Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Het referendum: een nieuwigheid in de Nederlandse polder

Op 6 april stemt Nederland over verregaande samenwerking met Oekraïne. Het referendum is een uitzonderlijke gebeurtenis in de Nederlandse politieke geschiedenis, zegt hoogleraar Kiezersonderzoek Joop van Holsteijn.

Van Holsteijn is onder meer gespecialiseerd in verkiezingen, stemgedrag, opinieonderzoek en referenda. De afgelopen maanden werd hij regelmatig gevraagd om commentaar te geven op het referendum over het zogeheten associatieverdrag met Oekraïne. Dat verdrag versterkt onder meer de economische en politieke samenwerking tussen de Europese Unie en Oekraïne.

Waarom is dit volgens u een uitzonderlijke gebeurtenis?

‘Tot voor kort was er geen wettelijke regeling die voorzag in een referendum. We hebben in 2005 natuurlijk een referendum gehad over een Europese grondwet, maar dat was een uitzonderingssituatie op basis van een eenmalige regeling. Sinds 2014 is wettelijk vastgelegd dat Nederlandse burgers referenda kunnen aanvragen over wetten en verdragen die door het parlement zijn goedgekeurd. Het is dus een structurele voorziening. En burgers maken er direct gebruik van door zo’n referendum aan te vragen. Dat is een behoorlijke verandering in de doorgaans erg stabiele Nederlandse politieke ordening.’

Wat gebeurt er na 6 april met de uitslag van het referendum?

‘Eerst wordt bekeken of de uitslag geldig is. Daarvoor moet minimaal dertig procent van de kiesgerechtigden naar de stembus gaan. Vervolgens moet het kabinet besluiten hoe om te gaan met de uitslag. Het volksreferendum is namelijk een raadgevend instrument. De uitspraak van de stemmers is hoe dan ook een advies. Met andere woorden: het kabinet kan besluiten om de uitslag naast zich neer te leggen. Dat wil overigens niet zeggen dat het referendum daarmee slechts symbolisch is. Een politicus die een duidelijke uitslag negeert, heeft heel wat uit te leggen. Vergeet niet dat er ook al weer verkiezingen in aantocht zijn.’ 

Een politicus die een duidelijke uitslag negeert, heeft heel wat uit te leggen.

‘Overigens is er op dit moment ook een wetsvoorstel in de maak voor een correctief referendum. Mocht dat wetsvoorstel worden aangenomen, dan kunnen burgers overheidsbeslissingen tegenhouden of terugdraaien. De uitslag daarvan is dus bindender dan wat de huidige regeling mogelijk maakt.’ 

Waarom vindt deze ontwikkeling juist nu plaats?

‘Ik zou de vraag graag omdraaien: waarom vond deze ontwikkeling niet eerder plaats? In veel andere Europese landen kunnen burgers al veel langer meepraten via referenda. Nederland was geruime tijd de uitzondering op de regel. Dat kan ermee te maken hebben dat Nederland een land van minderheden is, waardoor er altijd gestreefd werd naar een compromis. Een referendum past daar niet zo goed bij. Terwijl er in zijn algemeenheid niets mis mee is om af en toe - bij wezenlijke beslissingen die het land als geheel raken – de hele kiesgerechtigde bevolking te horen.’

De Tweede Kamerleden vertegenwoordigen toch al het volksbelang?

‘Dat vind ik een minder gelukkig tegenargument. Kamerleden doen inderdaad namens ons het politieke handwerk. Dat is het wezenskenmerk van een representatieve democratie. Maar dat maakt het referendum nog niet automatisch onnodig of overbodig. Je kunt het referendum zien als een aanvulling op deze democratische traditie van vertegenwoordiging. Het raadgevende referendum over het associatieverdrag is daar een uitstekend voorbeeld van. Het laatste woord is immers nog altijd aan onze democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. Het referendum is dus geen ‘bijl aan de wortels van de democratie’, zoals sommige tegenstanders beweren.'