Universiteit Leiden

nl en

Met replica's het raadsel oplossen

Archeoloog Virginia García-Díaz maakte replica’s van oeroude gebruiksvoorwerpen om Noord-Hollandse nederzettingen uit de Touwbekercultuur te bestuderen. Promotie op 23 februari.

Een benen priem en twee naalden, gevonden op de locatie Zeewijk (bron: NWO)

Vlak voor het aanbreken van de Bronstijd werd een groot deel van Noord-Europa bewoond door mensen van de Touwbekercultuur. Deze cultuur strekte zich uit van Rusland tot de drassige kust van Noord-Holland. Bij het bestuderen van de Touwbekercultuur hebben eerdere wetenschappers zich vooral gericht op de kenmerkende graven: aarden heuvels waarin de dode werd begraven, samen met waardevolle voorwerpen zoals strijdbijlen voor de mannen en de typische aardewerken touwbekers voor vrouwen.

Belangrijke rol

‘Er is echter weinig onderzoek gedaan naar het dagelijks leven tijdens de Touwbekercultuur,’ zegt archeologe Virginia García-Díaz. ‘Dat is jammer, want het gaat om een cultuur die een belangrijke rol speelt in de geschiedenis van Europa en meer specifiek van Noord-Nederland.’ Dankzij een beurs van NWO kunnen wetenschappers uit Leiden en Groningen nu de eerder gevonden Touwbekernederzettingen opnieuw bestuderen.

Keinsmerbrug, Mienakker en Zeewijk

García-Diaz focust in haar dissertatie op drie nederzettingen uit die periode, alle drie gelegen in de kop van Noord-Holland: Keinsmerbrug, Mienakker en Zeewijk. Ze bestudeerde specifiek de artefacten die mogelijk een rol speelden in het huishouden en andere alledaagse activiteiten. Denk aan vuurstenen werktuigen om graan te oogsten, pinnen gemaakt van dierenbotten om jassen dicht te knopen en sieraden gemaakt van amber of hondentanden.

Namaken

Om het precieze gebruik van de voorwerpen vast te stellen, heeft García-Diaz verschillende oeroude artefacten nagemaakt in het laboratorium. Zo vermoedde ze dat een scherpe steen gebruikt werd als priem om amberkralen te maken, maar zeker weten deed zij dat niet. Door de priem én het gebruik daarvan na te bootsen, kon de archeologe bekijken of de gebruikssporen van de priem overeen kwamen met de beschadigingen op het eeuwenoude origineel.

Sporen

Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor hangers gemaakt van dierenbotten: het touw waaraan het hangt, laat onvermijdelijk sporen achter in het sieraad. En langdurig gebruik maakt een vuurstenen werktuig bot en laat streepvormige sporen achter. Om al die piepkleine beschadigingen goed te vergelijken maakte García-Diaz dankbaar gebruik van de stereomicroscopen en metallografische microscopen in het laboratorium van de Faculteit Archeologie.

Zomergasten

Uit haar analyses maakte de promovendus onder meer op dat de drie Noord-Hollandse nederzettingen van elkaar verschilden qua gebruik. In tegenstelling tot de twee andere locaties, werd de nederzetting in Keinsmerbrug enkel in de zomer bewoond. Aan de hand van de artefacten kon García-Diaz afleiden dat er weliswaar vissen en eenden werden gevangen, maar dat het dorpje waarschijnlijk geen gewassen verbouwde. In de winter trokken de bewoners vermoedelijk naar de omliggende dorpen, waar wel graan werd verbouwd.