Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Burgerparticipatie, ja! Maar hoe?

Theorie ontmoet praktijk: de Leidse hoogleraar Job Cohen ging op 21 juli in gesprek met ambtenaren van de gemeente Leiden over gemeentelijke democratie. Cohen doet er onderzoek naar en ambtenaren hebben er dagelijks mee te maken.

Zomergast

Cohen was ‘Zomergast’ bij de gemeente Leiden, waar de ambtenaren deze zomer tijdens hun lunchpauze wekelijks getrakteerd worden op een workshop, discussie of lezing. Hij ging in gesprek met Gijsbert van Es, NRC-journalist en voor één jaar strategisch adviseur bij de gemeente Leiden en met het honderdkoppige publiek van Leidse ambtenaren. Bij de Universiteit Leiden bekleedt Cohen de Thorbeckeleerstoel met als thema gemeentelijk en provinciaal bestuur.

Burger onvoldoende vertegenwoordigd

Het rommelt in het lokaal bestuur, ook in Leiden, zo maakten Cohen en Van Es duidelijk. Democratie in de vorm van het stelsel van het kiezen van politieke partijen lijkt niet goed meer te werken: burgers voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd. Hoe los je dat op?

3000 initiatieven

Overal in het land schieten de burgerinitiatieven uit de grond: burgers die zelf het heft in handen nemen, plannen bedenken en vervolgens politiek en ambtenarij mee proberen te krijgen. Zoals in Leiden het Stadslab. Of het omgekeerde. Politici die juist het initiatief nemen voor burgerplatforms om de burger beter te horen. In totaal zijn er in Nederland inmiddels 3000 van dit soort initiatieven. Van Amsterdam tot Apeldoorn en van Zwolle tot Zoetermeer.

Wisselende reacties

Een van de ambtenaren meldde dat in Leiden burgemeester en wethouders het burgerinitiatief omarmen, terwijl de raadsleden terughoudend zijn; zij zijn immers de democratisch en wettelijk gekozen vertegenwoordigers van de burgers. ‘Wonderlijk’, zei Cohen. ‘Vooral dat verschil tussen wethouders en raadsleden. Die zijn toch van dezelfde partijen?’ Een andere ambtenaar meldde juist het tegenovergestelde, namelijk dat de raad niets meer veranderde aan rapporten waar burgers hun zegen aan hadden gegeven.

Diplomademocratie

Cohen is vóór burgerparticipatie. Maar ziet ook de voetangels en klemmen. Want hoe pas je die participatie democratisch in? Dat was ook de kwestie waar een van de ambtenaren mee worstelde. Want wat is de democratische legitimiteit van burgerinitiatieven? En zijn het niet de mondige, goedopgeleide burgers die zich daarin roeren? Van Es, die vijf jaar actief was in het Stadslab, merkte op dat sommigen het lab een club van ‘gediplomeerde lawaaipapagaaien’ vonden. Ook het woord ‘diplomademocratie’ viel. ‘Daar moeten we dan maar wat op verzinnen’, zei Cohen, ‘zodat ook de minder mondige burger zijn stem kan laten horen.’

Gekozen burgemeester?

Er kwam nog meer langs. Het partijenstelsel laten vallen en terug naar het personenstelsel? Een deel van de enorme zetelfluctuaties die usance zijn geworden bij partijen zijn immers toe te schrijven aan personen. Is het niet beter om dat dan maar te verankeren in het democratisch bestel? In dezelfde lijn lag de vraag over de gekozen burgemeester. ‘Eerlijk gezegd weet ik het gewoon niet’, zei Cohen daarover. Een benoemde en een gekozen burgemeester brengen totaal andere rollen met zich mee. Een gekozen burgemeester kan zich echt inzetten voor de burgers, een benoemde heeft als voordeel dat hij boven de partijen staat. Voor allebei is veel, misschien wel evenveel, te zeggen.’

Waartoe leiden burgerplatforms?

Aan het begin van de bijeenkomst zei Van Es dat er vaak veel gesproken en gediscussieerd wordt met als conclusie dat het toch het beste is om niets te veranderen. Is dat ook het lot van het huidige politieke bestel? Cohen is minder somber. ‘Waar ik, samen met anderen, mijn onderzoek op richt is uitzoeken waar die burgerplatforms eigenlijk toe leiden. Ze geven een enorme boost energie, maar dan? Wat is er een jaar later met de conclusies gebeurd?’ We gaan het van hem horen.

(CH)

Zie ook

Vandaag ja, morgen nee
 

‘Het hangt ervan vanaf wanneer je het vraagt’, zei Thorbeckehoogleraar Job Cohen, toen hem in de Leidse raadszaal gevraagd werd hoe hij over de gekozen burgemeester dacht. ‘Vandaag denk ik ja, morgen nee.’ Het bleek niet de enige moeilijke vraag over gemeentelijke democratie.