Universiteit Leiden

nl en

Unieke inkijk in ontstaan Hofstadgroep

De Hofstadgroep is vooral bekend van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Promovendus Bart Schuurman onderzocht deze Nederlandse jihadistische groepering als eerste aan de hand van interviews en vertrouwelijke politiedossiers. Hoe en waarom kwam deze groep tot stand? Wat dreef sommige deelnemers tot terroristische aanslagen? Promotie 26 januari.

In de media wordt vaak het beeld geschetst van gestoorde of achtergestelde types die vatbaar zijn voor extremisme en daarom bereid zijn over te gaan tot geweld. Het viel Bart Schuurman, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) op dat aannames over de motieven van de Hofstadgroep, en Europees ‘homegrown’ jihadisme in bredere zin, vaak gebaseerd waren op indirecte bronnen zoals krantenartikelen. Schuurman deed daarom als eerste onderzoek op basis van vertrouwelijke politiedossiers en interviews met leden van de Hofstadgroep. Hij ontdekte dat de verklaringen voor deelname aan de Hofstadgroep en de motieven voor terroristische acties soms alledaagser waren dan gedacht.

Echte motieven

De redenen dat leden zich aansloten bij de Hofstadgroep liepen uiteen van vriendschap en religieuze verwantschap tot woede over het lot van geloofsgenoten in conflictgebieden zoals Afghanistan. Veel deelnemers bevonden zich in een zoektocht naar hun identiteit als moslim. Schuurman ontdekte dat het individuele leden waren die besloten terroristisch geweld te gebruiken. ‘Het plegen van terroristisch geweld was niet voor alle deelnemers de grootste drijfveer,’ zegt Schuurman. ’Er waren geen leiders die een duidelijke operationele of ideologische lijn uitzetten. Dit alles strookt niet met het beeld dat vaak in de media wordt geschetst van deze en soortgelijke groepen: daarin ligt de nadruk te eenzijdig op ‘radicalisering’ en de rol van extremistische ideologie.’

Kans

Meerdere personen die Schuurman sprak kwamen toevalligerwijs bij de Hofstadgroep uit, bijvoorbeeld omdat ze met een ander lid op school zaten of in dezelfde buurt waren opgegroeid en via hem of haar werden geïntroduceerd. Schuurman: ‘Kans of toeval zijn wellicht onbevredigende verklaringen voor deelname aan extremisme en terrorisme, maar bleken cruciaal onderdeel van hoe en waarom deelname aan de Hofstadgroep tot stand kwam.’

Bronnen

Schuurmans aanpak van dit onderzoek is uniek. Terroristen laten zich doorgaans niet zomaar vinden en het kan voor onderzoekers ook gevaarlijk zijn om dit soort organisaties te benaderen. Dit maakt onderzoeksmethoden als interviews, participerende observatie, klinisch onderzoek of vragenlijsten bijzonder moeilijk, en soms ook ethisch onverantwoord. Bovendien zijn dossiers met relevante informatie van politie- en veiligheidsdiensten vaak niet toegankelijk voor buitenstaanders. Eerder onderzoek op dit gebied leunt daardoor erg sterk op krantenartikelen als belangrijkste bron. Schuurman sprak echter met voormalige deelnemers aan de Hofstadgroep, en kreeg toegang tot onderzoeksdossiers van de Nederlandse politie. In totaal onderzocht hij ongeveer veertig betrokkenen.

Door het gebruik van deze primaire bronnen levert het onderzoek van Schuurman belangrijke nieuwe inzichten op over jihadistisch terrorisme van eigen bodem en het vergroot de academische kennis over vele soortgelijke groeperingen die zich grofweg vanaf 2004 in Europa openbaarden.

De promotie van Bart Schuurman vindt op 26 januari 2017 plaats. De titel van het proefschrift is: ‘Becoming a European homegrown jihadist: A multilevel analysis of involvement in the Dutch Hofstadgroup, 2002-2005’. Hij is als onderzoeksmedewerker verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden in Den Haag. Voor het promotieonderzoek werd hij begeleid door Edwin Bakker en Quirine Eijkman.