Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Orthopedagogiek

Leerproblemen

Leerproblemen manifesteren zich al voor formele instructie start. De kans op een succesvolle behandeling is het grootst als daarmee wordt begonnen voor metterdaad sprake is van stagnaties in leren lezen, schrijven of rekenen. Deze nieuwe inzichten uit het onderzoek naar leerproblemen beïnvloeden de praktijk. Het accent verschuift steeds meer van remediatie naar preventie.

Regeringsbeleid

Het regeringsbeleid is sinds enkele jaren vooral gericht op de groep jonge risicokinderen. Denk bijvoorbeeld aan de telkens terugkerende discussies over zin en onzin van een test voor peuters en kleuters met het doel risicokinderen vroegtijdig op te sporen en te remediëren. Denk ook aan de discussies over vervroeging van de leerplicht. Risicokinderen zouden al op de leeftijd van drie jaar verplicht naar school moeten. Daarop vooruit lopend zijn de laatste jaren grote sommen geld uit de rijksbegroting gereserveerd voor zogenaamde “evidence based” interventies in peuter- en kleutergroepen (VVE).

Excutieve functies

Eenmaal ontstane achterstanden zijn moeilijk in te halen en zullen vaak resulteren in hardnekkige leerproblemen als dyslexie of dyscalculie. Wie in groep drie bij de 30% zwakste lezers hoort, loopt een aanzienlijke kans zes jaar later in groep acht nog steeds deel uit te maken van de groep achterblijvers. Een schokkend gegeven. Het lijkt erop dat als er eenmaal een achterstand is, het niet gemakkelijk is die alsnog in te halen. Behalve een onvoldoende stimulerende omgeving in de voorschoolse fase kunnen intrinsieke problemen meespelen. Denk bijvoorbeeld aan problemen met executieve functies. Normaliter slagen kinderen van 3-4 jaar er steeds beter in om opvallende maar niet-relevante aspecten van taken te negeren en hun aandacht te richten op essentiële kenmerken. Als er problemen zijn met executieve functies slagen kinderen daar veel minder goed in en is de kans groot dat al vroeg achterstanden ontstaan in de voorlopers op schools leren ( Davidson et al).

Voorkomen van negatieve spiraal

We voeren momenteel een reeks projecten uit met het doel deze aanname te testen: Als gevolg van gebrekkige impulscontrole, aandachtsregulatieproblemen en hyperactiviteit profiteren sommige jonge kinderen minder van een stimulerende leeromgeving; de kans neemt toe dat deze kinderen later in de midden- en bovenbouw leerproblemen ontwikkelen. In andere woorden, gedragsproblemen werpen belemmeringen op voor de verwerving van ontluikende leesvaardigheden en daardoor voor schools leren. Om te voorkomen dat kinderen in deze negatieve spiraal terecht komen experimenteren we met computerprogramma’s.

Computerprogramma's

Deze computerprogramma's hebben grote voordelen: ze spelen in op kernproblemen, zijn adaptief en kunnen – zo verwachten we - controle, planning en aandacht versterken. In samenwerking met de computerexperts van Vertis, vormgevers ( Het Woeste Woud) en een instituut voor remedial teaching ( Molendrift) ontwikkelen we behandelingen voor jonge kinderen via de computer. Om diverse redenen verwachten we daar veel van. Computerprogramma’s incluis hulp en feedback kunnen moeiteloos worden afgestemd op de problemen van achterblijvers. Bovendien vergemakkelijken deze programma’s herhaling: een belangrijke, zo niet de belangrijkste, component van een succesvolle behandeling van jonge risicokinderen. We maken gebruik van geavanceerde technische hulpmiddelen om in kaart te brengen of programma’s doen wat we ervan verwachten. Het programma registreert bijvoorbeeld elke tiende seconde welke muisbewegingen het kind maakt. Op die manier kunnen we volgen hoe impulsief of reflectief het kind reageert op de behandeling en hoe impulsiviteit kan worden gecontroleerd.

Huidweerstand en oogbewegingen

We experimenteren met andere technische hulpmiddelen om te testen hoe aandachtig kinderen zijn tijdens de behandeling en welk type programma’s aandacht versterkt. In een paar experimenten zijn we begonnen huidweerstand als indicator voor spontane aandacht te registreren. Onze eerste ervaringen suggereren dat sommige programma’s geschikter zijn om kinderen bij de les te houden dan andere, zelfs na talloze herhalingen. Sinds kort beschikken we over apparatuur (Tobii) om op eenvoudige wijze oogbewegingen te registreren. Dit schept nieuwe kansen om antwoorden te vinden op een reeks urgente vragen over de leerproblematiek van jonge risicokinderen en behandeling ervan. Weten welke problemen jonge kinderen ervaren in de aanloop naar lezen, schrijven en rekenen is een onmisbare ervaring ook als het uw ambitie is om oudere kinderen met leerproblemen te gaan begeleiden (Bus, 2004).