Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Drie rechters en één norm

Op donderdag 27 oktober 2016 verdedigt Alke Metselaar haar proefschrift ‘Drie rechters en één norm. Handhaving van de Europese staatssteunregels voor de Nederlandse rechter en de grenzen van de nationale procedurele autonomie’. De verdediging begint om 15:00 uur, in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden, Rapenburg 73. Promotor is prof. mr. drs. W. den Ouden.

Handhaving van het Europese staatssteunrecht: niet alleen de Commissie …

De Europese staatssteunregels stellen paal en perk aan de mogelijkheden voor lidstaten om bepaalde ondernemingen financieel te steunen. Bij de handhaving van die regels komt een belangrijke taak toe aan de Europese Commissie en aan de nationale rechters gezamenlijk. De taak van de Europese Commissie komt regelmatig prominent in het nieuws, zoals recent nog in de spraakmakende besluiten waarin de terugvordering werd gelast van de miljoenen- en miljardensteun aan de ondernemingen Starbucks en Apple.

… maar ook de Nederlandse rechter

Ook de nationale rechters mogen en moeten stevig optreden in gevallen waarin blijkt dat op enige manier de staatssteunregels zijn geschonden. De nationale – en dus ook de Nederlandse – rechters moeten namelijk de naleving van de besluiten van de Europese Commissie waarborgen, maar waar nodig ook zelf gevolgen verbinden aan een schending van de staatssteunregels.  Zij vervullen bij de handhaving van de staatssteunregels zodoende op zijn minst op papier een belangrijke rol, en deze wordt zelfs steeds belangrijker.

De zojuist beschreven rol van de Nederlandse rechters is echter geen gemakkelijke. Om mee te beginnen is het nog niet zo evident wanneer een maatregel daadwerkelijk kwalificeert als staatssteun. Ook bestaat er nog onzekerheid over wie precies voor de Nederlandse rechter de bescherming van de staatssteunregels moeten kunnen inroepen, terwijl uiteenlopende partijen met uiteenlopende doelen in rechte een beroep op die staatssteunregels doen. Wanneer partijen zich met succes op de staatssteunregels beroepen rijst de vraag: welke gevolgen moet de rechter daar precies aan verbinden? En hoe moet de rechter omgaan met een betoog dat een door een overheid uitgevoerde maatregel, anders dan die overheid meent, niet zou vallen onder het bereik van het relevante goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie?

De nationale procedurele autonomie

Ingewikkelder maakt het dat de Nederlandse rechter bij de toepassing van de Europese staatssteunregels weliswaar een Europese norm toepast, maar dit doet binnen de context van het nationale procesrecht. Dit volgt uit het beginsel van de nationale procedurele autonomie: bij het ontbreken van Europese procedureregels worden geschillen met een Unierechtelijke component binnen de ‘normale’ nationale rechterlijke organisatie, volgens het eigen procesrecht en met de eigen remedies opgelost. Voor Nederlandse rechters die met een staatssteungeschil worden geconfronteerd betekent dit dat zij rekening moeten houden met zowel de relevante Europese regels als met de nationale (procedurele) context waarin zij opereren. Die context kan nogal verschillen: zowel de burgerlijke rechter als de bestuurs- en belastingrechter kunnen namelijk met staatssteungeschillen te maken krijgen, en dat ook nog eens op basis van uiteenlopende rechtsverhoudingen.

Het onderzoek

In het promotieonderzoek is op basis van ruim tien jaar Nederlandse staatssteunrechtspraak, tegen de achtergrond van de Unierechtelijke eisen en het relevante Nederlandse (proces)recht, geanalyseerd hoe deze rechters de hen toegewezen rol daadwerkelijk vervullen. Expliciete aandacht gaat uit naar de eisen die zij stellen aan het belang van de partijen, hoe zij beoordelen of van staatssteun sprake is, de gevolgen die zij daadwerkelijk aan schendingen van de staatssteunregels verbinden en de onderlinge verhouding tussen de Nederlandse rechter en de Europese Commissie.