Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

'Wacht maar tot je moeder thuiskomt'

Vaders en moeders voeden jonge kinderen anders op. Moeders corrigeren kinderen bijvoorbeeld sneller en vaker bij ongehoorzaam gedrag. Dat blijkt uit het onderzoek van Liesbeth Hallers-Haalboom. Promotie 7 oktober.

Moeders voeden 'optimaler' op dan vaders

Sensitiviteit (signalen van je kind herkennen en er adequaat op reageren), respect voor autonomie (je kind ruimte geven voor eigen initiatief) en ‘gedragsregulerende strategieën’ (ongehoorzaam gedrag corrigeren). Het zijn drie algemene aspecten van de opvoeding van jonge kinderen. In alle drie de aspecten blijken moeders hun kinderen ‘optimaler’ op te voeden dan vaders.

Grootschalige studie

Hallers volgde (met drie collega-promovendi) vier jaar lang 390 gezinnen met twee jonge kinderen (bij aanvang van het onderzoek één en drie jaar oud). Ieder jaar bezocht ze de gezinnen en deed ze een aantal experimenten met hen. ‘Onze studie is een van de weinige op dit gebied die zo groot was en zo lang liep. Daarnaast volgde ik gezinnen met twee kinderen; vroegere studies volgden vaak gezinnen met alleen een jongetje en gezinnen met alleen een meisje. Zo konden we de opvoeding van jongens en meisjes door dezelfde ouders met elkaar vergelijken.'

Moeders corrigeren eerder

Er is bijvoorbeeld verschil tussen vaders en moeders bij het corrigeren van ongehoorzaam gedrag. Hallers zette een zak met aantrekkelijk speelgoed neer waar de kinderen niet aan mochten komen. Deden ze dat toch, dan bleken moeders eerder en vaker geneigd in te grijpen dan vaders. ‘Vaders staan vaker toe dat kinderen ongehoorzaam zijn en zijn minder consequent.’ Het vroegere dreigement van moeders ‘wacht jij maar tot je vader thuiskomt’ is blijkbaar al lang achterhaald. Volgens Hallers is het gebrek aan corrigerend optreden zelfs een ‘aandachtspunt’ voor moderne vaders.

Vaders geven minder ruimte

Vaders blijken daarnaast bij het spelen hun jonge kinderen minder ruimte te geven voor eigen initiatief. Ze zijn meer geneigd zelf het spel te bepalen, het kind moet daarbij volgen, in plaats van andersom. De verschillen tussen vaders en moeders in algemene opvoedstijl blijven overeind als de kinderen ouder worden (in het onderzoek maximaal vijf jaar). Toch is de conclusie van Hallers’ onderzoek geenszins dat vaders slecht opvoeden, benadrukt ze. ‘Ze doen het over het algemeen goed. Maar moeders doen het nog beter.’

Minder tijd

Vaders brengen in Nederland nog altijd veel minder tijd door met hun jonge kinderen dan moeders, en dat is volgens Hallers waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van de verschillen in opvoedstijl. Ook biologische factoren zouden een rol kunnen spelen. Vaders bij wie het testosteronniveau op een dag meer variatie vertoont, doen het gemiddeld beter met hun kinderen, bleek eveneens uit het onderzoek.

Geen onderscheid zoon of dochter

Een andere opvallende conclusie van het onderzoek is dat Nederlandse ouders in algemene zin geen onderscheid maken in de opvoeding van hun zoon of dochter. Hallers had vooraf wel wat verschillen verwacht in de algemene behandeling van jongens en meisjes. Uit een eerdere promotie op basis van ditzelfde Leidse onderzoek (van Joyce Endendijk) bleek overigens dat ouders op een meer subtiele wijze (bijvoorbeeld door de manier waarop zij met hun kinderen over gender praten) aan hun kinderen doorgeven welk gedrag bij jongens en bij meisjes hoort.

Samenvatting proefschrift

Zie ook