Universiteit Leiden

nl en

Opleidingen rechtsprekende macht onder de loep genomen

Op 30 november jl. overhandigde voorzitter Prof. Pauline Schuyt, hoogleraar Sanctierecht en Straftoemeting, het ‘eindrapport Opleidingsvisitatie Rechtsprekende macht’ aan Herma Rappa-Velt, portefeuillehouder HRM in het bestuur van de Raad voor de Rechtspraak.

Bij deze overhandiging waren o.a. Frits Bakker (Bestuursvoorzitter Raad voor de Rechtspraak), Maarten van Laarschot (President Rechtbank Den Haag, namens de Presidentenvergadering) en Rosa Jansen (Voorzitter College van Bestuur van opleidingsinstituut SSR) aanwezig.

Het onderzoek

In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak deed de visitatieommissie, onder voorzitterschap van Schuyt, onderzoek naar de stand van zaken van het systeem en de kwaliteit van de permanente educatie voor zittende rechters en juridisch medewerkers (beter bekend onder de naam PE) en de initiële opleiding tot rechter of raadsheer (de ‘nieuwe’ Rio-opleiding) binnen de rechtsprekende macht. Ook het functioneren van het landelijke expertisecentrum SSR, als belangrijke speler in de opleiding in het kader van zowel de permanente educatie als de initiële Rio-opleiding, is in het onderzoek meegenomen.

Bezoeken en gesprekken

In de eerste helft van 2016 heeft de commissie alle gerechten (11 rechtbanken, 4 gerechtshoven, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep) bezocht. Tijdens deze bezoeken sprak de commissie met gerechtsbesturen, afdelings- en teamvoorzitters, rechters, raadsheren en juridisch medewerkers, RiO’s, en medewerkers die betrokken zijn bij de organisatie van (interne) scholing en de RiO-opleiding bij de gerechten, zoals praktijkopleiders, gerechtsbrede opleidingscoördinatoren, kwaliteitscoördinatoren, etc. Daarnaast vonden gesprekken plaats met verantwoordelijken binnen de Raad voor de rechtspraak, leden van de landelijke intake- en beoordelingscommissies. Ook het landelijke opleidingsinstituut SSR werd bezocht.

De bevindingen

De commissie constateert dat binnen vrijwel alle gerechten veel enthousiasme bestaat voor scholing en opleiding. Dit enthousiasme wordt echter onvoldoende benut, gestimuleerd en gefaciliteerd. Volgens de commissie moet meer inhoudelijke discussie worden gevoerd over de toepassing en het doel van de norm van permanente educatie. Op dit moment moeten alle rechters, raadsheren en juridisch medewerkers tenminste 30 zogenaamde PE-punten halen. Het invoeren van deze norm heeft in de meeste gerechten geleid tot een ‘afvinkcultuur’ en laat niet zien of het gewenste kwaliteitsniveau wordt gehaald. Het gaat meer om de vraag ‘of iemand zijn punten heeft gehaald’ dan om de vraag wat een medewerker inhoudelijk nodig heeft om kwalitatief hoog werk te blijven leveren. Door daar verandering in te brengen, is volgens de commissie veel winst te behalen.

Voor wat betreft de RiO-opleiding is de commissie positief over de wijze waarop de nieuwe opleiding in korte tijd gestalte heeft gekregen. De commissie heeft waardering voor de snelheid waarmee bepaalde zaken en kinderziektes binnen de nieuwe opleiding worden aangepakt en opgelost. Wel constateert de commissie dat nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de toegevoegde waarde die de RiO’s kunnen hebben voor de rechtspraak als geheel, zeker gezien het feit dat de meeste RiO’s in bepaalde opzichten (leeftijd, opleiding, (werk)ervaring, leefsituatie) verschillen met de vroegere RAIO. De commissie benadrukt tevens dat er een wereld te winnen valt als meer aandacht wordt besteed aan onderlinge feedback. In de opleiding van de RiO ligt daarop de nadruk, maar in de praktijk blijkt daar (te) weinig ruimte voor te zijn. Daartoe is volgens de commissie een andere attitude nodig van de gerechten én SSR ten aanzien van de RiO, waarbij maatwerk, collegialiteit, eigen verantwoordelijkheid en feedback belangrijke aandachtspunten zijn.

Samenstelling visitatiecommissie

Naast de voorzitter bestond de commissie uit:

  • Prof. dr. M. (Matthijs) de Hoog (hoogleraar Kwaliteit van medische specialisatie vervolgopleidingen en medisch specialist Erasmus MC);
  • Dr. P. (Paul) Breslau (medisch adviseur, voorheen medisch specialist);
  • Dhr. J.H.M. (Han) Nichting (verandermanager, bedrijfsadviseur, expert in organisatieleren);
  • Mr. J.B. (Jan Bram) de Groot (bestuurslid Hof Arnhem-Leeuwarden);
  • Mr. J.C. (Joke) Halk (seniorrechter Rechtbank Rotterdam);
  • Mr. M.J. (Rianne) Wientjes, adviseur opleiding, ontwikkeling en kwaliteit, Rechtbank Amsterdam).