Universiteit Leiden

nl en

Leiden Institute for Brain and Cognition

LIBC HYBRIDE Publieksdag 'Brein & Recht'

Het LIBC & de Gemeente Leiden organiseren een Publieksdag over hersenonderzoek. Dit jaar wordt de publieksdag in hybride vorm gehouden!

Datum: 16 September 2022 
Locatie: Stadsgehoorzaal, Breestraat 60, Leiden of via stream te bekijken

Deze dag wordt georganiseerd voor iedereen die belangstelling heeft voor dit onderwerp! Alle presentaties worden gegeven in het Nederlands. 

Tijdens deze dag worden o.a. de volgende vragen beantwoord:

  • Is het brein van de rechter in staat om bewijs (DNA, camerabeelden) zo te interpreteren dat de waarheid wordt gevonden?’
  • Wat betekenen afwijkingen in het brein van de verdachte voor diens toerekeningsvatbaarheid?’
  • Kunnen we het brein van veroordeelden zo beïnvloeden dat ze niet zullen recidiveren?
  • Hoe staat hersenontwikkeling in verband met veranderingen in besluitvorming, risicogedrag, en sociaal leren in de tienerjaren, waarop het ‘adolescentenstrafrecht’ mede is gebaseerd?
  • Het brein van volwassen daders kan verstoord raken op basis van hersenletsel of psychische aandoeningen. Hoe kan dat van invloed zijn op delictgedrag?
  • Verschillen de neurobiologische kenmerken van gedetineerde individuen met die van de rest van de samenleving? En, in hoeverre kan dit soort informatie gebruikt worden tenbehoeve van de bestraffing, bejegening en re-integratie van gedetineerden? 

De invloed van hersenonderzoek is zichtbaar op verschillende terreinen van de strafrechtspleging: de opsporing, de vervolging, berechting & de tenuitvoerlegging van sancties.

Tijdens deze dag wordt gekeken naar de mogelijkheden maar ook grenzen van het gebruik van informatie over het brein bij het nemen van beslissingen in de strafrechtspleging door bijvoorbeeld de politie, de officier van justitie & de rechter.

Niet alleen komen de nieuwste technieken en inzichten van hersenonderzoek tijdens deze dag aan bod. Er wordt ook ingegaan op de meest recente juridische (en ethische) inzichten óf en binnen welke grenzen in de strafrechtspleging gebruik kan worden gemaakt van deze nieuwste technieken en inzichten van hersenonderzoek.

Het programma is verdeeld in 3 onderwerpen, t.w.:

I. Waarheidsvinding

Centrale thema:
Kan het menselijk brein wel omgaan met de snel toenemende mogelijkheden door technologische & maatschappelijke ontwikkelingen?

Onder leiding van dr. Lotte van Dillen (Universiteit Leiden, Psychologie)

  • Prof. Sven Brinkhof (strafprocesrecht - Open Universiteit):
    Menselijk brein & bijzondere opsporingsbevoegdheden. 

    Waarheidsvinding in strafzaken is van oudsher een exclusieve bevoegdheid van politie en openbaar ministerie. Meer en meer wordt zichtbaar dat ook de burger zich hiermee bemoeit: burgeropsporing dus. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn de pedojagers. Een positieve kant van burgeropsporing is dat zodoende strafrechtelijk relevante informatie terecht komt bij politie en OM die anders misschien niet bekend zou zijn. Aan burgeropsporing zijn echter ook risico’s verbonden. Zo kan de opsporende burger, al dan niet bewust, onbetrouwbare (niet kloppende) informatie aanleveren aan de politie of op basis van dergelijke informatie zelf tot actie overgaan. Dat laatste is een teken van eigenrichting. Ook is het denkbaar dat de opsporende burger privacyschendende methoden toepast om informatie te verkrijgen. Verder bestaat het risico dat de methoden die een speurende burger inzet tot gevolg hebben dat de latere verdachte wordt uitgelokt tot het begaan van een strafbaar feit dat hij van tevoren niet van plan was. Eveneens bestaat het risico dat de verdachte door de opsporende burger, door dreiging met of het daadwerkelijk toepassen van geweld, wordt gedwongen om belastende informatie af te geven. Al deze risico’s die verbonden zijn aan burgeropsporing kunnen de waarheidsvinding in strafzaken negatief beïnvloeden. De kern van deze lezing wordt gevormd door de invloed van burgeropsporing op de waarheidsvinding in strafzaken.
  • Prof. Christianne de Poot (Vrije Universiteit Amsterdam & Politieacademie):

    Menselijk brein en het vinden en waarderen van sporen.
    Het opsporingsonderzoek van de politie begint vaak op de plaats delict waar sporen te vinden zijn die kunnen helpen bij de reconstructie en bewijsvoering van wat er is gebeurd.
    Door technologische ontwikkelingen kunnen de sporen die achterblijven na een misdrijf steeds sneller en nauwkeuriger worden geanalyseerd, waardoor de reconstructie en bewijsvoering van strafbare feiten kan worden verbeterd. Maar om die technieken goed in te kunnen zetten en de sporeninformatie die daaruit voortvloeit goed te kunnen gebruiken is niet alleen technische en juridische kennis nodig. Het vinden en waarderen van sporen is mensenwerk.
    Onderzoek laat zien dat de mens geen perfecte spoorzoeker is. Rechercheurs kunnen sporen die ze verwachten aan te treffen beter waarnemen dan sporen die ze niet verwachten. Hierdoor kunnen belangrijke sporen gemakkelijk aan hun aandacht ontsnappen. Wat betekent dit, en hoe kunnen rechercheurs ervoor zorgen dat ze zoveel mogelijk relevante sporen vinden? Als ze de sporen eenmaal hebben gevonden moeten ze niet alleen onderzoeken van welke bron het spoor afkomstig is, maar ook bepalen of het spoor iets met het misdrijf te maken heeft, en door welke activiteit het spoor is ontstaan. Hoe gaat dit proces in zijn werk en welke valkuilen treden daarbij op? In deze presentatie staan de cognitieve factoren die een rol spelen tijdens dit proces centraal en wordt getoond hoe kennis over dit menselijk gedrag, over de eigenschappen van sporen en over de bewijswaarde van sporen gebruikt kan worden om de reconstructie van strafbare feiten te verbeteren.

  • Dr. Gabry Vanderveen ( Criminologie – Erasmus Universiteit) & Lotte van Dillen (Psychologie- Universiteit Leiden)
    Menselijk brein & gebruik van camerabeelden in waarheidsvinding.

    Nederland hangt vol camera’s. De politie gebruikt dashcames, bodycams en mobiele camera-units. Ook gemeenten, defensie, ambulances, de Belastingdienst en Rijkswaterstaat zetten camera’s in, net als private partijen zoals openbaarvervoer- en andere bedrijven. De hoeveelheid camera’s en de beelden die zij produceren is ongekend. Daarnaast maken ook burgers met smartphones beelden van incidenten die in het kader van opsporing en waarheidsvinding relevant kunnen zijn. De politie roept dan ook geregeld op gemaakte beelden met hen te delen. Op websites en sociale mediaplatformen als YouTube en Facebook worden (bewerkte) filmpjes of stills verspreid. Ook deze beelden kunnen als bewijs worden gebruikt in een latere strafzaak.  

    Maar wat zien we eigenlijk als we naar die camerabeelden kijken? Laten camerabeelden zien wat er werkelijk is gebeurd? Spreken de camerabeelden voor zichzelf? Ons netvlies zet licht om in elektrische signalen die via de oogzenuw naar de hersenen gaan. Ons brein zet die signalen om in beelden. Welke beelden dat zijn en hoe we die interpreteren, hangt niet alleen af van sensorische prikkels, maar net zo goed van onze eigen voorkennis en (voor)oordelen. Dit zal gedemontreerd worden aan de hand van een aantal bekende visual biases (cognitieve vertekeningen). Duidelijk is dat beelden net als verklaringen van ooggetuigen kritisch bevraagd moeten worden. 

II. Aansprakelijkheid & Straftoemeting

Centrale thema:
Hoe is het menselijk brein betrokken bij straftoemeting & aansprakelijkheid? 

Onder leiding van prof. Michiel van der Wolf (Universiteit Leiden, Forenische Psychiatrie) i.s.m Dr. Anna van Duijvenvoorde (Universiteit Leiden, Psychologie)

  • Dr. Frank Jonker (Forensische neuropsychologie - Vrije Universiteit Amsterdam)
  • Dr. Anna van Duijvenvoorde (Psychologie – Universiteit Leiden)  
    Menselijk brein en ontwikkeling

Debat
Aansluitend een debat over adolescentenstrafrecht door Mr. Ronny van de Water: Rechter rechtbank Amsterdam & voorstander adolescentenstrafrecht & Mr. Richard Korver

Prof. dr. Michiel van der Wolf zal dit blok afsluiten - met publieksparticipatie - over toerekeningsvatbaarheid. 

III. Bestraffing en tenuitvoerlegging

Centrale thema:
N
eurolaw en detentie.

Neurolaw is een relatief jonge discipline, waarin de impact van de neurowetenschappen op het recht, de juridische praktijk en de criminologie wordt onderzocht.
Dit blok staat onder leiding van prof. Jeroen ten Voorde (Universiteit Leiden, Strafrecht).

Sprekers:

  • Mr. Sjors Ligthart (neurolaw & detentie): Tilburg University
    Nieuwe technieken, zoals directe en indirecte hersenstimulatie en Virtual Reality, kunnen worden ingezet om mentale processen te moduleren en daarmee gedrag te beïnvloeden. Dergelijke technieken lijken een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de resocialisatie van veroordeelde delinquenten. Maar toepassing ervan in de context van het strafrecht roept ook fundamentele vragen op. Hoe waarborgen we bijvoorbeeld de mentale integriteit van een gedetineerde bij wie hersenstimulatie wordt toegepast? Wat is überhaupt de rol van het recht op mentale integriteit in de normering van strafrechtelijke sancties zoals de gevangenisstraf? En verdient dit recht misschien een sterkere positie, ook met het oog op recente inzichten uit de neuropsychologie, over de mogelijke effecten van detentie op het brein van gedetineerden?
  • Dr. Jochem Jansen (neurocriminologie & detentie): Universiteit Leiden
    Verschillen de neurobiologische kenmerken van gedetineerde individuen met die van de rest van de samenleving? En, in hoeverre kan dit soort informatie gebruikt worden ten behoeve van de bestraffing, bejegening, en re-integratie van gedetineerden? In deze presentatie gaan we in op enkele nieuwe inzichten, mogelijkheden en beperkingen op het gebied van de neurocriminologie.
  • Prof.dr. Jean-Louis van Gelder (criminologie): Universiteit Leiden

    Virtual reality in de gevangenis: (hoe) werkt het?

    Virtual Reality (VR) was lang het exclusieve domein hightech onderzoekslaboratoria en pionierende wetenschappers maar heeft de afgelopen 10 jaar een enorme vlucht genomen. Er is ook steeds meer evidentie dat VR een nuttige tool kan zijn om specifieke vaardigheden te trainen, informatie over te brengen, en om gedragsverandering teweeg te brengen. In de justitiële context staat het gebruik van VR nog in de kinderschoenen maar de toepassingen zijn veelbelovend. Ik deze presentatie bespreek ik de mogelijkheden en beperkingen van VR op het gebied van rehabilitatie. 

Aansluitend zal er een presentatie zijn over kansen voor neurowetenschappen in tenuitvoerlegging van straffen o.l.v. van prof. Jeroen ten Voorde.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.