Universiteit Leiden

nl en

Dostojevski: actuele denker uit de 19e eeuw

Michael Klos, masterstudent Encyclopedie en Filosofie van het Recht, blikt in dit verslag terug op de lezing 'Dostojevski in rechtsfilosofisch perspectief: een inleiding' die door Claudia Boutiligier werd verzorgd op 25 november 2016. Dit is de derde lezing in de lezingenreeks Recht en Literatuur 2016/2017.

De Russische schrijver Fjodor Dostojevski (1821-1881) is een maatschappijkritische auteur waarvan menig jurist in de 21ste eeuw nog veel kan leren.Promovenda Claudia Bouteligie duidde twee belangrijke werken van deze Russische grootmeester in haar lezing ‘Dostojevski in rechtsfilosofisch perspectief’.

In een lezing van ongeveer een uur behandelde zij de roman ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ (1864) en het korte verhaal ‘De droom van een belachelijk mens. Een fantastische vertelling’ (1877).

Eerst schetste Bouteligier het tijdperk waarin Dostojevski leefde. Hij leefde in de tijd net na de Franse Revolutie waarin Europeanen zich losmaakten van autoriteiten als de Kerk. Het Verlichtingsdenken kreeg later ook invloed in Rusland – een oorspronkelijk tsaristisch en hiërarchisch land. Dostojevski heeft de Verlichtingsdenkers zelf ook goed bestudeerd. Het sociaal contract en idealen als vrijheid, gelijkheid en broederschap waren hem dus niet onbekend. Bouteligier bracht Dostojevski (filosofisch) in verband met grote filosofen als Plato, Hobbes en Rousseau en met hier minder bekende auteurs, zoals Nikolaj Tsjernysjevski.

De ondergrondse man: Kristallen Paleis van onomstotelijke waarheden

De roman ‘Aantekeningen uit het ondergrondse’ (1864) heeft volgens Bouteligier de vorm van een bekentenis. Het personage uit ‘Aantekeningen’, de ondergrondse man, spreekt direct tegen de lezer. De ondergrondse man klaagt het absoluut maken van de wetenschap als de weg naar de waarheid aan.

De moderne mens wil alles weten en is bang voor onzekerheid en twijfel. Met onvoorspelbaarheid, risico en tragedie kan men zich niet meer verzoenen. Liever sluiten mensen zich op in een ‘Kristallen Paleis’ van onomstotelijke kennis en waarheden.

Bouteligier noemt dit terecht een ‘glazen kooi’. Binnen het ‘Kristallen Paleis’ verliest de mens zijn persoonlijkheid en individualiteit. Dostojevski toont zich als 19e-eeuwse schrijver ook in de 21ste eeuw nog actueel volgens Bouteligier. En wie kan haar ongelijk geven? Door ontwikkelingen op het gebied van big data, massasurveilance en veiligheidsdenken in het strafrecht sluiten we onszelf meer en meer op in een ‘Kristallen Paleis’.

De ondergrondse man bekritiseert de methode van de moderne sociale wetenschap: de statistiek. Het berekenen en voorspellen van menselijke gedragingen staat centraal in het Verlichtingsdenken. Het doel is te systematiseren en te classificeren: elke menselijke gedraging moet tot in de puntjes te voorspellen zijn. Maar, zo lacht de ondergrondse man: de vrije wil gooit dit alles overhoop. De mens in een systeem vatten is onmogelijk. Bouteligier haalde het beroemde citaat aan: ‘twee-maal-twee-is-vijf’. De mens, vrij van wil, is irrationeel en onvoorspelbaar.

De belachelijke man: naastenliefde in het contractdenken?

Bouteligier bracht het korte verhaal ‘De droom van een belachelijk mens. Een fantastische vertelling’ (1877) feilloos in verband met moderne 20ste-eeuwse existentialistische auteurs zoals Albert Camus. De belachelijke man heeft zich voorgenomen zelfmoord te plegen – wat heeft het leven immers voor zin? Deze voorgenomen zelfmoord – zo vertelde Bouteligier – is door Camus ‘een logische zelfmoord’ genoemd. De moderne mens leeft in een lege wereld, een nihilistische wereld, waarin niets meer betekenis heeft. De enige logische consequentie is dan om een einde aan het leven te maken.  Maar de belachelijke man, die van plan is om zelfmoord te plegen, voelt na het wegsturen van een klein meisje dat haar moeder kwijt is toch iets. Hoe kan dat in een wereld waarin niets meer is? Hoe kan hij wroeging voelen? Hoe kan hij überhaupt iets voelen?

Het is direct duidelijk waarom Bouteligier deze verhalen behandelde. De ondergrondse man laat zien welke gevolgen het verabsoluteren van het geloof in kennis heeft, de belachelijke man laat zien wat de gevolgen zijn van gebrek aan liefde.
Liefde is volgens Dostojevski ook een vorm van kennen, hoewel het geen rationele vorm van kennen betreft. Er is meer dan de wetenschap, de politieke ‘-ismes’. Maar daar ontstaat het probleem voor de moderne mens: liefde is onmogelijk te begrijpen omdat het niet te vatten is in rationele argumenten.

In zijn droom loopt de belachelijke man de geschiedenis van de mensheid door. Hij verwordt in de droom door transformatie – een wedergeboorte – tot een oorspronkelijk mens. De paradijsmensen laten hem zien hoe het leven is op basis van naastenliefde. De mens in het paradijs had liefde die men vergeten is door het ontstaan van eigenbelang en groepsvorming. Bouteligier bracht deze ontwikkeling na de zondeval in verband met de filosofie van Thomas Hobbes: de mens stortte zich met de zondeval in een Hobbesiaanse natuurtoestand: een oorlog van allen tegen allen, waardoor men gedwongen een rationeel geordende samenleving sticht door middel van een contract. Wetenschap vervangt liefde als vorm van waarheid.  Wat betekent dit voor het recht?

Dostojevski: actuele betekenis voor het recht

Het menselijk leven is meer dan rationaliteit en rede. Bouteligier heeft met Dostojevski in de hand laten zien dat we de rede niet moeten verabsoluteren. Dostojevski is volgens Bouteligier niet tegen de wetenschap an sich, maar wel tegen de wetenschap als enige ‘ware’ kennis. De ondergrondse man staat symbool voor de moderne mens die leeft in een onverenigbaarheid van hart en rede. Vrijheid en gelijkheid zijn met het sociaal contract neergelegd in wetten – in het recht. Maar broederschap is onmogelijk te codificeren volgens Bouteligier. Voordat we weer tot broederschap kunnen komen, moeten we net als de belachelijke man een transformatie ondergaan en liefde hoger stellen dan kennis.

Wie een wetboek openslaat ziet haar gelijk: naastenliefde kan niet worden gecodificeerd. Gedwongen welvaartsoverdracht en mensenrechten als vrijheid van meningsuiting hebben weinig te maken met broederschap. Zeker omdat Bouteligier liet zien dat de pendant van liefde niet haat is, maar onverschilligheid. Zorgt de moderne verzorgingsstaat er niet voor dat we meer en meer naast elkaar leven in plaats van met elkaar?

Bouteligier sloot haar lezing af met een vraag: Wat betekent dit voor de rechter? Ongetwijfeld wordt deze vraag verder uitgediept in volgende lezingen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie