Universiteit Leiden

nl en

"Eenheid in verscheidenheid – de actualiteit van Mr. C. van Vollenhoven"

Hoogleraar Recht en Bestuur van ontwikkelingslanden Jan Michiel Otto hield op 8 februari de diesoratie getiteld: "Eenheid in verscheidenheid – de actualiteit van Mr. C. van Vollenhoven". Otto benadrukte – in navolging van Van Vollenhoven - het belang van respect en ruimte voor de publieke sfeer van staat en recht. Hierbij ging hij ook in op wat het westen zou kunnen leren van Azië in de omgang met etnische en religieuze verscheidenheid.

Prof. Jan Michiel Otto

Van Vollenhoven

Honderd jaar voor Otto, op 8 februari 1917 sprak prof. van Vollenhoven – toenmalig rector – zijn diesoratie uit. Hij was een begenadigd jurist en blonk uit op meerdere terreinen: zijn onderzoek naar het levende gewoonterecht, het adatrecht in toenmalig Nederlands Indië; de staatsinrichting van dat land; en het internationale recht. Van Vollenhoven had een hoofdrol in de koloniale bestuursopleiding. Hier bestudeerden studenten recht, bestuur en Oosterse talen en culturen, inclusief de Islam in al zijn facetten, wat leidde tot een open houding. De vruchtbare traditie van onderzoek naar recht, bestuur en samenleving in ontwikkelingslanden is voortgezet door het Van Vollenhoven Instituut, geleid door prof. Otto.

Otto wees in zijn oratie op de grote toename van hervormingsprogramma’s voor wetgeving, bestuur en rechtspraak in ontwikkelingslanden – de zogenaamde Rule of Law Industry. Hoewel hij deze ontwikkeling positief evalueert benadrukt hij het belang van socio-legal onderzoek in dit soort projecten. Bevordering van de rule of law dient ondersteund te worden met onderzoek naar de role of law.

Eenheid in verscheidenheid

De dies stond in het teken van de opening van het universiteitsbrede Azië jaar. De titel van de oratie had Otto dan ook ontleend aan de Indonesische nationale wapenspreuk “eenheid in verscheidenheid” (Bhinekka Tunggal Ika). Otto liet zien dat de incorporatie van de klassieke sharia in het Indonesisch recht sterk beperkt is. Hij stelde dat systematisch onderzoek naar de realiteit van recht en staat de simplificerende negatieve aannames over sharia, recht en rechtsstaat heeft ontkracht.

Daarnaast benadrukte Otto het belang van recht voor vrede en voorspoed en waarschuwde hij – onder verwijzing naar Van Vollenhovens oratie en oude Aziatische levensbeschouwingen - voor de ondermijning hiervan. Recht kan eenheid in verscheidenheid en ontwikkeling bevorderen. Dat vraagt om adequate normen en regels maar ook 'om respect van ons allen voor de publieke sfeer van recht en staat, zodat integere ambtsdragers daarin kunnen gedijen - om zelfbeheersing, en vooral om menselijkheid jegens ieder ander ongeacht haar of zijn etnische of religieuze achtergrond'.