Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Jongens zijn boos en meisjes verdrietig

In Nederland zijn maar weinig ouders te vinden die hardop en expliciet zullen zeggen dat ze vinden dat meisjes niet kunnen voetballen en jongetjes niet met een serviesje mogen spelen. In onze maatschappij is men het er doorgaans over eens dat meisjes en jongens gelijke kansen moeten krijgen en in principe dezelfde dingen zouden kunnen doen. Maar impliciet gebeurt anders...

"Roze is toch voor meisjes?"

In een onderzoek onder 400 gezinnen met jonge kinderen zag ons onderzoeksteam inderdaad bijna geen ouders die tegen hun kinderen zeiden dat iets niet mocht of niet kon vanwege hun sekse. Wel was er af en toe een vader die het roze kopje van het speelgoedserviesje weigerde, want “roze is toch voor meisjes?”, maar ook deze vrij onschuldige opmerkingen waren zeldzaam.

Het is beter als je iets doet wat past bij je sekse

Dat werd anders toen we ouders vroegen om samen met hun kinderen 2 platenboeken te bekijken. In het eerste boek stonden plaatjes van meisjes met serviesjes, maar ook meisjes die aan het voetballen waren. En er waren plaatjes van skatende jongens, maar ook van jongens met een hoelahoep. We noteerden nauwkeurig wat ouders bij elk plaatje tegen de kinderen zeiden.

Wat bleek? Moeders gebruikten meer positieve woorden, zoals: 'leuk', 'knap', of 'gezellig' bij plaatjes waarin jongens en meisjes iets deden wat volgens het stereotype past bij hun sekse dan over plaatjes waar ze iets deden dat volgens het stereotype juist bij de andere sekse hoort. Boodschap: het is beter als je iets doet wat past bij je sekse dan als je dat niet doet.

Vaders deden meer uitspraken die stereotypen bevestigen als ze de tegengestelde plaatjes met hun kinderen bespraken. Boodschap: het is eigenlijk maar raar als je iets doet dat niet bij het stereotype van je eigen sekse hoort.

Jongens zijn boos en meisjes verdrietig

In het tweede boek stonden kindjes die zo waren getekend dat ze zowel voor een jongetje als voor een meisje konden worden aangezien. Sommige kinderen keken blij, anderen boos en weer anderen verdrietig of bang. We noteerden weer wat ouders tegen hun kinderen zeiden over de plaatjes.

Zowel vaders als moeders benoemden het boze kindje vaker als jongetje dan als meisje: ‘hij is boos’, of ‘dat jongetje is boos’. Ze benoemden het verdrietige kindje vaker als meisje dan als jongetje: ‘zij is verdrietig’, ‘dat meisje huilt’. Boodschap: boos zijn hoort bij jongens, verdrietig zijn bij meisjes.

In de Nederlandse opvoeding zijn inderdaad niet zoveel expliciete sekse-stereotypen te vinden, maar impliciete stereotypen zijn er wel. Ze zijn te vinden in onbewuste en ogenschijnlijk onschuldige uitspraken die kinderen stiekem toch leren dat jongetjes en meisjes zich verschillend horen te gedragen.

Week van de Opvoeding: 5 - 11 oktober 2015
Week van de Opvoeding: 5 - 11 oktober 2015

Week van de Opvoeding

De Week van de Opvoeding draait om ontmoeting en uitwisseling tussen ouders, medeopvoeders, kinderen en jongeren. Daarbij staat een positieve benadering voorop. In 2015 wordt deze Week van de Opvoeding voor de vijfde keer georganiseerd.

Lees meer over de Week van de Opvoeding