Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De Europese Rekenkamer: is de tijd rijp voor effectievere en goedkopere controles van Europese financiën?

Om de Europese financiën goed te kunnen controleren heeft de Europese Rekenkamer bevoegdheden om deuren te openen, in bestanden te kijken en lastige vragen te stellen. Dit alles kost zo’n 80 miljoen euro per jaar.

Afbeeldingsresultaat voor Alex Brenninkmeijer

Vooral het stellen van lastige vragen is belangrijk in een wereld waarin goede economische ontwikkeling hand in hand gaat met goed bestuur. Dat zei Alex Brenninkmeijer op 4 maart 2016 tijdens een lezing aan de Rechtenfaculteit op uitnodiging van de Afdeling Staats- en bestuursrecht.

Alex Brenninkmeijer is sinds 1 januari 2014 Nederlands lid van de Europese Rekenkamer, maar de meesten kennen hem als de vierde Nationale Ombudsman van Nederland. Hij is tevens jarenlang als hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden verbonden geweest. Brenninkmeijer verzorgde zijn lezing over zijn werk bij de Europese Rekenkamer in het kader van het mastervak Bestuursrecht in de Europese rechtsorde, onderdeel van de master Staats- en bestuursrecht.

De Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer controleert of de financiën van de EU op orde zijn en of er ‘goed financieel beheer’ gevoerd wordt. Daarmee legt de Rekenkamer rekenschap af aan de Europese burger over de besteding van de grote Brusselse geldpot. Maar, zo benadrukt Brenninkmeijer, het overgrote deel van die geldpot wordt na herverdeling direct weer overgemaakt naar de lidstaten. De Rekenkamer controleert dus niet wat ‘Brussel’ doet, maar voornamelijk wat er in de lidstaten gebeurt.

Schapen tellen en wegen meten

Voor de leden van de Europese Rekenkamer en hun accountants betekent dit dat zij jaarlijks naar alle mogelijke uithoeken van Europa afreizen om projecten gefinancierd met EU-geld te controleren. In dat kader hebben zij niet alleen toegang tot de boeken en de bonnetjes, maar zijn zij soms ook genoodzaakt het precieze aantal schapen in een wei te tellen of de breedte van lokale wegen op te meten. Al deze controles dragen volgens Brenninnkmeijer uiteindelijk bij aan de drie essentiële kenmerken van goed bestuur: accountability, governance en feedback. Ontvangers van Europees geld moeten aanspreekbaar zijn (accountability), verantwoording dragen voor hun publieke taak (governance), en terugkoppeling bieden (feedback).

Terugkoppelingsmechanismen

Deze drieslag – accountability, governance, feedback – brengt Brenninkmeijer tot de opvallende vergelijking tussen de rechtsstaat en het menselijk lichaam: beide bestaan alleen dankzij terugkoppelingsmechanismen. De Nationale Ombudsman, de Europese Rekenkamer, de universiteit: het zijn allemaal vormen van terugkoppeling.   Brenninkmeijer plaatste wel een kritische kanttekening bij het controlesysteem van de Rekenkamer. Het lijkt er namelijk op dat de aandacht vooral uitgaat naar de vraag of alle bonnetjes zijn terug te vinden, en niet of het project daadwerkelijk bijdraagt aan de doelstellingen van de Unie. Het is de vraag of al de controles van Europese uitgaven niet effectiever en goedkoper zouden kunnen.

Ongemakkelijke vragen

In zijn lezing toonde Brenninkmeijer zich een bezield verteller, die zijn toehoorders op reis nam van schapenweiden en te smalle wegen naar concepten van doelmatigheid én rechtmatigheid. Want het belangrijkste verschil tussen de rechtsstaat en het menselijk lichaam is dat het er niet alleen om gaat of het systeem werkt, maar ook of het systeem klopt. Hierin schuilt een belangrijke les voor iedere jurist: durf altijd de ongemakkelijke vragen te stellen, ook als het over je eigen positie gaat.