Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De boekentip van...Erika Kuijpers

Iedere maand vertelt één van de medewerkers van het Instituut over een boek dat hij onlangs heeft gelezen en hem heeft geïnspireerd: van roman tot biografie. Op het eind van het stuk wordt het stokje doorgegeven aan een nieuwe collega. Dit keer vertelt Erika Kuijpers over een boek dat zij onlangs las.

Smalle paden. Tochten in en rond een Italiaans bergdorp van Julia Blackburn

Op een vlakte hoog in de bergen van Ligurië, ergens op de grens tussen Italië en Frankrijk, bivakkeert in de zomer de herder Giovanin met zijn schapen en geiten. Hij slaapt er in een stenen bouwseltje onder een plastic zeil op een oeroud matras. Hij kookt op een open vuur en maakt ricotta in een koperen ketel. De schrijfster zoekt hem daar op en Giovanin vertelt. ‘Hij zegt dat er vroeger in deze tijd van het jaar wel tweehonderd mensen op de Vlakte van de Duif verbleven. Het waren er zoveel en er was zoveel drukte en lawaai… […] Er waren acht herders met hun gezinnen, en dan nog al die anderen die voor de lavendel kwamen, of voor de tarwe, of om een paar stuks vee te weiden. ‘E!’ zegt hij, ‘en nu ben ik nog maar de enige’. 

Vervallen ruïnes

Dit is een boek voor mensen die van wandelen houden. Dat is: lopen maar nergens heen hoeven. Het landschap ondergaan en klein worden in de tijd en in de ruimte. Er is geen plot en geen boodschap. De schrijfster is eind jaren negentig met haar man in een klein Italiaans bergdorp gaan wonen, ze raakt geleidelijk bevriend met de het handjevol bejaarde bewoners en begint hun verhalen over vroeger op te schrijven. Onderdeel van de reconstructie van dat verleden is het opzoeken van de plaatsen die de mensen beschrijven: huizen, zomerverblijven, aangelegde muurtjes en terrassen voor de landbouw, grotten, en zelfs hele dorpen die nu verlaten zijn. Op de berghellingen, waar de mensen vroeger dagelijks liepen, de vrouwen met de ingebakerde baby op hun hoofd, op weg naar hun akkertjes, naar waterbronnen, naar familieleden die ergens aan het werk waren, of om te jagen, te stropen of te verzamelen, zijn nu de paden bijna onvindbaar, de gebouwen vervallen tot ruïnes, de terrassen overwoekerd met bramen en hondsrozen. Kleine elementen bevestigen de herinneringen van de oude mensen. Er staan foto’s van in het boek. Oude gebruiksvoorwerpen die nog aan een spijker in een muur zijn blijven hangen, een gat in de grond waar ooit wapens in werden verstopt, een naam en een jaartal in een steen gekrast.

Kastanjes roosteren

Het is niet zo heel lang geleden, maar de jeugd van deze mensen vond plaats in een compleet andere wereld. Er was nog geen verharde weg naar het dorp. En de zee in de verte hadden veel van hen nooit van dichtbij gezien. Het laatste jaar van de oorlog was verschrikkelijk. De meeste jongemannen hadden zich aangesloten bij de partizanen en leefden maanden in de bergen met te weinig kleding en te weinig voedsel en een paar werden er gevangen door de Duitsers en in het bijzijn van het hele dorp doodgeschoten tegen de kerkmuur. Maar ook de armoede in de jaren na de oorlog was onvoorstelbaar. Mensen woonden met zijn tienen in een huis met twee vertrekken. Het ene was om in te slapen, het andere om de kastanjes in te roosteren die het basisvoedsel vormde voor de familie. Het grootste deel van de oogst aan olijven en andere agrarische gewassen moest worden afgestaan aan de padrone die ook nog elk meisje mocht nemen waar hij zin in had. Waar Geert Maks boek over Jorwerd nog kon appelleren aan heimwee naar de verbondenheid van vroeger, met het dorp als een geïdealiseerde sociale gemeenschap, is dit boek emotioneel terughoudend. Het beschrijft de natuur, die het land weer overneemt en de sporen van mensen geleidelijk uitwist. Het beschrijft ook mensen die nu meer doden kennen dan levenden, allemaal kinderen ten grave hebben gedragen. 

Waarom dit boek lezen? 

Waarom je dit boek moet lezen? Omdat je er toch niet treurig van wordt. Het staat vol met fijne dingen zoals kikkerdril in een waterbron. Verder: om te onthaasten, om te relativeren, om zin te krijgen in het voorjaar of te denken aan je eigen oma. Of als historicus: omdat nergens zo goed wordt beschreven hoe het landschap een drager is van herinneringen voor de mensen die er een leven lang deel van uitmaken. Maar ook omdat het prachtig geschreven is: heel precies, heel scherp, niet sentimenteel. Je kunt ook het origineel lezen Thin Paths. Maar de vertaling is heel goed. 

Ik geef de pen door aan  Manon van der Heijden. Onze nieuwe hoogleraar Comparative Urban History. Haar onderzoek gaat over criminele vrouwen. Zou ze krimi’s op haar nachtkasje hebben liggen? 

Julia Blackburn,  Smalle paden. Tochten in en rond een Italiaans bergdorp, vert. Saskia van der Lingen Caroline Meijer, Bezige Bij Amsterdam 2011