Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Oratie Prof.dr. Willie Peijnenburg, 19 september 2011

Op maandag 19 september is de oratie van Willie Peijnenburg over environmental toxicology and biodiversity. De titel van de oratie luidt 'Elementen verbinden'.

Elementen verbinden

Datum: Maandag 19 september
Tijdstip: 16.00 uur 
Locatie: Academiegebouw

Bij oraties wordt het togaprotocol gehanteerd.

Meer informatie: 
Mw. M. Wanders 
m.wanders@bb.leidenuniv.nl 
071-527 3130

Achtergrond

Als samenleving maken we ons steeds meer zorgen over het gegeven dat we in toenemende mate bezig zijn om de schaarse hulpbronnen die we bezitten, uit te putten. Duurzaam handelen is dan ook een van de belangrijkste uitgangspunten van overheidsbeleid geworden. Algemeen wordt erkend dat de sleutel voor duurzame ontwikkeling ligt in het evenwicht tussen materiële vooruitgang, sociale verbetering en de kwaliteit van de leefomgeving. Met het toenemen van het welvaartsniveau wordt enerzijds de aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving steeds groter, terwijl anderzijds er een (economische) noodzaak is maatregelen die bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van onze leefomgeving te beperken tot ingrepen die ook daadwerkelijk leiden tot een verbetering.

Van oudsher is het milieubeleid preventief van aard, maar meer en meer komt de vraag naar voren: in hoeverre is er sprake van daadwerkelijke invloeden van chemische stoffen op de kwaliteit van onze leefomgeving en welk handelingsperspectief is er voor duurzaam handelen? Aspecten die hierbij een rol spelen betreffen de relaties tussen de kwaliteit van het milieu en de volksgezondheid, en de invloed van verontreinigingen op de biodiversiteit en op ecosysteemdiensten in het landelijke en het stedelijke gebied. Daarnaast spelen nieuwe bedreigingen zoals klimaatverandering, veranderend landgebruik en de emissie van nieuwe stoffen, een nog onbekende rol in de duurzaamheid van ons leefmilieu.

Milieutoxicologie en biodiversiteit

Binnen de leerstoel “Milieutoxicologie en Biodiversiteit” zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de interactie van de nieuwe bedreigingen en de daaruit voortvloeiende effecten op de biodiversiteit. In eerste instantie is de invalshoek hierbij de kwantificering van de feitelijke effecten van specifieke groepen van verontreinigende stoffen, met elk hun eigen blootstellings- danwel effectenkarakteristieken. Hierbij kan gedacht worden aan nieuwe gezondheidsbedreigende klassen van stoffen zoals synthetische nanodeeltjes, geneesmiddelen, en bestrijdingsmiddelen. Ook klassieke stofgroepen zoals metalen vormen onderwerp van studie teneinde de nieuwste inzichten met betrekking tot de feitelijke blootstelling van aquatische en terristrische organismen en de daaruit voortvloeiende effecten, te kunnen kwantificeren. Veldonderzoek waarbij uit de gevarieerde brij aan milieustressoren de invloed van verontreinigende stoffen wordt gedestilleerd vormt naast modellering op basis van de chemische structuur van de contaminanten een belangrijk onderdeel van de leerstoel. 
Modellering wordt onder andere toegepast om zonder dat het nodig is om proefdieren te gebruiken inschattingen te maken over de milieugiftigheid van stoffen, en levert bijvoorbeeld een bijdrage aan het vervangen van de meest kwalijke milieuverontreinigende stoffen door andere groene(re) alternatieven. In overeenstemming met het streven naar duurzaam handelen, kunnen we hierdoor overstappen op stoffen met dezelfde maatschappelijke functionaliteit maar met een duidelijk lager toxiciteitsprofiel.

Win-win situatie

De leerstoel is ingesteld bij het Centrum van Milieuwetenschappen van de Universteit Leiden (CML) op gezamenlijk initiatief van de Universiteit Leiden en het RIVM. Een structurele samenwerking, waarbij wetenschappelijke vragen rond stoffen, duurzaamheid en biodiversiteit bijeenkomen, is voor beide onderzoeksinstellingen buitengewoon nuttig. Het milieubeleid gaat immers meer en meer in de richting van de integrale beoordeling van bedreigingen van het functioneren en de samenstelling van ecosystemen. Dat wil onder meer zeggen dat de invloed van verontreinigende stoffen wordt bekeken in relatie tot andere bedreigingen. De Universiteit Leiden profiteert hierbij van de mogelijkheid om resultaten van wetenschappelijk biodiversiteitsonderzoek direct toegankelijk te maken voor implementatie in (Europese) regelgeving, voor het RIVM biedt de leerstoel een ingang tot een boeiend veld van innovatief wetenschappelijk onderzoek op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit. Daarnaast profiteren beide instellingen van elkaars uitgebreide kennisnetwerk.