Universiteit Leiden

nl en

Paul Smith krijgt internationaliseringsaanvraag toegekend

Prof. dr. Paul Smith heeft een internationaliseringsaanvraag toegekend gekregen van NWO. Totaal heeft hij nu €50.000,- beschikbaar voor een nieuw onderzoeksproject. Paul Smith beantwoordde een aantal vragen over zijn toegekende subsidie en het project.

Hoe is de subsidie precies samengesteld?

De totale subsidie bedraagt €50.000. Hiervan wordt €30.000 betaald door NWO en €10.000 komt van het internationale samenwerkingsproject Eurolab van de Ludwig-Maximilians-Universität München en de Université Charles de Gaulle - Lille 3.  Dit samenwerkingsproject wordt gesteund door de Franse en Duitse zusterorganisaties van NWO, de ANR (Agence Nationale de la Recherche) en de DFG (Deutsche Forschungsgemeinschaft), zie http://eurolab.meshs.fr). De Ruhr-Universität Bochum draagt  €10.000 bij.

Wat gaat u de komende tijd onderzoeken?

Dit project gaat over taal en literatuur in de vroegmoderne tijd. Wij zullen het spanningsveld onderzoeken dat ontstaan is tussen de opkomende nationale talen en hun rivalen – het Latijn, de omliggende talen en de dialecten. Binnen dit spanningsveld hebben belangrijke literaire experimenten plaatsgevonden, die per definitie hybride van aard waren. Ondanks hun vaak eenmalige en kortstondige karakter hadden deze experimenten een diepgaande en blijvende invloed. Onder de meest spectaculaire voorbeelden van deze ‘discursieve hybridisatie’ vinden we het verlatijnste Italiaans van de Hypnerotomachia Poliphili (1499) van Francesco Colonna, het macaronisch Latijn van Folengo’s Baldus (1517), het satirische keukenlatijn van  Ulrich von Huttens Epistolæ Obscurorum Virorum (1514-1515) en Beza’s Passaventus (1553), en het eclectisch Frans en Duits van respectievelijk François Rabelais’ Gargantua en Pantagruel (1532-1552) en Johann Fischarts Geschichtklitterung (1575). Ons project zal dit soort literaire experimenten, die plaatsvonden  in de marges van de 'officiële' standaardtalen in wording, onderzoeken in een breed, internationaal, literair-historisch en theoretisch perspectief.  Binnen dit project zullen we ook inzoomen op een speciale vorm van literaire hybridisatie: de imaginaire bibliotheek. Dit subgenre werd uitgevonden door Rabelais. In zijn Gargantua en Pantagruel geeft hij een lijst van 139 denkbeeldige boektitels, geschreven in het Frans en macaronisch Latijn (voorbeeld: Antipericatametanaparbeugedamphicribrationes merdicantium). Dit is het begin van een succesvolle internationaal genre, waarvan de boekenlijsten van Multatuli, Borges, Joyce en Perec de bekendste moderne voorbeelden vormen.

Wat is precies het belang van dit onderzoeksproject?

Hybridisatie is van alle tijden, en komt voor op het gebied van taal, literatuur en beeldende kunst, veelal als reactie op de officiële standaard – te denken valt bijvoorbeeld aan de creolisering van de officiële taal en cultuur (Engels, Spaans, Frans, Nederlands) in het Caribische gebied. Het project sluit aan bij de huidige wetenschappelijke interesse voor talige, culturele en discursieve hybridisatie. Persoonlijk ben ik geïnteresseerd in de vroegmoderne fascinatie voor het verschijnsel hybridisatie in de zoölogie zoals te zien is in het werk van natuurvorsers als Conrad Gessner, Ambroise Paré en Ulisses Aldrovandi. Ik hoop dat er vanuit dit project lijnen getrokken kunnen worden naar andere gebieden, met name de kunstgeschiedenis, de taalkunde en de wetenschapsgeschiedenis, en naar andere, met name moderne tijden en culturen.

Kunt u iets vertellen over de internationale samenwerking binnen het project?

Er zullen drie internationale bijeenkomsten plaatsvinden: de eerste in Lille (maart 2013), de overige in Bochum en in Leiden. Hieruit moeten drie boeken voortkomen (geen congresbundels met losse artikelen, maar coherente studies), die gepubliceerd zullen worden in een door Eurolab opgezette serie, te verschijnen bij Droz (Genève). Ook zal er gewerkt worden aan een internationale aanvraag, die over drie jaar ingediend moet worden.

Wanneer beginnen jullie precies?

Op 1 september, als de Franse collega’s terug zijn van vakantie, starten we de voorbereidingen, te beginnen met het colloquium van Lille.