er is altijd veel te doen, dus is het belangrijk dat we goed kiezen. En dat is niet een keuze voor meer onderzoek en dus tegen onderwijs, want die twee gaan prima samen. Maar we moeten wel kritisch blijven kijken naar administratieve processen om onderzoek en onderwijs heen en daar moeten we samen efficiënt in opereren. Daarnaast is het belangrijk dat iedere onderzoeker zelf strategisch nadenkt over zijn of haar persoonlijke publicatiestrategie en onderzoeksprofilering. Wetenschappers zijn gauw geneigd op allerlei verzoeken ja te zeggen, maar uiteindelijk is kiezen meestal beter. In die context willen we ook heel concreet gaan werken aan het vergroten van het volume subsidieaanvragen dat vanuit onze faculteit gedaan wordt, bijvoorbeeld voor een vidi of vici of een ERC-grant. Er zijn veel mensen die daar initiateven in willen nemen en dat gaan we stimuleren."

Zijn dit aandachtspunten voor al het Nederlands juridisch onderzoek of specifiek voor Leiden?

"Iedere faculteit heeft zo zijn eigen prioriteiten. Onze faculteit is een brede faculteit en dat is terug te zien in de onderzoeksoutput. Speciaal is ook de combinatie van zeer sterk doctrinair, monodisciplinair onderzoek dat wordt verricht in Leiden, met een openheid voor multidisciplinair onderzoek bijvoorbeeld door de samenwerking met de afdelingen economie, criminologie en rechtssociologie. We willen van die combinatie gebruik maken om van elkaar te leren op het gebied van onderzoeksmethoden, publicatiestrategieën en subsidieaanvragen. Dat kan ons ook helpen de brug te slaan naar de data science en de technologie."

Wat gaan uw onderzoekers hier in 2017 nog van merken?

"Een eerste ontwikkeling die hierbij aansluit is de RAF, het nieuwe Research Assessment Framework, dat al in werking is getreden en waarin veel aandacht bestaat voor het articuleren van onderzoeksplannen. Onderzoekers worden toegelaten tot een programma, worden fellow, op basis van hun onderzoeksplannen. Zo willen we onderzoekers stimuleren om strategischer na te denken over hun profiel en hun wijze van publiceren. Daarnaast gaan we subsidieclubjes opstarten, bijvoorbeeld een vidi of ERC-klasje, waar onderzoekers samen aan voorstellen werken binnen een stimulerende groepsdynamiek. Dat kan binnen de faculteit zijn, maar ook met andere faculteiten en met maatschappelijke partijen samen. Aan dat laatste draagt onze aanwezigheid in Den Haag ook bij."

Wat gaat u het meeste missen nu deze grote klus er weer op zit voor de komende zes jaar?

"Wat ik zal missen is het overweldigende trotse en positieve gevoel dat tijdens de twee dagen van de visitatie overheerste: jonge onderzoekers die met passie over hun onderzoek vertelden, programmacoördinatoren die samen met fellows het verrichte onderzoek van de afgelopen 7 jaar op indrukwekkende wijze presenteerden. En het oordeel daarover weten we inmiddels: lovende woorden van de visitatiecommissie."